Solliciteren en zo (3): de interim

Elke dag checkt de Grijze Man de vacatures van de VDAB. Er zijn verrassend veel vacatures in het onderwijs, maar niet zoveel waarvoor hij zich geschikt acht. Leraar wiskunde worden bijvoorbeeld, of Frans, of als 60-plusser lichamelijke opvoeding geven, ziet hij voor zichzelf niet weggelegd.

Toen de VDAB vernam dat hij ook interesse heeft om leraar te worden, kreeg hij een opdracht: een online opleiding volgen die inzicht geeft in de basisregels van wat een leraar moet doen en kunnen. Die opleiding was wel interessant om het grotere plaatje van het onderwijs te zien. Hij heeft er bijvoorbeeld het verschil tussen een leerplan en een leerdoel geleerd.

Een tijdje geleden kreeg de Grijze Man telefoon van zijn zus, die leerkracht is in dezelfde middelbare school waarin zij en hij hun secundair onderwijs hebben afgewerkt. Zijn zus was, zoals velen, in ziekteverlof. Ze vroeg hem of hij haar niet wilde vervangen om Nederlands en Engels te geven. In een klas Latijn-Grieks en in de B-stroom van het secundair onderwijs. Na een gesprekje met de directeur ging de Grijze Man akkoord om eens te proberen voor of achterin de klas te staan. Van digibooks, smartschool of smartboards hoefde hij zich in deze interim nog niets aan te trekken. Ook het uurtje studiebegeleiding mocht hij skippen. Hij mocht van de directeur gewoon, zoals vroeger, met krijt op het bord schrijven.

Het les geven beviel de Grijze Man wel. De leerlingen van de Latijn-Griekse klas zijn uitbundig, energiek, leergierig, verstandig, soms ook sluw en doorgaans ambitieus. Op de eerste toets Engels die de Grijze Man van die bollebozen heeft verbeterd, haalde niemand minder dan 8 op 10. De tweede toets was veel minder. Het zou er zomaar aan hebben kunnen liggen dat de Grijze Man niet zo’n uitstekende leerkracht is als zijn zus.

In hun klas mee met een leerkracht die les geeft de leerlingen uit de B-stroom begeleiden, was voor de Grijze Man een heel andere ervaring. Leerlingen in de B-stroom hebben op het einde van de lagere school het getuigschrift basisonderwijs niet behaald. Daar kunnen veel redenen voor zijn: hun thuistaal is niet het Nederlands, ze hebben van die vervelende aandoeningen van de moderne tijd, als add of adhd. Sommigen hebben ook concentratieproblemen omdat ze te weinig slapen, bijvoorbeeld omdat ze tot een stuk in de nacht gamen. Gelukkig staan er daarom in de B-stroom gewoonlijk 2 leerkrachten. Eerlijk gezegd, die bijzonder beslagen co-teacher van de Grijze Man deed in de les eigenlijk alles.

Van de Grijze Man werd alleen verwacht dat hij mee de klas observeert, want regelmatig viel er daar een balpen of een heel kaft op de grond, legde iemand die het leren moe was zijn hoofd op de bank, zaten sommige leerlingen met hun stoel te wippen of maakten anderen storende geluidjes. Zich een lesuur lang concentreren op de leerstof, was van die leerlingen veel gevraagd. Teveel, eigenlijk. Af en toe liet de leerkracht eens iemand afkoelen in de gang. De Grijze Man herinnerde zich meteen dat hij daar als rebellerende puber ook wel een paar keer gestaan heeft.

Maar uiteindelijk is het met de Grijze Man toch ook goed afgelopen. Nu wel nog werk vinden! De nieuwe regering De Wever wil immers meer mensen aan de slag krijgen. Helaas heeft de Grijze Man nog geen succesvolle sollicitaties op zijn palmares kunnen schrijven. Een werkgever die iemand wil aanwerven die over een jaar of twee met pensioen kan, is nog niet op zijn pad verschenen.  

Geplaatst in politiek, samenleving | Plaats een reactie

Vogelsang

Tachtig jaar geleden werd het vernietigingskamp van Auschwitz bevrijd. Heel wat staatslieden en politici waren bij de herdenking, zondag jl. Met zijn scoutsstam duikelde de Grijze Man het voorbije weekend in de Eifel een minder zwaar op de maag liggend verhaal op. Hierin speelt Victor Neels de hoofdrol, een man die van verzetsstrijder tijdens de Tweede Wereldoorlog Belgisch legerofficier in Duitsland werd.

Denk nu niet dat de Grijze Man een tikfout in de titel van deze blogpost heeft geschreven. Het onderwerp van deze bijdrage heeft niets te maken met vogelzang, waarvoor de Grijze Man weliswaar ook belangstelling heeft, maar wel degelijk Vogelsang. Eerst was Vogelsang een voormalige Nazi-eliteschool, vervolgens een militair oefenterrein waar enkele vrienden van de Grijze Man tijdens hun militaire dienst werden opgeleid, en nu is het een natuurpark, een herinneringsplek en een tentoonstelling. Er is ook nog een overdekt zwembad met duiktoren en een restaurant.

De Grijze Man was het voorbije weekend op pad met oudscouts in het prachtige Duitse Eifel-natuurpark van Vogelsang, waar de lange afstandsroute Eifelsteig doorheen loopt. Er lagen nog vlekken van ongedooide sneeuw op weiden waar de zon niet bij kon. Op sommige wandelpaden was de sneeuw in een gevaarlijke ijslaag gemuteerd. De wandeling van circa 13 kilometer was hier en daar een stevige kuitenbijter, die enkele leden van het wandelgroepje flink deed zweten en hijgen.

Het natuurpark is zo’n 100 hectare groot, bebost en dooraderd met paden, wegen, rivieren, beken en weiden. De Ordensburg Vogelsang van de nazi’s is een van de grootste bouwwerken uit die barre jaren in Duitsland. Van 1934 tot 1941 was de Ordensburg een plek waar de toekomstige elite van de nazi’s werd opgeleid, ideologisch geschoold en fysiek getraind.

Toen de Tweede Wereldoorlog begon, trokken de mannen van de Ordensburgen mee ten oorlog. In de veroverde gebieden werden ze ingezet bij het Duitse burgerlijke bestuur. Daar ontpopten velen zich tot daders die de Duitse oorlogsmisdaden faciliteerden. Eind 1944 bombardeerden de Geallieerden onderdelen van het gebouwencomplex van de Ordensburg.

Na de Tweede Wereldoorlog vormde het Britse leger de Ordensburg om tot een militair oefenterrein: Kamp Vogelsang. Dat kamp werd in 1950 door het Belgisch leger overgenomen. In het nabijgelegen verwoeste dorp Wollseifen, waar de kerk, een kapel en het schooltje heropgebouwd werden, kwam er wat nieuwe huizen in snelbouwsteen bij om Belgische soldaten in opleiding te leren hun mannetje te staan in stadsgevechten.

Het Belgisch leger gebruikte Kamp Vogelsang tot 2005 als militair oefenterrein. Van 1970 tot 1980 was luitenant-kolonel Victor Neels de kampcommandant van Kamp Vogelsang. Als jongeling vocht Neels tijdens de Tweede Wereldoorlog als verzetsman tegen de Duitse bezetter. Na de oorlog sloot hij zich aan bij het nieuwe Belgische leger, dat bezettingssoldaten leverde in Duitsland. Daar leerde hij zijn latere Duitse vrouw Annelene kennen. In Duitsland leerde hij ook van de Duitsers houden.

Mede onder impuls van zijn vrouw spande hij zich in Kamp Vogelsang in om de levensomstandigheden van de Duitsers in de dorpen en steden rond het kamp te verbeteren. Na zijn pensionering in 1980 bleef hij in Duitsland wonen. Hij overleed in januari 2025, op z’n 100ste. In 2009 werd in het Vogelsang natuurpark een hangbrug geopend, die naar hem werd genoemd.

Geplaatst in cultuur, geschiedenis, natuur, Uncategorized, vriendschap | Tags: , , , | 4 reacties

Rondwandeling Haacht-Keerbergen-Tremelo-Ninde-Haacht

Op het kruispunt van vijf wegen waar de Grijze Man woont, staat een paal met een nummer op, 504, een wandelknooppunt. Terwijl Marianne babysitte op Finn trok de Grijze Man zijn wandelschoenen aan om te profiteren van het zonnetje. Met de wandelknooppuntenapp knutselde hij een lange wandeling ineen, die hem van nummer 504 in Haacht over de Dijle naar Keerbergen zou brengen, van Keerbergen naar Ninde, de Lozen Hoek en Tremelo en van daar terug naar de Dijle, de Damiaanbrug voorbij en dan de Keerbergsesteenweg en de Oude Hansbrug over, om terug te keren naar paal 504. Volgens de knooppunten-app: een toertje van 21,5 km.

Van het startpunt wandelde de Grijze Man Keerbergenbroek in, dat is een straat, jawel, tot aan de afspanning Hof ter Dijle, die hij links liet liggen en het pad naar rechts koos naar de Dijledijk. Het laatste stuk van dat pad is niet geasfalteerd. Het stond onder water. Meteen met natte voeten zijn wandeling moeten beginnen, was niet naar de zin van de Grijze Man. Op een kluitje aan de weide waar zes zwarte boerenpaarden graasden met hun gat gekeerd naar de wandelaar, zocht de Grijze Man zijn weg voorbij het ondergelopen pad, waar hij zich wist staande te houden door de prikkeldraad van de wei vast te houden om toch maar niet in het water te sukkelen.

Eens op de Dijledijk genoot de Grijze Man al van de zon bij het oversteken van de nieuwe Wittegoudbrug, voor fietsers en wandelaars. De dooi was ingezet, merkte hij. Aan de Dijlehoeve zag hij al van ver de sneeuw van het magazijndak schuiven. De kippen in de ren achter het gebouw beleefden er de schrik van hun leven. In de weiden langs de Dijle baadden exotische ganzen die opvlogen als de Grijze Man passeerde.

In het moerassige natuurreservaat Broekelei waar hij insloeg, stond het water natuurlijk ook nog hoog. Het was zoeken om droge voeten te houden langs het wandelpad. Het water op het pad verplicht de wandelaar om helemaal langs de kant te vorderen, waar struiken met lange, scherpe doorns een aanval pleegden op de jeansbroek en de blote handen van de Grijze Man. Hij werd één keer tot bloedens toe in een wijsvinger geprikt, maar na wat zuigen raakte het bloeden gestelpt.

Via de Spuibeekweg en de Mechelsebaan wandelde hij het dorp van Keerbergen in, waar hij op de Haachtsebaan belandde. Het was markt in Keerbergen, waar het koud maar toch gezellig druk was. Heel wat kramen die op de Haachtse markt staan doen ook Keerbergen aan. Hij passeerde wat verder het Sint-Michielsinstituut, een middelbare school, en sloeg op de splitsing links de Molenstraat in.

Hij was intussen het virtuele wandelnetwerk van de wandelknooppunten ingestapt. Die knooppunten staan niet langer op een paal gevezen, maar je vindt ze terug op de wandelknooppunten-app. Aan knooppunt 906 passeerde hij de Heimolen, die nog actief is, waarna hij de Achiel Cleynhenslaan insloeg en via de Torteldreef de Oude Putsebaan overstak om aan de Jachthoorndreef een nieuw natuurgebied te betreden. Het pad dat volgens de app door dit natuurgebied hoorde te lopen, was helaas ondergelopen. De Grijze Man sprak er een wandelaar met een grote hond aan. De man had een alternatief pad gevonden, dat mooi langs de vijver liep. Het was de eerste keer op zijn wandeling dat de Grijze Man een omweg moest maken wegens een overstroming.

Langs de Nachtegalendreef kwam hij terug op de Achiel Cleynhenslaan, waar hij links de Mosvennedreef insloeg. Toen hij op zijn app keek en wat uitzoomde, zag hij dat hij een tweede ring van dreven rond het meer van Keerbergen aan het volgen was. Die eerste ring rond het meer is beroemd om zijn kasten van villa’s. Maar ook op de tweede ring stonden reusachtige villa’s waarvan de bewoners flink wat vermogensbelastingen zouden kunnen opbrengen, mochten de socialisten het op dat punt voor het zeggen krijgen.

De Grijze man keek zijn ogen uit naar de panden die waren verrezen waar jaren geleden het bos van Keerbergen nog een groene gemeente maakte. Hier en daar boden immokantoren nog de laatste bouwkavels te koop aan. De Grijze Man spotte er met zijn nieuwe verrekijkertje, een kerstgeschenk van Marianne, een groene specht hamerend op een grove den. Het zou de enige specht zijn die hij zag. Drie andere kon hij alleen horen maar niet lokaliseren. Aan bakkerij Steeman sloeg hij rechtsaf de Nieuwstraat in om wat verderop voorbij Café Lozenhoek links de Lozenhoekstraat in te slaan.

De Grijze Man herinnert zich nog hoe hij als voetballertje bij de jeugd van Sparta Haacht tegen de Lozen Hoek Keerbergen moest spelen. Verliezen was dan geen optie, integendeel, er werd van de Spartanen verwacht om op de Lozen Hoek minsten met drie goals verschil te winnen. De prachtige nieuwe voetbalterreinen van Lozen Hoek zagen er echt wel heel mooi uit, met goed onderhouden grasmatten, mooie kleedkamers, een parking met laadpunten en een fraaie kantine. Welke voetbalminnende jongen of meisje zou daar niet willen leren shotten? Langs de Lupineweg belandde de Grijze Man in de Bollostraat, waar hij rechtsaf sloeg, de Mwami-Mutaradreef in.

Wablieft, Mwami-Mutara? Wat een exotische naam voor een dreef van bemiddelden in Keerbergen, bedacht de Grijze Man. Na enig opzoekwerk kwam hij aan de weet dat mwami in het Rwanda van vorige eeuw koning betekende. Mutara III was Rwandees koning van 1931 tot 1959. Deze Tutsikoning bekeerde zich tot het katholieke geloof en onderhield goede relaties met de Belgische expats en missionarissen. Mwami Mutara bracht in 1955 een bezoek aan Keerbergen. Er bestonden plannen om een stuk bos aan te kopen en er een residentie te bouwen, maar dat is er blijkbaar niet van gekomen. De mwami werd in 1955 wel benoemd tot ereburger van Keerbergen. Wat van hem in Keerbergen rest is een straatnaam. Volgens Wikipedia overleed mwami Mutara III in 1959 onder verdachte omstandigheden.

De Grijze Man belandt van de Mutaradreef zomaar in de Kruisheide, een klein maar fijn natuurgebiedje van 5 hectare bos en heide, in beheer door Natuurpunt. In dit natuurgebiedje loopt geen enkel pad onder water dankzij de zanderige heidegrond. De Grijze Man spot er een bank, spijtig genoeg nog bedekt met sneeuw. Hij eet er zijn boterhammetjes op en drinkt er een heet theetje uit zijn thermos, staande aan de besneeuwde bank. Vinken en mezen houden hem goed in de gaten. Een Vlaamse gaai waarschuwt de vogels uit de omgeving voor de indringer.

Via de Leeuwerikweg steekt hij de Tremelobaan over. Hij slaat de Secretarisweg in die na de Helskensstraat uitloopt op een onverhard pad. Voor zover het oog van de Grijze Man reikt, is dat pad ondergelopen. De Grijze Man ziet zich voor een vijver staan die de toegang tot het bos verspert. Hij moet op zijn schreden terugkeren om elders terug aan te pikken op zijn uitgestippelde route. Dat worden dus extra meters wandelen. De virtuele route stuurt hem daarna op een ander onverhard pad langs een beek, die na tweehonderd meter ook plaats maakt voor een meer. Opnieuw moet hij uitwijken en een alternatief zoeken. De Grijze Man ziet nu in zijn app dat hij zich in een overstromingsgebied bevindt. Hij komt in de buurt van de Grote Laak. Nog twee keer moet hij zijn virtuele route afbreken wegens overstromingen.

Via de Boterstraat houdt hij gelukkig de voeten nog droog tot hij in de Pater Damiaanstraat in Tremelo de brug over de Grote Laak oversteekt. Overal in de landerijen rondom zitten meeuwen, eenden en nog andere watervogels die de Grijze Man niet zo onmiddellijk herkent. Ook het pad door de akkers dat van daar naar de Damiaanbrug over de Dijle leidt, is ontoegankelijk door de overstromingen.

Er loopt gelukkig wel een onverhard pad naar de Pater Damiaandijk zoals de Dijledijk daar gedoopt werd. Na verschillende kronkels in de Dijle bereikt hij de Damiaanbrug. Onderweg heeft hij in zijn verrekijker een buizerd en een witte reiger gevangen. Hij zet er nu stevig een grote pas in, na al die omwegen op zijn route door de overstroomde paden. In zijn gedachten klinkt het uit zijn paracommandotijd als een mars: links, rechts, links, rechts. De dijk nodigt niet alleen uit tot joggen of fietsen, maar ook tot wandelen en marcheren.

Nadat hij de Keerbergsesteenweg in Haacht is overgestoken marcheert hij de Oude Hansbrug over. Hij volgt de Hansbrugweg die wat verder de Binnenbeek overbrugt, tot hij aan een afslag rechts een pijl met knooppunt 504 ziet hangen. Het is het laatste onverharde pad naar de vijfsprong op Puttekomheide waar hij woont.

Maar ook dit pad tussen de velden is overstroomd. Daar waagt de Grijze Man zich toch op de zompige akkers door de modder, tot waar de Binnenbeek een bocht maakt en net smal genoeg stroomt om de Grijze Man toe te laten erover te springen. In de modder mist hij zijn afsprong half. Het scheelt maar een haar of hij sukkelt op het einde van zijn lange tocht toch nog in het water.

Terug op de asfaltbaan van Puttekomheide stampt hij de modder van zijn wandelschoenen. Na een kleine kilometer ziet hij al van ver de paal van wandelknooppunt 504 staan. Na een warm stortbad krijgt hij alleen nog met moeite en pijn zijn linkerknie geplooid. Gelukkig is ’s anderendaags de pijn weer vergeten.

Geplaatst in De Grijze Man, Haacht, natuur, Uncategorized, vrije tijd | Tags: , , , | 1 reactie

Solliciteren en zo (2)

Op de website van de VDAB heeft de Grijze Man inmiddels een eigen plekje veroverd. Hij kan er sinds kort inloggen om te checken of er in de domeinen waar hij een job zou willen vinden en de regio waarbinnen hij dat praktisch vindt, de provincie Vlaams-Brabant dus, geen vacatures zijn die hem interesseren.

Een puntje van kritiek: het was de Grijze Man niet duidelijk of het Brussels Hoofdstedelijk Gewest op de VDAB-website ook onder Vlaams-Brabant valt. Dat blijkt niet het geval te zijn. Wat inhoudt dat hij telkens de postcode, de gemeente of de provincie moet aanpassen om een nieuwe zoektocht door het vacaturebos aan te vatten.

Gelukkig is het puntje van kritiek overkomelijk: met Brussel in te vullen, waarna er Brussel (Regio) in de zoekbalk verschijnt, krijgt hij wel toegang tot vacatures in de 19 Brusselse gemeenten. Maar dan vroeg de Grijze Man zich af hoe dat met Actiris zit, een Brusselse gewestelijke instelling die zowat hetzelfde doet als de VDAB. Wel, de website van Actiris ziet er ook ongeveer hetzelfde uit als die van de VDAB. Er is wel een groot verschil: op de site van de VDAB stonden er vandaag (9/1) 209.874 jobs, op die van Actiris 29.263.

Maar ook bij Actiris kan je je inschrijven om vacatures te screenen. Je kan er ook je persoonlijke ruimte aanmaken (My Actiris), in het Engels jawel, en je kan er ook je bewaarde vacatures onderbrengen. Na even scrollen op Actiris heeft de Grijze Man ook gezien dat heel wat VDAB-vacatures ook op de site van Actiris verschijnen. Wie weet kan dat ook allemaal op de website van Forem, de Waalse hulplijn voor werkzoekende Franstaligen.

In zijn persoonlijke ruimte op de VDAB-site heeft de Grijze Man intussen enkele interessante sollicitaties verzameld. Van sommige kandidaat-werkgevers krijgt hij geen antwoord. Van andere zijn de antwoorden conditioneel: er moeten proeven afgelegd worden, bijvoorbeeld. Of hij moet op gesprek komen, maar dat is bij sommigen nog niet zeker.  

In die persoonlijke ruimte heeft de Grijze Man ook zijn cv gepubliceerd. Tot zijn verbazing ving hij meteen na die publicatie verschillende partners van de VDAB in zijn mailbox. Zouden die externe partners kunnen meelezen in zijn persoonlijke ruimte? Of krijgen ze alleen inzage in zijn cv? Hij wist niet eens dat de VDAB met zoveel partners samenwerkt. Zij hebben eigen vacatures, voorstellen, opleidingen, workshops, teveel om op te noemen. Daarom wellicht zijn ze allemaal in een extranet verzameld.

Het wordt de Grijze Man en wellicht nog wel enkele andere oudere werklozen zo wel een beetje ingewikkeld gemaakt. Maar goed, arbeidsbemiddeling is in deze onzekere tijden niet eenvoudig, zeker nu er zoveel mensen hun werk verliezen.

Om hem als nieuwbakken werkzoeker een hart onder de riem te steken, kreeg de Grijze Man in een telefoongesprek met een vriendelijke dame die beweerde dat ze voor de VDAB werkte en die veel jonger klonk dan de Grijze Man, wat extra uitleg. Ze stelde hem voor om een afspraak te beleggen met een gespecialiseerde consulent voor oudere werkzoekenden die op een paar jaar van hun pensioen ontslagen werden. Op dat voorstel wil de Grijze Man volgaarne ingaan. Volgende week donderdag is het zo ver. Spannend. Het doet hem als bijna gepensioneerde denken aan de examenstress in de humaniora. Morgen, weer of geen weer, werk of geen werk, gaat de Grijze Man wandelen.

Geplaatst in Brussel, De Grijze Man, samenleving | Tags: , , | 1 reactie

Solliciteren en zo

Sinds de Grijze Man het slachtoffer werd van een collectieve ontslagronde op het kabinet van een minister voor wie hij meer dan tien jaar heeft gewerkt, ziet hij zich, op iets meer dan twee jaar van zijn vervroegde pensioenleeftijd, genoodzaakt om een nieuwe job te zoeken.

In een afscheidsgesprek gaf de minister toe dat dit geen makkelijke opdracht zou worden. Maar hij verzekerde de Grijze Man dat hij mee zijn gewicht in de schaal zou werpen om hem aan een nieuwe baan te helpen. Sinds half juli heeft de Grijze Man hem niet meer gehoord. In tegenstelling tot enkele ex-collega’s die wel eens wilden weten hoe het met de Grijze Man was gesteld.

Intussen is hij op eigen houtje een baan aan het zoeken. Om te beginnen sloot hij zich aan bij de vakbond van de partij waartoe de meeste van zijn politieke werkgevers behoren of behoorden. Daar raadde men hem aan om meteen een login te creëren bij de VDAB, de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling.

Een uitstekende tip, want op de VDAB-site vond hij een massa vacatures. De Grijze Man koos voor drie beroepsdomeinen: communicatie, onderwijs en overheid. Hij begon ook meteen te solliciteren. Naar een baan als niet-permanent redacteur in het Vlaams Parlement bijvoorbeeld, via een selectiebureau. Of naar een job als leerkracht Nederlands voor de derde graad in Don Bosco Haacht, waar hij zijn humanioradiploma heeft behaald. Of in een Syntra-opleidingscentrum waar zijn cv dankzij een goede vriendin misschien de ronde doet.

De Grijze Man zou er niet voor terugschrikken om terug op zoek te gaan naar een job in de politiek. Op een kabinet van een jonge beloftevolle schepen in een grote stad bijvoorbeeld; of als parlementair medewerker van een geroutineerd dan wel startend parlementslid; of misschien kan hij terug adjunct-woordvoerder worden bij zo’n minister die ooit als woordvoerder voor het politieke pad heeft gekozen? Keuze genoeg, lijkt het wel. Maar zo simpel is het niet. Want niemand greep tot nog toe meteen naar zijn telefoon. Het zal de leeftijd zijn. Die van de Grijze Man, voor alle duidelijkheid.

Gelukkig is hij nog gezond. En amuseert hij zich nog goed al schrijvend, wandelend en reizend.

Geplaatst in De Grijze Man, politiek, samenleving | Tags: , , | 5 reacties

Histories uit het Pajottenland

Maurits Van Liedekerke, de man die me de liefde voor de journalistiek en het schrijven heeft bijgebracht, publiceerde onlangs een boek met drie verhalen die te maken hebben met het Pajottenland. Maurits, die dit jaar 80 wordt, was hoofdredacteur van het weekblad Wij, het partijblad van de Volksunie, waar ik mijn eerste stappen zette in de journalistiek.

Maurits kan het schrijven en dichten nog altijd niet laten, dacht ik toen hij me vertelde over zijn nieuw boek. Hij brengt er drie “Histories van bij ons” in herinnering. Met van bij ons bedoelt hij het Pajottenland. Ik wijd u graag in de eerste 2 verhalen in.

In het eerste verhaal plaatst hij Pol de Mont centraal, wiens geboortehuis vlakbij de kerk van Wambeek gelegen is. De Mont was een schrijver, dichter en studentenleider uit de negentiende eeuw, geboren in 1857. Maurits focust zich op zijn gedicht “Aan mijn Payottenland”, dat De Mont in 1924 publiceerde.

De Mont, schrijft Van Liedekerke, was in zijn tijd een bezielende figuur in literaire en culturele middens. Het beste bewijs daarvan vindt Maurits in het Gulden Doek van Vlaanderen, een schilderij van kunstschilder Hendrik Luyten. De schilder bracht 120 personages die iets te maken hadden met de geschiedenis van Vlaanderen en de Vlaamse ontvoogdingsstrijd samen op één schilderij. In hun midden staat Pol de Mont, alsof hij een koor van (overwegend) mannen dirigeert.

In het land van de aardbeien

In een tweede historie, getiteld “Au pays des fraises”, belicht Maurits het land van de aardbeien, dat de jonge socialistische “Belgische Werkliedenpartij” (BWP) van Brussel, met Emile Vandervelde als voorman, wilde veroveren als electoraal wingewest. De socialisten richtten daartoe coöperatieven op, zoals de Laiterie d’Herfelingen in Herfelingen, waar ze het socialisme trachtten te initiëren in een landelijk dorp, nog oerkatholiek. Ze probeerden er belangstelling te kweken voor coöperatieve vennootschappen en vriendschapsbanden te sluiten met de boerenfamilies, om hen te bekeren tot het socialisme.

De BWP kreeg het overigens ook aan de stok met een andere concurrent: de daensisten. Priester en Pieter Daens hadden in die jaren ook niet stil gezeten. Hun aanhang was trouw en omvangrijk in de kantons Asse, Halle, Wolvertem en Lennik. Daensisten steunden ook de hopboeren in Asse en Aalst en de steenbakkers in Brabant. Daens werd in 1902 verkozen tot kamerlid voor het kiesarrondissement Brussel.

Wat de socialisten ook hinderde bij hun politieke verovering van het Pajottenland, was de taalproblematiek. De Brusselse socialisten waren overwegend Franstalig en Nederlandsonkundig. Het was wachten tot Camille Huysmans, een Limburger, in 1897 naar Brussel verhuisde. Hij stichtte er “De Gazet van Brussel”, met als ondertitel “Dit is een weekblad voor alleman”. 

Hoe moeilijk de Brusselse Franstalige socialisten het over hun hart kregen om een woordje Nederlands te leren, illustreert Maurits met het voorbeeld van de overal ter wereld geprezen PS-politicus Paul-Henri Spaak, die nooit één gebenedijd woord Nederlands sprak, ook niet wanneer hij in het Pajottenland op meetings ging spreken.

Zelfs de jonge Louis Tobback herinnert zich volgens Maurits nog hoe hij als verse BSP-kandidaat op een meeting in Tervuren het woord in het Nederlands mocht voeren na de grote Paul-Henri Spaak, die zijn Vlaamse toehoorders enkel in het Frans toesprak.

Na de Eerste Wereldoorlog kwam er dan ook nog een nieuwe partij op het politieke speelveld. Bij de eerste verkiezingen na WO I, volgens het algemeen enkelvoudig stemrecht, waarbij de vrouwen toen nog niet mochten stemmen, behaalde de nieuwkomer Frontpartij meteen 5 zetels, met onder hen een opkomende ster uit het Pajottenland: Gustaaf De Clercq. Na de parochiehuizen van de katholieken, de volkshuizen van de socialisten werden er nu Vlaamse Huizen opgericht.

Van Liedekerke citeert nog een conclusie uit een studie van prof. Jan Craeybeckx die het mislukken van de socialistische verovering van het Pajottenland illustreert: “de zo goed als volledige mislukking van de BWP bewijst hoe ver  het collectivisme verwijderd lag van de boerenmentaliteit. De landbouwers hebben nooit proletarische reflexen gehad. Het platteland is bij ons, zoals in diverse andere landen met een gelijksoortige agrarische structuur, een “terra incognita” gebleven voor de socialisten. Het feit dat de katholieken de dorpen onder hun controle hebben weten te houden, heeft in Vlaanderen bijgedragen tot het verhinderen van een doorbraak van de BWP.”

De derde historie over het Pajottenland vertelt het verhaal van de verfransing van Edingen.
Rep u naar de boekhandel of bibliotheek!

“Histories van bij ons. Aan mijn Payottenland. Au pays des fraises. De taalstrijd om Edingen.” Maurits Van Liedekerke, 2024.

Geplaatst in cultuur, geschiedenis, literatuur, politiek | Tags: , , , , , , , , , | Plaats een reactie

4321, het magnum opus van Paul Auster

Zo ongeveer sinds we afgestudeerd zijn en ik mijn legerdienst achter de rug had, spreek ik geregeld af met mijn studiemakker Geert uit West-Vlaanderen (eerst in Ieper, later in Kortrijk). In de jaren dat we een kroost kregen, viel onze afspraak al eens in het water, maar de jongste jaren hernamen we jaarlijks ons rendez-vous, doorgaans in het tussen ons vrij centraal gelegen Gent. Sinds kort komen er ook visites bij: Geert en Mieke komen al eens naar Haacht en Marianne en ik rijden al eens naar Kortrijk.

Bij ons laatste bezoek aan Kortrijk kwam Geert met een klepper van een boek aandraven, met de rare titel 4321. Het was een roman van de Amerikaanse auteur Paul Auster, een favoriet van Geert. Auster was op 30 april 2024 thuis overleden aan de gevolgen van longkanker. Ik had er in het nieuws over gehoord, maar ik kende de man eigenlijk niet.

‘Dit moet je lezen!’, zei Geert enthousiast. De cover overtuigde me nog niet echt. Bovendien telt de roman meer dan 930 bladzijden. Zo vertrok ik met dat dikke boek naar huis. Vorige week had ik het uit, vooral dankzij het lezen op het vliegtuig. Ik vond het een prachtig boek, om velerlei redenen. Maar het bulkt ook van de namedropping van andere auteurs, regisseurs, politici, media, steden, buurten, universiteiten en honkbalploegen, vooral uit de VS.

Indien u Auster-onwetende bent, vraagt u zich ongetwijfeld af waar die rare titel 4321 op slaat. Ik had het er zelf ook lastig mee om die titel te begrijpen. Want Auster maakt dat raadsel pas helemaal duidelijk in de laatste bladzijden. Maar sta me toe de naam van het hoofdpersonage uit het boek vrij te geven: Archie Ferguson. Als je 4321 leest, krijgt je vier versies van het hoofdpersonage op je bord.

Het verhaal speelt zich af van 1947, het geboortejaar van Archie, tot 1971. Archie groeit op in een middenklassegezin van joodse origine. Zijn vader Stanley baat met zijn broers een zaak met elektrische apparaten uit, zijn moeder Rose runt nu eens een bescheiden fotostudio in de buitenwijken, is in een ander leven een bekende artistieke fotograaf en in een derde leven van Archie is ze fotojournalist. In al zijn levens heeft Archie een boon voor zijn nicht Amy Schneiderman.

Binnen dat kader laat Auster zijn Archie in vier levens gelijke dingen doen maar ook andere. Zo heeft zijn relatie met Amy bijvoorbeeld vier verschillende gedaanten. De ene Archie heeft met Amy een diepe liefdesrelatie, in een andere wordt ze zijn “no go” stiefzus. In één versie van Archie is hij zelfs biseksueel. Maar in alle versies ontwikkelt hij zich tot een schrijver, weliswaar van verschillende genres, van korte verhalen en vertaler van gedichten, tot journalist en fictieschrijver.  

Auster laat het lot bepalen hoe Archie zich ontwikkelt. Alle Archies houden ook van film, honkbal en Frankrijk. Ook de omgeving waarin Auster Archie situeert varieert. Vooral in de jaren zestig is het politieke klimaat erg woelig, met de moord op Kennedy, maar ook de strijd voor burgerrechten voor de zwarten, de onlusten en grote studentenprotesten aan elite-universiteiten over de interventie in Vietnam, die uitgroeit tot een controversiële oorlog, of de rassenrellen tussen zwarten en joden. Conflicten waarover ik en wellicht ook Geert heel wat gelezen hebben.

Dat de vier levens zich in andere richtingen ontwikkelen, maakt het voor de lezer ingewikkeld. Zeker als je zoals ik het boek vooral leest voor het slapen gaan of op het vliegtuig… Vooral in het begin van het verhaal is de verleiding groot om terug te bladeren. Overleed de vader nu bij deze Ferguson of bij een andere? Scheidde zijn moeder of hertrouwde ze gewoon omdat haar man overleed? Was het Ferguson nummer één, twee, drie of vier die uit een boom viel, bij een ongeval enkele vingers verloor, of doodgereden werd op de dag van zijn romandebuut? Welke Ferguson was ook weer zo hetero dat hij voortdurend achter zijn pik aan liep?

In principe maakt het niet echt uit, omdat alle gebeurtenissen in de verbeelding van de lezer samensmelten. Wat me bij het lezen van 4321 soms heeft gestoord, is de grote Amerikaanse namedropping van schrijvers, dichters, uitgevers, proffen, perslui, … van wie het boek wemelt. Dat en die ellenlange volzinnen die Auster construeert. Maar er zijn natuurlijk wel meer auteurs van wie ik hou, die zinnen van meer dan een pagina vullen zonder je te vervelen.

4321 was een bijzonder aangename kennismaking met de helaas wijlen Paul Auster. Nu moet ik het boek helaas geretourneerd krijgen naar Kortrijk. Maar daar had Geert al een oplossing voor: we zullen nog eens in Haacht afspreken met onze andere studiemakkers Bert en wie weet Michiel. Hou jullie alvast klaar voor maart, kerels! Er volgt een uitnodiging.

Geplaatst in cultuur, geschiedenis, literatuur, vriendschap | 1 reactie

Een torenruïne, een rare Christus, verbrande bossen en een roodzwart sjaaltje in Pinos del Valle

Een van de vele mooie dorpen doordrenkt van geschiedenis in de Lecrínvallei van Andalusië, is Pinos del Valle. Van aan de Parada, het dorpscafé van Guájar-Faragüit, neem je de vijftien kilometer kronkelende weg omhoog langs de begraafplaats naar Pinos del Valle, het dorp van het schilderij dat de naam draagt van de Heilige Christus van de Schoen.

Bij een eerder bezoek met vrienden aan Pinos, vatten we het plan op om die beroemde wandeling naar de Ermito del Santo Cristo del Zapato, waar het schilderij of alleszins een kopie ervan hangt, eindelijk eens te doen. De klim van de berg Chinchirina is steil, maar de afstand valt met 5 kilometer best mee. Daarom breide Marianne een tweede stuk aan de wandeling, die ons met een totaal van zo’n 12 kilometers en een 800 hoogtemeters terug aan de parking in Pinos zou brengen waar we onze auto hadden achtergelaten.

Vooraleer we aan het vertrekpunt in Pinos zouden kunnen uitstappen om de klim naar de Ermito del Santo Cristo del Zapato aan te vatten, reden we de slingerende weg op langs de Torre de la Cebada. Ook die hadden we al eens eerder verkend en gefotografeerd. Helaas is de torenruïne van de Torre de la Cebada helemaal voor het publiek afgesloten. Lang geleden was het een strategische plek, van waar je elke aanval langs de kust kon zien aankomen.

De toren van Cebada zit tegenwoordig zoals vele wit geverfde gebouwen in een roestbruine jas, dankzij de aanvoer van okerkleurig Saharazand. De ruïne was vroeger in handen van de christelijke graaf van Tendilla maar viel na een opstand van de Moren in de regio in moslimhanden.

Verder naar Pinos kruisten we tal van amateurcoureurs en maar een tweetal auto’s. Het was zondag, feestdag voor de fietsers en wandelaars. We parkeerden aan de Casa del Patio op een hoogte van 650 meter, regen onze wandelschoenen aan de voeten en vatten de slingerende klim aan naar de top van de Chinchirina, op 1.060 meter.

Het pad was vrij breed, met stenen bezaaid, af en toe plat, maar doorgaans steil tot heel steil. Veel wandelaars waren al vroeger op pad als wij, en kruisten ons in de afdaling. Boven kregen we al van ver de witgeverfde Ermito in de gaten. Een lange sliert ouden van dagen in een hemelsblauwe fleece gehuld met de naam van hun wandelclub op geborduurd, daalde net de trappen af die van het monument naar het bospad leiden. Op de top zat een verliefd koppel van middelbare leeftijd op de rand van de daar gelegen era, de ronde stenen vloer waarop de Moren vroeger dorsten, elkaar te zoenen. Daar hielden ze prompt mee op toen wij de brooddozen met onze lunch uit onze tochtrugzakken haalden.

Maar wat een magistraal zicht op de vallei heb je van daar! In de verte ligt westelijk Lanjarón in de Alpujarras, erboven zie je de bergen van de Sierra Nevada, op de kammen al ingedekt door laagjes sneeuw. Onderaan de Chinchirina glimt Pinos del Valle van trots en wat verder omhoog ligt het stuwmeer koningsblauw te schitteren in de zon alsof hier nooit waterschaarste heerste of Dana langs is gekomen.

In de kapel van de Ermitage hangt het schilderij, of een kopie ervan, met die Christus van de Schoen, verkleed als priester, geflankeerd door de patroonheiligen van Pinos del Valle, San Roque en San Sebastián. Het minder dan duizend zielen tellende dorp telt twee kerken, waarvan die in het bovendorp gewijd is aan San Sebastián.

Over dat schilderij is er de jongste eeuwen heel wat te doen geweest. Een herder zou het hebben gevonden op de top van de Chinchirina. Vervolgens werd het naar het dorp gebracht. Maar de volgende dag, zegt althans de legende, verscheen het weer op de top  van de berg. Drie maal zou het zo terug naar beneden naar de San Sebastiánkerk zijn gebracht.

Na al die weetjes opgeslagen te hebben, daalden we de berg weer af tot we aan de afslag kwamen van de Sendero del Jabalí. Dat pad, gemarkeerd met roze pijlen geschilderd op stammen en stenen, slingerde met weinig hoogtemeters langs de bergflanken. Om onze wandeltocht te vervolmaken, sloegen we het in. Ergens aan rotsen die het talent hadden om stoel te worden, verhuisden we onze picknick naar onze magen ter vertering.

Wandelend door het verbrande woud boven Pinos del Valle

Gaandeweg ging het bos waar het pad door liep, over in een verbrand bos. De stammen waren zwart geblakerd, de toppen dood. De bosbranden van 2022 in de Lecrínvallei laten nog altijd over duizenden hectaren hun sporen na. Op de bodem schoten wel al nieuwe scheuten de zon tegemoet. In het opkomend struikgewas was het leven weer begonnen.

Ons pad liep omhoog en omlaag tussen de dode bomen, waar roodstaarten en mezen ons nieuwsgierig kwamen monsteren. Eén keer moesten we klauteren om een dode boom met zwarte takken die over het pad was gevallen, te overmeesteren. Het langgerekte pad bracht ons naar een betonbaan die uitmondde in uitgestrekte olijfgaarden waar de boeren al aan het oogsten waren geslagen. Na de laatste kilometers op vers beton bereikten we weer de plek waar onze huurauto ons stond op te wachten.    

Marianne stelde voor om nog iets te gaan drinken in de bar Venezia. Het terras buiten was helemaal bezet. Binnen speelde er een voetbalwedstrijd op de televisie. Rond de tv hing het vol met sjaals die supporters hier gedoneerd hadden. Van de grote ploegen als Real Madrid en Barcelona, PSG, Bayern of Man City tot kleinere Spaanse ploegen uit de tweede klasse. Slechts één Belgische ploeg had ook een sjaaltje hangen in Bar Venezia. Het in roodzwarte kleuren opererende FC Beringen, dat tot het begin van de jaren tachtig in eerste klasse speelde. Supporters uit België worden dringend verzocht Bar Venezia in Pinos del Valle te bezoeken en een supporterssjaaltje van hun favoriete club mee te brengen!

Geplaatst in cultuur, geschiedenis, natuur, reizen, Spanje, vrije tijd | Tags: , , , , | Plaats een reactie

El Torcal de Antequera

Zomaar op den bots vertrekken naar Spanje. Daar hebben we de afgelopen week geweldig van genoten. Terwijl ik nog wat verder werkte aan een boek, had Marianne al een hotelletje geboekt op twintig minuten rijden van Malaga, waar onze vlucht met vertraging was aangekomen. Laat op de avond arriveerden we in de Hacienda Fresneda Maria in de nacht dat Sinterklaas de kinderen verraste. Wij moesten niet door de schoorsteen aangezien we de code hadden gekregen om via de grote poort het domein tussen de olijfgaarden te betreden.

Na een zalige nacht onder de dakbalken van onze hacienda en een ontbijt met alles erop en eraan vertrokken we ‘s ochtends met de huurauto voor een rit van een half uurtje naar El Torcal de Antequera. De stad Antequera, ruim 40.000 inwoners rijk, ligt zo’n 50 kilometers ten noorden van Malaga. Het natuurpark van 1.171 hectare bestaat al van 1929. Het is gekend voor de in lagen gevormde rotsen uit de karstperiode. De hoogste top van het park bevindt zich op 1.336 meter.

Op de parkings van het natuurpark was het al een komen en gaan, in goede banen geleid door parkingboys en -girls. Een bus bracht bezoekers die opzagen tegen de wandeling naar de hoogten van het park voor een schijntje tot aan het bezoekerscentrum. Wij gingen te voet tot aan de toppen van wat we het pannenkoekenpark doopten. Wat dit kleine gebergte zo bijzonder aantrekkelijk maakt, is de pannenkoekachtige vorm van het gesteente. Het natuurpark puurde daar een erkenning uit als Unesco-werelderfgoed.

Maar hoe kwam het toch dat er zoveel bezoekers het plan hadden opgevat om op Sinterklaasdag ook naar Torcal de Antequera te willen trekken? Zou 6 december in Spanje misschien een feestdag zijn ter ere van Sinterklaas? Neen dus. Op 6 december vieren de Spanjaarden de goedkeuring van de grondwet in 1978 middels een referendum, na de dood van Franco drie jaar eerder.

Op het einde van onze parking gaf een richtingwijzer het pad aan naar het bezoekerscentrum. Goedgemutst begonnen we te klimmen. Het pad slingerde langs enkele ruïnes en uitkijkpunten omhoog. Na een klein uurtje stijgen kwamen we aan de hoger gelegen parkings en het moderne bezoekerscentrum, waar je alles aan de weet kan komen over die vreemde stapels pannenkoeken uit rotsen van kalksteen, over het struikgewas en bos, verspreid over twaalf vierkante kilometer.

Tussen de rotsen en bergen lopen gemarkeerde paden om naar ieders gading (makkelijk, gemiddeld of lastig pad) te klimmen en te dalen of je te verbergen in rotsspleten en grotten. We hadden inmiddels een hongertje gekregen. Gelukkig was er in het bezoekerscentrum een restaurant en cafetaria, waar we dankbaar gebruik van maakten. Helaas was de gazpacho door de grote drukte al uitgeput, maar we kregen een minstens even lekker alternatief in een ruim soepbord voorgeschoteld, de porra, een streekgerecht. Die porra is dikker dan de gazpacho, legde de ober uit, en wordt bereid met tomaten, paprika’s, look, eieren, serranoham en olijfolie. Eten en drinken dus!

Na onze rondwandeling tussen de spelonken en spleten, de klimmetjes en beekjes, het struikgewas en de bomen, de kleine zangvogeltjes en de grote roofvogels, de zoogdieren groot en klein die zich die drukke dag amper lieten zien, hadden we al een flink aantal kilometers stijgen en dalen in de kuiten.

Marianne verkoos met de bus terug te keren naar de parking. Zelf greep ik de gelegenheid aan om het wandelpad naar beneden zo snel ik als zestiger nog kon naar onze huurauto toe te lopen, gewoon om te zien of ik dat nog kon. Ik kwam twee minuten na Marianne aan, omdat ik in mijn haast dwaasweg de laatste afslag had gemist en dat pas driehonderd meter verder doorhad.

Gelukkig was de volgende dag een rustdagje aan zee, waar we slenterend langs het strand van Salobreña pootje baadden en ons gelukkig prezen uit het koude en natte België ontsnapt te zijn. De stijve benen nam ik graag op de koop toe.

Geplaatst in natuur, reizen, Spanje, vrije tijd | Tags: , , , | 1 reactie

Bij Dries in Brakel

Het moet de moeite waard zijn, zo zei de Grijze Man streng tegen Marianne, om op een vrije zaterdag anderhalf uur te rijden naar de Vlaamse Ardennen, voor een wandelingetje, een soepje en een optreden in een huiskamer. Een halve dag later spinde de Grijze Man op de terugweg nog van plezier en genoegdoening als een oude kater. Dries kon niets meer fout doen.

Dries was een verre vriend van Marianne die in Brakel woont. Jaren geleden ging Marianne wel eens wandelen met een clubje wandelaars die de stapschoenen van Dries volgden. De Grijze Man overwon zijn aanvankelijke huiver voor dergelijke nieuwe ontdekkingen toen hij vernam dat ook Patricia en William van de partij zouden zijn. Zo had hij toch tenminste William aan zijn zijde bij het wandelen, de eerste activiteit op de agenda.

Brakel, de thuishaven van de familie De Croo, is een gemeente met veel dorpen, landelijke weiden, akkers vol vette aarde, heuvelige bossen en smalle baantjes. Omdat het huis van Dries langs zo’n smal baantje gelegen was, had hij de genodigden die met de auto zouden komen, verzocht om te parkeren aan de kerk van Everbeek. Wat betekende dat wie aan die verzuchting tegemoetkwam, nog anderhalve kilometer extra wandelen voor de boeg had. De Grijze Man hield zijn diepe zucht binnen zijn longen.

De organisator verwelkomde Marianne en de Grijze Man in zijn woonkamer die vol stond met houten banken en een kleine open ruimte voor de muzikanten, die enkele uren later zouden opdagen. Dries, op het eerste zicht een overjaarse hippie, had zijn bottines al aan, die vol modder hingen. Modderpaadjes waren dan ook de wegels waarlangs hij zijn vrienden en aanhangers leidde, in eerste instantie terug naar de kerk, zij het op een alternatieve wijze door de velden.

Aan de kerk stonden er nog verschillende wandelaars op hem te wachten. Blijkbaar had niet iedereen dezelfde consignes gekregen. Nu goed, na even stampen met de voeten tegen de koude wind, togen we met Dries op pad, met inmiddels meer dan twintig wandelaars in zijn zog. Veel mooie vergezichten onderweg, smalle modderige paadjes, drassige weiden en bossen. De apotheose was een ondergelopen pad op enkele honderden meters van het huis van Dries, dat naast een prikkeldraad links en een vettige akker rechts lag, waar iedereen onverwachts toch een manier vond om er min of meer met droge voeten door te bunkeren.

In de woonkamer vol banken hadden de kaboutertjes inmiddels verschillende schoteltjes met versnaperingen allerhande geplaatst, naast frisdranken, sterke bieren en lekkere rode en witte wijntjes. Al dat lekkers was tegen zeer democratische prijzen verkrijgbaar, mits de eurootjes in een weldoorvoed spaarvarkentje gedeponeerd werden. Na een aperitiefje volgde er een soepfestijn met hete vissoep en hete champignonsoep, bereid door enkele vriendelijke dames in de keuken. Spijtig genoeg was de champignonsoep op vooraleer iedereen ze had kunnen proeven.

Maar niet getreurd, de muzikanten waren gearriveerd. Ze waren welgeteld met twee, een vrouw en een man. De vrouw speelde accordeon, de man bespeelde afwisselend twee instrumenten, een klarinet en een basklarinet, een bijzonder groot blaasinstrument waarmee de Grijze Man voor het eerst kennis maakte. Het was een haast sacrale belevenis om in die huiskamer, met amper twee muzikanten de nummers en de verhalen te beluisteren van Sara Salvérius. Sara vertelde tussen de nummers immers over de belevenissen die ze als artiest bij elkaar had gesprokkeld bij de bewoners van een woonzorgcentrum in Anderlecht. De muziek van beide muzikanten en de verhalen van Sara waren prachtig.

Sara met haar accordeon rechts, links de gewone klarinet en de grote basklarinet

Zelfs de Grijze Man was geïmponeerd door het optreden. De mimiek en de emotie die Sara uit haar accordeon puurde en versterkt met haar verhalen uit het woonzorgcentrum naar de toehoorders zond, raakten hem diep. Blij als een kind verliet hij het huis van Dries met de cd Equinox van Sara Salvérius. Bovendien waren Patricia en William zo vriendelijk om de Grijze Man en Marianne met hun wagen terug naar de kerk van Everbeek te voeren. Dat scheelde anderhalve kilometer klimmen in het duister. En als Dries nog eens iets organiseert, mag hij de Grijze Man en Marianne zeker niet vergeten uit te nodigen.

Geplaatst in cultuur, natuur, vriendschap | Tags: , , | 3 reacties