Het wordt nog niet donker, lang niet

In gedachten verzonken stak ik gisteren het kruispunt over en liep de Broekstraat in. In mijn hoofdtelefoon speelde “Not dark yet”. Voor de derde keer, ik kon er niet genoeg van krijgen.

Het is een van de mooiste maar ook een van de zwartste nummers van Bob Dylan. Het klom in mijn bewustzijn op de treinrit naar Brussel – met vertraging, of wat dacht je – na een week vol miserie op het spoor. “Not dark yet” is een traag nummer over ouder worden. Ouder worden speelt tegenwoordig wel eens door mijn hoofd. Zeker als ik mooie, jonge meisjes zie lopen die me geen blik waard gunnen.

Er blijven zinnen plakken in mijn oren: ‘Well my sense of humanity is going down the drain; Behind every beautiful thing, there’s been some kind of pain’. Mijn ogen trachtten op hetzelfde moment mooie zinnen te begrijpen uit “Iets ter grootte van het universum” van Jón Kalman Stefánsson, de favoriete IJslandse schrijver die mijn vrouw me heeft leren kennen. Het is voor een man als ik een onmogelijke opdracht om tegelijk bij de les te blijven met mijn ogen in een boek en met mijn oren in een lied.

Ik bleef even dapper mijn best doen om het onmogelijke te combineren: lezen en luisteren.dsc02198 Wat niet eens zo moeilijk moet zijn als tolken, bedacht ik me: luisteren, in je hoofd begrijpen en woorden zoeken, de vertaling uitspreken en verder naar het vervolg luisteren, steeds opnieuw zonder je aandacht te laten verslappen. Nu begonnen ook mijn gedachten dus af te dwalen. Ik keek naar de jonge vrouw met het sympathieke gezichtje recht over me, verdiept in de Flair. Ik realiseerde me ineens dat haar dijen dubbel zo dik zijn als de mijne. Een lichaamskenmerk dat haar in de ogen van veel jonge mannen zoals ik er vroeger zelf een was, meteen klasseert als quantité négligable. Pas met ouder te worden besef ik het onrecht en zie ik in dat het altijd beter is te vallen voor de mens dan voor het lichaam.

Dylan zong verder. ‘She wrote me a letter and she wrote it so kind; She put down in writin’ what was in her mind; I just don’t see why I should even care; It’s not dark yet, but it’s getting there.’ Mijn god wat een wreed, gevoelloos couplet. Maar wel pijnlijk herkenbaar, terugkijkend op mijn leven. Ik sla mijn boek dicht en kijk naar buiten, waar de klaarte gloort. Ik hou van de lente, die elk jaar na die duisternis van de winter weer meer licht in het leven brengt.

Maar in het lied hoor ik hoe het leven met het vallen van de nacht stilaan ten einde loopt. ‘I been to London and I been to gay Paree; I followed the river and I got to the sea; I’ve been down to the bottom of a whirlpool of lies; I ain’t lookin’ for nothin’ in anyone’s eyes’. De poel van leugens doet me denken aan de verontwaardiging bij de man in de straat over de graaicultuur in de lokale politiek. Ik hoor het pandemonium van ruziënde, spinnende, elkaar hatende en slopend tweetende en taterende politici in alle partijen. Zij vrezen nog niet dat dit vertoon de kiezer er toe kan brengen met de kracht van een witte mars, een brexit of een aanslag in de metro, de duisternis te laten vallen over een heel bestel dat decennia de dienst heeft uitgemaakt.

Intussen was ik in Brussel-Centraal uitgestapt. Over de Grasmarkt en door de Koninginnegalerij bleef het lied van Dylan me voor de derde keer gezelschap houden. De laatste strofe klonk in mijn oortjes als ik aan de Sea Grill overstak en de Broekstraat vervolgde. ‘I was born here and I’ll die here, against my will; I know it looks like I’m movin’ but I’m standin’ still; Every nerve in my body is so naked and numb; I can’t even remember what it was I came here to get away from.’

Boeh! Iemand springt van achter een bestelwagen tevoorschijn en laat me schrikken. Het is mijn dochter Winke. Ze zit op kot in de Broekstraat en zag me komen aanwandelen, diep in mezelf teruggeplooid onder mijn hoofdtelefoon. Ze lacht de tranen uit haar ogen want ze heeft me goed liggen. Ze is vroeg uit de veren want ze mag tolkenstage gaan doen in de ministerraad.

Vandaag wordt ze 23. Morgen gaat ze met mij en mijn vrouw mee naar een debat over de Nobelprijswinnaar Literatuur in Antwerpen. En op 24 april vergezelt ze me voor het eerst in haar jonge leven naar de meester himself, in de Lotto Arena. Ik gaf haar een kus en wenste haar veel plezier bij het tolken in het hart van de Belgische politiek.

Neen, het is nog lang niet donker.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Bob Dylan, cultuur, familie, politiek en getagged met , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Een reactie op Het wordt nog niet donker, lang niet

  1. Pingback: Lessen in Dylan (20): Hij leeft, en hoe! | Peter Dejaegher

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s