Op het terras van hotel Adlon

Weinig plaatsen staan stijver van de Europese geschiedenis van vorige eeuw dan Berlijn. Ik had de eerste kennismakingsroute tussen de historische gebouwen, lanen en pleinen nauwgezet gepland. Vanuit de Alexanderplaats zouden we via Unter den Linden afzakken naar de Brandenburger Tor, de Rijksdag en de fonkelnieuwe politieke gebouwen errond. En dan langs het Holocaustgedenkteken naar de splinternieuwe Potsdamer Platz. Helaas. Mijn dochter en echtgenote hadden al in de buurt van de Alex andere reisdoelen voor ogen die mijn les politieke geschiedenis op het achterplan duwden. Om enkele trouvailles die ze uit de lucht lieten vallen te noemen: de Hackesche Höfe, het Nikolaiviertel of de monumentale trap in het Stadtgericht. Natuurlijk geraakten we meteen in tijdnood. Dan is een ondergrondse altijd een handig middel om tijd in te lopen.

brandenburgertor

De Brandenburger Tor

Op het eind van Unter den Linden, aan de Pariser Platz, kwamen we terug boven in het historische zonlicht dat Berlijn in 34° liet baden , recht voor ons benam de Brandenburger Tor me de adem. ‘Kijk eens wat een mooi hotel hier links’, zei een van mijn gezellen met een oog voor wat prioritair is. ‘Ja’, antwoordde ik, ‘hotel Adlon, het duurste hotel van heel Berlijn’, en ik stapte gezwind door de zuilen van de geschiedenis richting Rijksdag, gravend naar mijn herinneringen van een vorig bezoek aan Berlijn, in 1988. ‘Toen stond de Muur hier nog’, vertelde ik, ‘van achter een raam in de Rijksdag probeerden we de grenswacht in zijn toren enkele meters verderop aan het lachen te brengen.’

Vele woorden later wilde ik de steven wenden richting Potsdamer Platz. Maar mijn monoloog werd onderbroken door een cool ‘we hebben dorst’, gevolgd door een ‘Ik wil nog iets gaan drinken op dat terras, Beluga of zoiets.’ Ik kreeg het op mijn heupen. Nog meer tijdverlies. Maar de vrouwen waren alweer de Brandenburger Poort door, dat heb je natuurlijk zonder Muur. Toen zag ik de Beluga. Het was gewoon de naam voor het pas een maand geleden geopende terras van het Adlon. Het prestigieuze hotel werkt samen met het luxueuze vodka-merk.  ‘Oh nee, daar toch niet’, kon ik nog uitbrengen. ‘Weet je hoeveel ons dat zal kosten?’ ‘Geen probleem, ik trakteer.’ Mijn vrouw dus.

Na wat hoog oplopende redetwist die voor dit verhaal minder relevant is, zaten we dus lekker in de schaduw op teakstoelen met te dikke kussens. We keken naar de puffende

Een Eiskaffee van Adlon

Een Eiskaffee van Adlon

voorbijgangers met een air alsof we zoiets dagelijks van op die plaats doen. Het duurde een kwartier vooraleer iemand van het weelderig tegenwoordige maar vooral kletsende personeel ons de menukaarten overhandigde.  Een loden stilte. ‘Kunnen jullie misschien niet kiezen?’ polste ik vilein. Laat me het erbij houden dat ik zelf voor het ronde bedrag van tien euro een Warsteiner van het vat bestelde, ok het was een halve liter fluitjesbier. Mijn dochter wilde een stuk taart. ‘En om te drinken?’, vroeg een van de netjes uitgedoste meisjes. ‘Hm, nee…, niets.’ ‘Misschien een glas water?’ drong het meisje naar mijn smaak iets te sterk aan om gepast te zijn. ‘Nein, danke.’ En als het Beluga-meisje haar hielen heeft gelicht: ‘Ja zeg, een glas water kost hier wel zeven euro hoor.’

Dankzij de verscheidenheid aan reisgidsen uit de bibliotheek waarmee wij rijkelijk waren uitgerust, vernamen we dat Hotel Adlon in 1907 gebouwd werd door een zekere Louis Adlon. De stoet beruchte rijkaards, lummelende lieden van koninklijken bloede, al dan niet democratisch verkozen presidenten en sterren van meer dan zeven kunsten die er verbleef, vandaag voor de goedkoopste kamer aan 278 euro per nacht, is eindeloos. Naar het schijnt kreeg Marlene Dietrich in de bar ooit rozen geoffreerd van Charlie Chaplin. Een tiental jaar terug stak Michael Jackson zijn derde kind van elf maanden, Prince Michael II, over de rand van het balkon, om hem aan de verzamelde fans op de begane grond te showen.

Het nieuwe Adlon was in 1997 het eerste gebouw dat klaar was op het na de val van de Muur in 1989 helemaal vernieuwde plein.  Het Adlon was in 1945 ook het laatste gebouw dat in de buurt teloor ging. Niet door bombardementen of krijgsverrichtingen. Wel dankzij enige bemiddeling van soldaten van het Rode Leger die na het beëindigen van de vijandelijkheden op 2 mei de wijnkelder van het hotel binnendrongen en aan het zuipen en smoren sloegen. Daarbij staken ze niet enkel vuur in hun sigaar maar ook in het stro waarin sommige dure flessen in afwachting van hun consumptie rustten, waardoor het fiere hotel finaal toch in vlammen opging.

Het is misschien toeval, maar we horen rond ons  vooral Amerikaans Engels. Een tafel Amerikanen maakt van zijn neus omdat ze al twintig minuten wacht op een fles champagne en een gemengde schotel kaas. De jonge ober laat zich ootmoedig de les lezen. Een andere Amerikaan stuurt zijn eten terug omdat het niet gaar is en stort zich op de frieten in het kommetje ernaast, vóór ze helemaal koud zijn. Enkele kelners in das en vest lopen zwetend  achter elkaar aan om weer andere gasten van voedsel en drank te voorzien. Als alle spijzen op tafel staan en het bestek rikketikt, komt de laatste haastig aanlopen.  Met de onderleggers. Als hij op twee meter van zijn doel de zinloosheid van zijn onderneming inziet, maakt hij met een vlotte beweging rechtsomkeer en verdwijnt in de coulissen.  Een professional, de Amerikanen hebben zijn verkeerde timing niet opgemerkt.

Tijd om het sanitair te gaan bekijken. Een brede trap, veel langer dan naar de meeste latrines, extra large pissijnen maar gewone papieren handdoekjes en vertrouwde geuren.  We hadden beter verwacht. Bill Clinton ook al niet tegen het lijf gelopen.  Als we hebben afgerekend en vertrekken naar het Holocaustgedenkteken, staan er al andere Amerikanen klaar om ons tafeltje over te nemen.  Druk is het wel, onder de parasols van het Beluga-terras. Maar geen vodka-drinkers. Misschien wachten zij op het vallen van de nacht, als de Amerikanen die gezien willen worden gaan slapen zijn? Toch maar die wijnkelders in de gaten houden.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in geschiedenis, reizen en getagged met , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

3 reacties op Op het terras van hotel Adlon

  1. herman verheirstraeten zegt:

    Tja, de Adlon Kempinski, tegenwoordig een keten van vijfsterrenhotels. Dit is weliswaar volledig herbouwd…. Berlijn lag plat in ’45. Het wordt vooral door politici bezocht, omdat het dichtbij de Reichstag en het nieuwe Reichskanzlerambt ligt. Maar het ruikt er naar geschiedenis,- de “stars” van vandaag ontsieren het eigenlijk – net zoals de Walldorf in New York, ook al een préféré van Churchill. Of Alfonso XIII in Sevilla. Elke grote stad heeft zo een paar grandeurs. In Brussel zou je naar de Astoria gaan, of naar de Metropole. Ik verblijf graag in die dingen. Enfin, verblijven…een Jack Daniels on the rocks met een Montecristo in de bar van de Walldorf is al genoeg, of gaan ontbijten in de Métropole op het Brouckèreplein. Om dat op te snuiven moet je naar binnen gaan, vind ik, en niet enkel ‘een terrasje doen’. De bar van de Adlon is een luxueuse bijenkorf, maar het mist wat de statie van vroeger. Het plafond is er te laag misschien. Of mijn hoed te hoog?

    Like

    • Herman, ik zie je al zitten met je Jack Daniels en Montecristo… De Astoria kennen we natuurlijk goed, niet enkel van de persconferenties en perslunches van de VU, ook van er ooit te overnachten terwijl dat eigenlijk niet hoefde, maar ja het was toch betaald! Mijn vrouw is wel binnen een kijkje gaan nemen en ze vond het interieur met een fontein van olifanten prachtig!

      Like

  2. herman verheirstraeten zegt:

    Ja, zo’n dingen willen imponeren, niet? En het personeel denkt nogal eens van die grandeur over te nemen door zich wat kleinerend te gedragen, wat bijzonder irritant is. De Adlon is een mix van overdadig vertoon en (Duitse?) strakheid die van je kamer een ongezellige maar efficiënte bedoening maken. Er zijn maar weinig van die “groten” waarbij ik rustig kan wegdromen zonder dat men mij een complex probeert aan te smeren. Bij de Walldorf kan dat natuurlijk, maar dat heeft met de grappige vriendelijkheid van de Amerikaan te maken. De Spanjaard steekt wat strakker in zijn jacket, maar blijft degelijk en vriendelijk, zoals in het sprookjeskasteel van Alfonso XIII in Sevilla. Och ja, het zijn maar momenten, maar ik vergeet ze niet. Daarom ga ik graag naar Paradores in Spanje of Pousadas in Portugal. Grandioos en betaalbaar! Het ga je goed!

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s