De Muts

Op 2 december 1985 stapte ik op de trein naar Marche-les-Dames. Die dag begon mijn militaire dienstplicht. Tegen de zin van mijn moeder had ik ervoor gekozen om paracommando te worden. Toen al was ik van plan daar ooit een boek over te schrijven. Wel, dat boek werd een roman. Mijn boek werd goed onthaald en geraakte enkele maanden na de publicatie op de shortlist voor de Indie Awards 2018.

Ik zwaaide af eind februari 1987. Met een carnavalsfuif in een parochiezaaltje in mijn dorp, vierde ik mijn afscheid van de wapenen. De vuistdikke classeur met nota’s, brieven en stencils over mijn leven bij de para’s bleef vervolgens bijna twintig jaar stof vergaren.

In juli 2009 kon ik gedurende een dag of veertien beschikken over het huis van mijn zus. Ik trok erheen om wat zaken in mijn leven op een rijtje te zetten. In mijn reistas: die dikke map. Je wist maar nooit. Ik schreef dagen aan een stuk van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat de eerste gulp van De Muts.

Ik koos ervoor om van het boek een roman te maken, gestoeld op mijn ervaringen en verhalen, maar met een fictief plot. De Muts werd een passie, een cocon om me in terug te trekken en te schrijven, schaven en schrappen. Met de publicatie bij Bravenewbooks trok ik in 2018 een streep onder De Muts, 31 jaar nadat ik afzwaaide. Het is een boek geworden van ongeveer 80 hoofdstukjes en 350 bladzijden.

De Muts is nog altijd verkrijgbaar of bestelbaar in de boekhandel en online, bij bol.com en via de standaardboekhandel.be. Op die laatste site vind je recensies van lezers.