Met spijt laden we in Albarracín nog eens de C3 in. In dit dorp dat op een middeleeuws stadje lijkt, willen we nog eens graag terugkomen. ’s Ochtends vertrekken we voor een lange rit van zo’n 800 kilometers naar Saint-Georges-de-Didonne, een Frans dorpje aan de Atlantische kust. We schatten dat het zo’n 9 uur rijden is. Langs lange stukken snelweg rijden we tussen sierra’s, olijfboomgaarden, stilaan bottende amandelbomen en wijnranken. Voortdurend zien we aan het einde van de glooiende vlakten bergen of heuvels, rotsen die rood, oker, wit, geel of zwart geverfd lijken te zijn. De wouwen, vooral de zwarte, houden zwevend boven ons een oogje in het zeil.
In Baskenland, aan de grensovergang tussen Spanje en Frankrijk, stuiten we op een lange slang van tractoren, uitgerust met Baskische vlaggen. Ook in deze landbouwstreek leeft het verzet tegen de Mercosur-deal blijkbaar. De boeren hebben duidelijk afspraken gemaakt met de politie, want het doorgaand verkeer wordt niet gehinderd. Zo rijden we vlot terug Frankrijk in.
Aan de rand van Saint-Georges-de-Didonne stoppen we aan een Super-U. De avond is intussen gevallen en het regent. In die grote supermarkt kopen we brood, pizza, lasagne, magere melk, koffiekoeken, kaas, toespijs en een fles lokale rode wijn.



In Saint-Georges vinden we zonder moeite het appartement dat Marianne voor twee nachten gehuurd heeft. Het is op een boogscheut van het brede strand gelegen. Zoals wel in vele van dergelijke kortverblijven het geval is, worden we ook in Saint-Georges niet verwelkomd door de eigenaar. Via whatsapp krijgen we een code doorgestuurd om de voordeur te openen. Wat tegenvalt is dat het appartement niet is opgewarmd wanneer we aankomen. We eten de lasagne en de pizza op, drinken een glas wijn en kruipen dan in bed, want zo’n lange dag in de volgeladen auto kruipt in de kleren.
Het moet gezegd, we hebben in slechtere overnachtingsplaatsen geslapen. Het appartement is piepklein maar beschikt over een ligbad en een douche, een koelkast, vaatwasser, waterkoker, wasmachine, een kleine diepvries, drie soorten koffietoestellen, voldoende borden, kopjes, overvloedig bestek, allerlei soorten glazen en elektrische verwarming.
De volgende dag is nog een rustdag. We staan laat op, ontbijten en trekken onze wandelschoenen aan voor een stevige kustwandeling. Saint-Georges-de-Didonne heeft een breed strand, dat achter de Boulevard de la Côté de la Beauté ligt. Het dorpje van zowat 5.000 inwoners in de winter en een slordige 50.000 in de zomer, ligt naast een ander kustdorp, Royan, aan de monding van het estuarium van de Gironde. De Gironde ontstaat nabij Bordeaux uit de samenvloeiing van de Dordogne en de Garonne.
In de oceaan beoefenen enkele zeewandelaars hun sport in de branding. Strandvogels trippelen druk heen en weer, op zoek naar krabbetjes en zeepieren. Eentje lukt dat zelfs op één pootje. We passeren de jachthaven van Royan en zien enkele strandjuttershutten, van waaruit er met grote netten op garnalen en kleine visjes wordt gevist. Op een hoge duin die uitkijkt overzee naar enkele kleine eilandjes ligt een afgesloten Duitse bunker van de Atlantikwal.


Terug in ons appartement maken we een lunch van onze restjes uit de voorraad die we hebben ingeslagen in de Super-U. Er is nog wat wijn in de fles, die ik soldaat maak. Daarna doen we een siëstje, want we zijn allebei moe. We hebben de voorbije dagen immers lange ritten gereden.
Om onze laatste avond in Frankrijk wat feestelijk door te brengen, gaan we op zoek naar een leuk restaurant. Aangezien er in dit toeristisch laagseizoen heel wat eetgelegenheden in het kustdorpje de deuren gesloten houden, is de keuze niet groot. Als we in het centrum van Saint-Georges even voorbij de kerk lopen, zien we een eenzame local een pastis drinken op het terras van zijn stamkroeg. We vragen hem of hij geen restaurant weet dat nog open is? Jawel hoor, antwoordt hij, hier vlakbij om de hoek vind je het Italiaans restaurantje Spagho da Alessandro. En dat is altijd open.
Blijgezind lopen we die Spagho van Alessandro binnen. Of er nog plaats is? Jawel hoor, in de kelder, antwoordt de ober. Dat vinden we niet erg. Hij begeleidt ons naar de kelderverdieping waar een traliehekken geopend moet worden. In de met wijnen gevulde kelder staan twee hoge tafels met hoge barkrukken. Een kwartier later schuift ook een Frans koppel aan de resterende tafel aan. We raken met elkaar aan de praat. Het echtpaar wisselt hun huis in de Alpen af met hun huis aan de kust. Ze maken zich zorgen over de uitslag van de aanstaande verkiezingen, waar extreemrechts, zo denken ze, nooit geziene hoge ogen zal gooien.
Het eten in de restaurantkelder tussen de voorraad flessen is voortreffelijk. We bestellen een lekkere fles rode wijn en nemen uitzonderlijk nog een toetje op de koop toe. Morgen wacht ons de laatste reisdag, een rit van ongeveer 850 kilometer tot in Haacht. Dan zal de C3 van Marianne van 30 december 2025 tot 17 januari 2026 zo’n 5.057 kilometers meer op de teller hebben.

























