In die tussentijd, wat kan ik zeggen?

Heel veel mensen hebben dezer dagen een mening over de aanslagen in Parijs. Deskundigen (het aantal disciplines van hun deskundigheid opsommen is onbegonnen werk), politici, ambtenaren, burgers. Ik voel me niet deskundig maar wel van mijn stuk gebracht. Dus wat kan ik zeggen?


Ik wacht op tekens die aangeven, zoals dat ook al na voorgaande blinde terroristische aanslagen was die me van mijn stuk brachten, dat het normale, zorgeloze leven opnieuw een aanvang neemt. Ik hoop dat die er snel komen en dat er in die tussentijd waarin ik vandaag leef, geen nieuwe blinde terreuraanslagen volgen. En ik verwacht van onze leiders dat ze niet alleen lessen leren uit wat er gebeurt, maar daar ook naar handelen en er minder over praten.

Ik hunker ernaar terug te merken dat iedereen gerust zit op de trein. Ik wil niet opvallend meer sirenes horen in de stad waar ik werk, van politie- en veiligheidsdiensten die aan window dressing doen om de mensen te laten merken dat ze on top of things zijn. Ik wil naar een voetbalwedstrijd kunnen zonder rond me te kijken of er zich geen verdachten onder de supporters mengen. Ik wil naar de kerstmarkt zonder me onveilig te voelen. Ik wil op café met mijn vrienden discussiëren over de opwarming van de aarde, verfkogels tegen opstandige pubers in jeugdinstellingen, de blindheid van een bepaalde belasting, het gebrek aan bereidheid om een woordje Nederlands te praten in sommige horecazaken, kortom over alle andere onderwerpen die triviaal zijn in vergelijking met die blinde terreur in onze heerlijk vrije maar daardoor zo kwetsbare samenleving.

Ik wil dus weer eens over iets anders praten dan over vijfduizend kogels die afgevuurd werden in Saint-Denis, over hoeveel potentiële terroristen er misschien wel kunnen zitten onder al die Syriërs die als vluchteling in ons land een nieuw leven zeggen te willen opbouwen, over de eindeloze televisie-uitzendingen met reporters die een stand up doen aan een urenlang door de politie belegerd huis in Molenbeek, over hevige televisiedebatten over de islam, onze dysfunctionele staatsveiligheid, de wenselijkheid van een fusie van politiezones in Brussel, over stoeten politici die menen niet afwezig te mogen blijven waar een minuut stilte wordt gehouden.

Over alles wat vandaag gezegd wordt, ben ik ondeskundig of vrees ik mijn mond te snel te hebben voorbijgepraat. Want in deze tussentijd wacht ik dus met spanning op die tekens van normaliteit en hoop ik dat de komende uren, dagen, weken, … niet opnieuw ergens op een plaats waar veel mensen samenstromen om hun vrijheid te beleven van het leven te genieten, een bommengordel afgaat of een kalashnikov ratelt.

Of er is toch iets dat ik kan zeggen: ik ben blij dat ik vandaag niet onder IS-juk moet leven in Raqqa, waar het leven voor een vrijheidslievend mens als mij al onleefbaar genoeg zou zijn, en waar ik vanaf nu elk moment van elke dag zou moeten vrezen dat blinde bommen en raketten uit de lucht vallen en onschuldige medeburgers, naasten kunnen vermoorden. En dat ik niet begrijp dat landen die zich op het hoogste beschavingspeil beroepen dat in de mensheid is bereikt, dat staten en bondgenootschappen die aan de wieg hebben gestaan van de vrijheid en alle andere fundamentele waarden en mensenrechten die in grote charters, verdragen en grondwetten staan gebeiteld, nog steeds op zo’n manier menen te moeten riposteren of dit laten gebeuren. Mensen hebben universele rechten, in heel ons universum.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in politiek, samenleving en getagged met , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

2 reacties op In die tussentijd, wat kan ik zeggen?

  1. Anoniem zegt:

    Mijn beste neef Peter, het doet deugd een reactie te lezen van een nog positief denkend mens.
    Hoop is een van de mooiste deugden en ook ik blijf nog steeds hopen dat het beetje goedheid die in iedere mens zit, de bovenhand zal halen.
    Dat neemt niet weg dat ik kritisch wil blijven en mij vragen zal blijven stellen over verantwoordelijkheid.Als ik lees dat de huidige problemen veroorzaakt worden door de derde generatie. Dat de in 1970 aangekomen mensen nooit de kans hebben gekregen of niet gewild hebben en ook niet verplicht zijn frans of nederlands te leren, dan blijf ik met vragen. Vragen over verantwoordelijkheid. Is mijn vraag:” wie was dan verantwoordelijk ” zo vreemd?
    Als ik op een andere vraag: “waarom krijgen onze politieke leiders zo ’n grote vergoedingen ?” .steeds het antwoord krijg ” omdat ze zo’n grote verantwoordelijkheid hebben.
    Dan vind ik dat zij die verantwoordelijkheid ook moeten nemen en vooral niet proberen de zwarte piet door te schuiven.
    Iedere premier en bevoegde minister uit die gehele periode had verantwoordelijkheid, nog geen enkele heeft zich bereid gevoeld om geld terug te geven voor niet genomen verantwoordelijkheid.

    Like

    • Ik vrees dat verantwoordelijkheid aflijnen voor iets wat 45 jaar geleden begonnen is en verder gaat de komende jaren en decennia, een onbegonnen zaak is. Wie moet die vaststellen? Ik denk niet dat ergens ter wereld politici veroordeeld zijn voor niet genomen verantwoordelijkheid. Wel voor misdrijven. Waaraan een onderzoek en een rechtbank te pas is gekomen. Maar goed, misschien kan de westerse democratie wel verbeterd worden. Heb je een idee om zoiets op een werkbare manier in te voeren? Laat maar horen!

      Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s