Terug naar Arnocamps in Herbeumont-sur-Semois (4)

De laatste volle dag op de camping breekt aan. We hebben al een heel concert van regendruppels op onze Camarguaise horen neerdalen. Het wordt een echte regendag. Wie daar geen last van lijkt te hebben, is een everzwijn dat van de nacht gebruik heeft gemaakt om vlak naast de weg tussen verschillende roulottes het gras heeft omgewoeld.

De evers zijn vannacht ook elders actief geweest. Als we naar l’Imprévu rijden voor ons stokbrood, onze koffies en een croissant, passeren we het lijk van een everjong, dat met z’n darmen bloot in het midden van de weg de geest heeft gegeven. Als we een half uurtje later terugrijden van het dorp naar de camping, heeft een goede ziel het jonge lijk al bijeen geschraapt en opgeruimd.

Terug in onze Camarguaise zoekt Winke een deftige wandeling uit in de Komoot-wandelapp. Ze komt voor de pinnen met een rondwandeling van 17,5 km en 350 stijgmeters. De app waarschuwt ook dat je voor die wandeling een ijzersterke conditie moet hebben. We zullen er dus wel enkele uren zoet mee zijn. We smeren ons brood voor het middagmaal, want een versterking rond de middag zullen we goed kunnen gebruiken. Met gevulde drinkbussen starten we aan het pad dat ons steil naar boven brengt tot op de gerestaureerde oude spoorbrug, die nu een tweevaksbaan voor fietsers is geworden.

We lopen al gauw verder een bospad in, omhoog volgen we de wandeltekens en de wegwijzers voor de trailrunners. Herbeumont heeft een groot netwerk voor trailrunners uitgebouwd. Je kan er natuurlijk ook op wandelen en dat doen we. Twee oudere vrouwen die uitgedost zijn als trailrunners, laten we beleefd voorgaan.

Hoog boven de Semois

De rondwandeling brengt ons op de kam van een woud, waar banken zijn geplaatst om van het panorama te genieten. We zien van op onze heuvelkam de kronkelende Semois met twee zwanen erop. Verder op een heuvel zien we de burchtruïne liggen waar de Waalse en Belgische vlag hoog wapperen. We zien ook de steengroeve liggen, ver weg over de rivier, een grijze vlek hoog tussen de groene bomen. We krijgen een mooi zicht op het dorp beneden ons en de Camping Moulin Willaime, met een watermolen en een woonhuis, maar we tellen heel weinig tenten, caravans, wagens of mobilhomes. Althans in vergelijking met Arnocamps.

We dalen van de hoge kam af langs de boswegen die Winke op haar smartphone oproept. We voelen al lichte regendruppels vallen. Waar de helling weer even vlak loopt, passeren we twee vrouwen met twee kinderen die aan het wandelen zijn. We groeten hen maar krijgen een onverstaanbare groet terug. We vermoeden dat het een familie is die in het asielcentrum van Herbeumont verblijft, nog zo’n delicaat onderwerp in onder meer l’Imprévu.

We klimmen weer eens voor de verandering en vervolgens dalen we weer af naar de oever van de Semois. Daar zijn twee wandelaars hun boeltje aan het inpakken. Ze hebben er waarschijnlijk in hun tent overnacht en moeten nu snel hun spullen terug in hun rugzakken stoppen om te vermijden dat ze doornat worden.

Wij lopen op een breed pad onder een zo dik bladerdak dat we nog geen grote hinder hebben van de regenval. We slagen er zelfs in om onder een grote eik vlak naast de Semois onze boterhammetjes droog opgegeten krijgen. Winke ziet er in een schicht twee ijsvogels voorbijvliegen. Zo’n tweehonderd meter verder zitten de blauwe vogels weer op een tak van een boomstam in de Semois, op hun gemak naar visjes te speuren. Als we ze naderen, vliegt het koppel weer op, verder langs de rivier.

De regen valt nu nog harder. Het bladerdak is niet meer afdoend. Gelukkig hebben we allebei goede regenjassen aan. We trekken dan ook maar onze ondoorlaatbare regenbroeken aan, boven onze shorts.

Na dik drie uur de rondwandeling te hebben gevolgd, herken ik weer de paden van weleer. Nog enkele heuvels beklimmen en weer afdalen en de oude spoorwegbrug komt in het vizier. Naast de weg ernaartoe loopt een parallelle dreef waarop twee mountainbikers zich naar boven zweten. Ze halen ons nog in vooraleer we zelf terug de brug op wandelen.

Maar daar wacht ons een uniek spektakel, dat ook de mountainbikers van hun fiets doet stappen. Vele honderden huiszwaluwen cirkelen er boven en onder de brug, met een kabaal van jewelste. Winke haalt haar smartphone boven om dit uniek circus vogelvrij vliegen te fotograferen en filmen. In de regen blijven we nog een half uur naar het spektakel kijken. Dan dalen we het van de modder gladde steile pad naar de camping terug af, zonder wandelstokken, want we dachten niet dat we die nog nodig gingen hebben. We komen weer veilig aan op de camping en stappen terug richting brug, maar de zwaluwen zijn helaas al vertrokken naar verre streken.

Morgen moeten ook wij de camping van Arno weer verlaten. Maar eerst gaan we nog ons avondeten bakken en braden, onder het afdak waar het toegelaten is om te barbecueën. ’s Anderendaags vóór de middag sporen en rijden we elk terug huiswaarts, Winke per trein naar Brussel, ik met de auto naar Haacht. Tot ziens Arno!

Dit bericht werd geplaatst in familie, natuur, Uncategorized, vriendschap, vrije tijd, wandelen. Bookmark de permalink .

1 Response to Terug naar Arnocamps in Herbeumont-sur-Semois (4)

  1. Onbekend's avatar Anoniem schreef:

    dat was eens te meer leuk ……..doe zo verder grts

    Luc

    Like

Plaats een reactie