Onder katharen, zonder corona (4)

Zondag is normaal een rustdag. Maar niet die zondag. Het was wel een feestdag: op ons programma stond de Peyrepertuse, een van de mooiste en grootste katharenburchten. Daarvoor moesten we zo’n vijftien kilometer stappen naar Duilhac-sous-Peyrepertuse, en dan alleen nog de steile heuvel beklimmen waarop de burcht als een kers op de taart wachtte.

Op de heuvelkam: het brokkelig silhouet van de Peyrepertuse

Eerst was er nog een gênant momentje in La Taverne. We waren de avond voordien, wellicht als gevolg van een hoog oplopende politieke discussie over de vraag of je bij een bedrijf kan eisen Nederlandstalig personeel te sturen om klussen in je woning uit te voeren, glad vergeten onze picknick te bestellen. Michèle trok een pruillip, toen we ons na het ontbijt realiseerden dat we ’s middags op onze kin zouden moeten kloppen als zij ons niet zou redden. Onze gastvrouw pijnigde haar hersens. Hoe moest ze dat oplossen? Gelukkig had ze nog wat pasta, waar ze wel wat hesp, kaas en tomaten onder kon mengen.

Een half uur later dan gepland liepen we weer langs de Sentier Cathare, met voldoende proviand en water voor een nieuwe dag. In de voormiddag een nogal saaie wandeling langs de heuvelflanken, opnieuw vergezeld van wolken vliegen. Gelukkig zagen we al snel in de verte het brokkelige silhouet van de Peyrepertuse op zijn bergkam afsteken tegen de blauwe hemel.

Aan het begin van de wereld, smaakt de pasta van Michèle eens zo goed!

We aten onze pasta op aan een smalle spleet in de rotsen die in mijn verdorven geest associaties opriep aan het beruchte schilderij l’Origine du Monde van Courbet. Ward nestelde zich er genoegzaam als een koning op zijn troon. Boven de Peyrepertuse merkten we nu ook parapenters op. Hoe heerlijk moet het niet zijn om daar te kunnen vliegen!

Na een afdaling in de vallei komen we al in de vroege namiddag aan in Duilhac. We verblijven in dit charmante Corbières-dorpje van pakweg 150 inwoners in de prachtige Hostellerie du Vieux Moulin, een hotelletje vlakbij het restaurant Auberge du Moulin, waar het terras op zondagnamiddag goed gevuld is. Naast het terras, onder een hoge rots, ligt de Fontein van de Liefde, een waterbekken met verschillende waterspuwers. Met z’n allen volgen we het voorbeeld van Ward, die er ter afkoeling zijn beide voeten in steekt. Alles voor de liefde!

Ons hotelletje Le Vieux Moulin in Duilhac-sous-Peyrepertuse

Tot onze aangename verrassing zien we Michèle van La Taverne met haar vriend op het terras zitten. Natuurlijk, het is zondag, en ook in de Languedoc houdt men dan van een stapje in de wereld of lekker uit eten. We bedanken haar voor de lekkere pasta en ze trakteert ons een biertje. ‘C’est normal quand même’, lacht ze, alsof dat echt zo is. Het koppel terug trakteren doen we niet, het is trouwens tijd om de klim naar de burcht aan te vatten en de dure omeletten liggen nog op onze maag.

Het smalle pad dat naar het bezoekerscentrum aan de parking onder de burcht loopt, is zoals verwacht van het zeer steile type. Zwoegend hijsen we ons naar boven. Als we aan de asfaltweg komen die naar de parking leidt, moet Bart zich vijf minuten neerleggen om bij te komen. Aan het bezoekerscentrum kopen we een half litertje gekoeld water aan de drankautomaat vooraleer we de laatste trappen naar de burchtruïnes bestijgen.

Parapente boven de Peyrepertuse

Het kasteel van Peyrepertuse ligt over een lengte van meer dan 300 meter en een oppervlakte van een hectare uitgesmeerd over de ruggengraat van de berg, tot aan de piek, de Roc Saint-Georges. Eigenlijk bestaat de site uit twee kastelen. De kasteelheer Guilhem de Peyrepertuse moest de oudste burcht tijdens de kruistocht tegen de katharen in 1217 overgeven aan Simon de Montfort, de aanvoerder van de Franse kruisvaarders.

De burcht valt in 1250 in de handen van de Franse koning Lodewijk IX, bijgenaamd de Heilige. Hij laat een nieuw kasteel bij bouwen, hoger op de heuvelkam naar de Roc Saint-Georges toe. Dit Castel San Jordi moet een koninklijke residentie voorstellen, waar ik, moest ik koning van Frankrijk geweest zijn, me zo weinig mogelijk zou laten zien. Zelfs al zouden mijn lakeien me in een draagstoel naar boven voeren langs de Escalier Saint-Louis, die monumentale trap die de koning met het oog op zijn visites liet aanleggen.

De burcht zou lange tijd een waakhond zijn aan de grens van Frankrijk en Spanje, die de komende eeuwen nog vaak grensconflicten zouden uitvechten. Met dat doel beschikte de burcht er ook over echte waakhonden. Maar het door zijn ligging zo moeilijk te overmeesteren Peyrepertuse zou nooit aangevallen worden. Het voor die reusachtige bebouwde oppervlakte klein garnizoen van negen sergeanten, een uitkijkpost, een kapelaan en een portier, kon met een kroes rode wijn binnen handbereik rustig soezen onder de zuiderse zon. Na de Franse revolutie werd het kasteel verlaten en zou het verval beginnen.

Van op de kantelen genieten we van het magistrale zicht op de Pyreneeën, de Pech de Bugarach, de Corbières, de burcht van Quéribus en helemaal aan de einder zien we door Barts verrekijkertje de witte stippen van zeilbootjes op de Middellandse Zee. Boven ons wieken gieren voorbij waarmee de parapenters, die niet meer nodig hebben dan een smalle weidestrook langs de asfaltweg om op te stijgen, wedijveren in het zweven op de thermiek.

Hmmmm! In cognac geflambeerde gamba’s!

De afdaling doen we in gebroken formatie. Zelf ren ik zo snel ik kan de berg naar beneden langs hetzelfde pad waarop we hem bestegen hebben. Ward haast zich langs de slingerende asfaltweg die aan de landingswei van de parapenters passeert en Bart en Kristel komen op hun duizendste gemak afgedaald. Als eerst aangekomene in het hotelletje grabbel ik een biertje uit de automaat en krijg ik van de receptioniste het voorrecht de kamer voor Ward en mij te kiezen. Ik ga voor de enige kamer met single bedden.

Om te dineren moeten we elders gaan: de Auberge de Moulin naast de deur van het hotel du Vieux Moulin doet geen avondservice in coronatijden. Het enige restaurant dat open is, wil ons wel ontvangen, maar eerst belt Bart eens met Frans van La Ligne Verte om ons ervan te vergewissen dat we op zijn kosten kunnen eten, zoals in ons arrangement was voorzien. Nu mijn broer dat weer in orde gebracht heeft, kunnen we ons in het restaurant eens lekker laten gaan. Ik bestel gamba’s geflambeerd in cognac!

Dit bericht werd geplaatst in Katharen, reizen en getagged met , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s