Terug naar Arnocamps in Herbeumont-sur-Semois (3)

Het weer tijdens onze mini-vakantie in Herbeumont is helaas zeer wisselvallig. Vanaf 11 u ’s morgens voorspellen de weermakers een lange dag van regenbuien en een volgende dag van nog meer regenval. Maar dat laten we niet aan ons hart komen. Welgezind rijden we terug richting Bertrix waar we in alle droogte een toeristische attractie bezoeken die we in al die jaren van kamperen bij Arno telkens hebben overgeslagen: de leisteenmijn “Au coeur de l’Ardoise”, die zich enkele kilometers ten zuiden van Bertrix bevindt op het domein Morépire.

In die ondergrondse leisteengroeve waar tonnen Ardense leistenen werden ontgonnen, daalden we onder camerabewaking langs een steile trap naar beneden, met onze beste vriend op ons hoofd: een helm. In een gangen- en zalenstelsel van 700 meter maakten we kennis met de toenmalige werkomstandigheden en de technische bezigheden van de mijnwerkers, scailtons genaamd. Ze droegen op hun rug leistenen van 80 kilo en meer, die ze naar boven sjouwden om bewerkt te worden tot dakpannen van verschillende groottes en diktes.

De mijn sloot in 1977, maar dankzij haar bezieler Yves Crul, maakte hij er dankzij heel wat helpende handen en investeerders een prachtig museum van, uitgerust met video’s en dia’s in de zalen en gangen. Het opende in 1995 en blijft een bezoek waard. Het huidige In het Hart van de Leisteen (Au Coeur de l’Ardoise) laat de bezoekers 25m ondergronds een groot netwerk van oude galerijen en zalen ontdekken. Je komt er van alles te weten over de mijntechnieken en de werkomstandigheden van de arbeiders.

Het museum organiseert ook allerhande initiatieven om de mijn levend te houden. Zo rijpt er bijvoorbeeld in de vochtige atmosfeer van de mijngangen achter slot en grendel een ambachtelijke geitenkaas, de Bleu des Scailtons, afkomstig van de nabijgelegen Bergerie d’Acromont.

Na het bezoek aan de mijn wil Winke ook die buitenissige kaasboerderij bezoeken. Daar worden we gedurende een uur of twee door de geëngageerde boer Peter De Cock en zijn vrouw Barbara Vissenaekens rondgeleid. Ze maken er verschillende soorten kaas van de melk van circa 250 Belgische melkschapen, een uniek ras, maar ook natuuryoghurt, fruityoghurt, rijstpap, vanillepudding, ijs en zelfs schapenmelkconfituur. Winke koopt er verschillende kazen gemaakt van die speciale schapenmelk. Zelf koop ik een lekkere blauwe schapenkaas.

De schapen leveren natuurlijk niet alleen melk maar ook hun vlees wordt verkocht. De kudde graast op een weide waarop ze van de blaadjes van een selectie oude variëteiten van hoogstambomen eten als es, esdoorn, linde, els en kastanje.

Na deze leerrijke dag, nagenoeg zonder regenval, wenden we de steven van onze Kia weer naar Herbeumont. Winke gaat nog even zwemmen in de Semois. Daarna gaan we dineren in een nabijgelegen goed restaurantje, Au Petits Bouchons, en kruipen we in onze slaapzakken in de Camarguaise.

Dit bericht werd geplaatst in geschiedenis, reizen, vrije tijd, wandelen. Bookmark de permalink .

Plaats een reactie