4321, het magnum opus van Paul Auster

Zo ongeveer sinds we afgestudeerd zijn en ik mijn legerdienst achter de rug had, spreek ik geregeld af met mijn studiemakker Geert uit West-Vlaanderen (eerst in Ieper, later in Kortrijk). In de jaren dat we een kroost kregen, viel onze afspraak al eens in het water, maar de jongste jaren hernamen we jaarlijks ons rendez-vous, doorgaans in het tussen ons vrij centraal gelegen Gent. Sinds kort komen er ook visites bij: Geert en Mieke komen al eens naar Haacht en Marianne en ik rijden al eens naar Kortrijk.

Bij ons laatste bezoek aan Kortrijk kwam Geert met een klepper van een boek aandraven, met de rare titel 4321. Het was een roman van de Amerikaanse auteur Paul Auster, een favoriet van Geert. Auster was op 30 april 2024 thuis overleden aan de gevolgen van longkanker. Ik had er in het nieuws over gehoord, maar ik kende de man eigenlijk niet.

‘Dit moet je lezen!’, zei Geert enthousiast. De cover overtuigde me nog niet echt. Bovendien telt de roman meer dan 930 bladzijden. Zo vertrok ik met dat dikke boek naar huis. Vorige week had ik het uit, vooral dankzij het lezen op het vliegtuig. Ik vond het een prachtig boek, om velerlei redenen. Maar het bulkt ook van de namedropping van andere auteurs, regisseurs, politici, media, steden, buurten, universiteiten en honkbalploegen, vooral uit de VS.

Indien u Auster-onwetende bent, vraagt u zich ongetwijfeld af waar die rare titel 4321 op slaat. Ik had het er zelf ook lastig mee om die titel te begrijpen. Want Auster maakt dat raadsel pas helemaal duidelijk in de laatste bladzijden. Maar sta me toe de naam van het hoofdpersonage uit het boek vrij te geven: Archie Ferguson. Als je 4321 leest, krijgt je vier versies van het hoofdpersonage op je bord.

Het verhaal speelt zich af van 1947, het geboortejaar van Archie, tot 1971. Archie groeit op in een middenklassegezin van joodse origine. Zijn vader Stanley baat met zijn broers een zaak met elektrische apparaten uit, zijn moeder Rose runt nu eens een bescheiden fotostudio in de buitenwijken, is in een ander leven een bekende artistieke fotograaf en in een derde leven van Archie is ze fotojournalist. In al zijn levens heeft Archie een boon voor zijn nicht Amy Schneiderman.

Binnen dat kader laat Auster zijn Archie in vier levens gelijke dingen doen maar ook andere. Zo heeft zijn relatie met Amy bijvoorbeeld vier verschillende gedaanten. De ene Archie heeft met Amy een diepe liefdesrelatie, in een andere wordt ze zijn “no go” stiefzus. In één versie van Archie is hij zelfs biseksueel. Maar in alle versies ontwikkelt hij zich tot een schrijver, weliswaar van verschillende genres, van korte verhalen en vertaler van gedichten, tot journalist en fictieschrijver.  

Auster laat het lot bepalen hoe Archie zich ontwikkelt. Alle Archies houden ook van film, honkbal en Frankrijk. Ook de omgeving waarin Auster Archie situeert varieert. Vooral in de jaren zestig is het politieke klimaat erg woelig, met de moord op Kennedy, maar ook de strijd voor burgerrechten voor de zwarten, de onlusten en grote studentenprotesten aan elite-universiteiten over de interventie in Vietnam, die uitgroeit tot een controversiële oorlog, of de rassenrellen tussen zwarten en joden. Conflicten waarover ik en wellicht ook Geert heel wat gelezen hebben.

Dat de vier levens zich in andere richtingen ontwikkelen, maakt het voor de lezer ingewikkeld. Zeker als je zoals ik het boek vooral leest voor het slapen gaan of op het vliegtuig… Vooral in het begin van het verhaal is de verleiding groot om terug te bladeren. Overleed de vader nu bij deze Ferguson of bij een andere? Scheidde zijn moeder of hertrouwde ze gewoon omdat haar man overleed? Was het Ferguson nummer één, twee, drie of vier die uit een boom viel, bij een ongeval enkele vingers verloor, of doodgereden werd op de dag van zijn romandebuut? Welke Ferguson was ook weer zo hetero dat hij voortdurend achter zijn pik aan liep?

In principe maakt het niet echt uit, omdat alle gebeurtenissen in de verbeelding van de lezer samensmelten. Wat me bij het lezen van 4321 soms heeft gestoord, is de grote Amerikaanse namedropping van schrijvers, dichters, uitgevers, proffen, perslui, … van wie het boek wemelt. Dat en die ellenlange volzinnen die Auster construeert. Maar er zijn natuurlijk wel meer auteurs van wie ik hou, die zinnen van meer dan een pagina vullen zonder je te vervelen.

4321 was een bijzonder aangename kennismaking met de helaas wijlen Paul Auster. Nu moet ik het boek helaas geretourneerd krijgen naar Kortrijk. Maar daar had Geert al een oplossing voor: we zullen nog eens in Haacht afspreken met onze andere studiemakkers Bert en wie weet Michiel. Hou jullie alvast klaar voor maart, kerels! Er volgt een uitnodiging.

Geplaatst in cultuur, geschiedenis, literatuur, vriendschap | 1 reactie

Een torenruïne, een rare Christus, verbrande bossen en een roodzwart sjaaltje in Pinos del Valle

Een van de vele mooie dorpen doordrenkt van geschiedenis in de Lecrínvallei van Andalusië, is Pinos del Valle. Van aan de Parada, het dorpscafé van Guájar-Faragüit, neem je de vijftien kilometer kronkelende weg omhoog langs de begraafplaats naar Pinos del Valle, het dorp van het schilderij dat de naam draagt van de Heilige Christus van de Schoen.

Bij een eerder bezoek met vrienden aan Pinos, vatten we het plan op om die beroemde wandeling naar de Ermito del Santo Cristo del Zapato, waar het schilderij of alleszins een kopie ervan hangt, eindelijk eens te doen. De klim van de berg Chinchirina is steil, maar de afstand valt met 5 kilometer best mee. Daarom breide Marianne een tweede stuk aan de wandeling, die ons met een totaal van zo’n 12 kilometers en een 800 hoogtemeters terug aan de parking in Pinos zou brengen waar we onze auto hadden achtergelaten.

Vooraleer we aan het vertrekpunt in Pinos zouden kunnen uitstappen om de klim naar de Ermito del Santo Cristo del Zapato aan te vatten, reden we de slingerende weg op langs de Torre de la Cebada. Ook die hadden we al eens eerder verkend en gefotografeerd. Helaas is de torenruïne van de Torre de la Cebada helemaal voor het publiek afgesloten. Lang geleden was het een strategische plek, van waar je elke aanval langs de kust kon zien aankomen.

De toren van Cebada zit tegenwoordig zoals vele wit geverfde gebouwen in een roestbruine jas, dankzij de aanvoer van okerkleurig Saharazand. De ruïne was vroeger in handen van de christelijke graaf van Tendilla maar viel na een opstand van de Moren in de regio in moslimhanden.

Verder naar Pinos kruisten we tal van amateurcoureurs en maar een tweetal auto’s. Het was zondag, feestdag voor de fietsers en wandelaars. We parkeerden aan de Casa del Patio op een hoogte van 650 meter, regen onze wandelschoenen aan de voeten en vatten de slingerende klim aan naar de top van de Chinchirina, op 1.060 meter.

Het pad was vrij breed, met stenen bezaaid, af en toe plat, maar doorgaans steil tot heel steil. Veel wandelaars waren al vroeger op pad als wij, en kruisten ons in de afdaling. Boven kregen we al van ver de witgeverfde Ermito in de gaten. Een lange sliert ouden van dagen in een hemelsblauwe fleece gehuld met de naam van hun wandelclub op geborduurd, daalde net de trappen af die van het monument naar het bospad leiden. Op de top zat een verliefd koppel van middelbare leeftijd op de rand van de daar gelegen era, de ronde stenen vloer waarop de Moren vroeger dorsten, elkaar te zoenen. Daar hielden ze prompt mee op toen wij de brooddozen met onze lunch uit onze tochtrugzakken haalden.

Maar wat een magistraal zicht op de vallei heb je van daar! In de verte ligt westelijk Lanjarón in de Alpujarras, erboven zie je de bergen van de Sierra Nevada, op de kammen al ingedekt door laagjes sneeuw. Onderaan de Chinchirina glimt Pinos del Valle van trots en wat verder omhoog ligt het stuwmeer koningsblauw te schitteren in de zon alsof hier nooit waterschaarste heerste of Dana langs is gekomen.

In de kapel van de Ermitage hangt het schilderij, of een kopie ervan, met die Christus van de Schoen, verkleed als priester, geflankeerd door de patroonheiligen van Pinos del Valle, San Roque en San Sebastián. Het minder dan duizend zielen tellende dorp telt twee kerken, waarvan die in het bovendorp gewijd is aan San Sebastián.

Over dat schilderij is er de jongste eeuwen heel wat te doen geweest. Een herder zou het hebben gevonden op de top van de Chinchirina. Vervolgens werd het naar het dorp gebracht. Maar de volgende dag, zegt althans de legende, verscheen het weer op de top  van de berg. Drie maal zou het zo terug naar beneden naar de San Sebastiánkerk zijn gebracht.

Na al die weetjes opgeslagen te hebben, daalden we de berg weer af tot we aan de afslag kwamen van de Sendero del Jabalí. Dat pad, gemarkeerd met roze pijlen geschilderd op stammen en stenen, slingerde met weinig hoogtemeters langs de bergflanken. Om onze wandeltocht te vervolmaken, sloegen we het in. Ergens aan rotsen die het talent hadden om stoel te worden, verhuisden we onze picknick naar onze magen ter vertering.

Wandelend door het verbrande woud boven Pinos del Valle

Gaandeweg ging het bos waar het pad door liep, over in een verbrand bos. De stammen waren zwart geblakerd, de toppen dood. De bosbranden van 2022 in de Lecrínvallei laten nog altijd over duizenden hectaren hun sporen na. Op de bodem schoten wel al nieuwe scheuten de zon tegemoet. In het opkomend struikgewas was het leven weer begonnen.

Ons pad liep omhoog en omlaag tussen de dode bomen, waar roodstaarten en mezen ons nieuwsgierig kwamen monsteren. Eén keer moesten we klauteren om een dode boom met zwarte takken die over het pad was gevallen, te overmeesteren. Het langgerekte pad bracht ons naar een betonbaan die uitmondde in uitgestrekte olijfgaarden waar de boeren al aan het oogsten waren geslagen. Na de laatste kilometers op vers beton bereikten we weer de plek waar onze huurauto ons stond op te wachten.    

Marianne stelde voor om nog iets te gaan drinken in de bar Venezia. Het terras buiten was helemaal bezet. Binnen speelde er een voetbalwedstrijd op de televisie. Rond de tv hing het vol met sjaals die supporters hier gedoneerd hadden. Van de grote ploegen als Real Madrid en Barcelona, PSG, Bayern of Man City tot kleinere Spaanse ploegen uit de tweede klasse. Slechts één Belgische ploeg had ook een sjaaltje hangen in Bar Venezia. Het in roodzwarte kleuren opererende FC Beringen, dat tot het begin van de jaren tachtig in eerste klasse speelde. Supporters uit België worden dringend verzocht Bar Venezia in Pinos del Valle te bezoeken en een supporterssjaaltje van hun favoriete club mee te brengen!

Geplaatst in cultuur, geschiedenis, natuur, reizen, Spanje, vrije tijd | Tags: , , , , | Plaats een reactie

El Torcal de Antequera

Zomaar op den bots vertrekken naar Spanje. Daar hebben we de afgelopen week geweldig van genoten. Terwijl ik nog wat verder werkte aan een boek, had Marianne al een hotelletje geboekt op twintig minuten rijden van Malaga, waar onze vlucht met vertraging was aangekomen. Laat op de avond arriveerden we in de Hacienda Fresneda Maria in de nacht dat Sinterklaas de kinderen verraste. Wij moesten niet door de schoorsteen aangezien we de code hadden gekregen om via de grote poort het domein tussen de olijfgaarden te betreden.

Na een zalige nacht onder de dakbalken van onze hacienda en een ontbijt met alles erop en eraan vertrokken we ‘s ochtends met de huurauto voor een rit van een half uurtje naar El Torcal de Antequera. De stad Antequera, ruim 40.000 inwoners rijk, ligt zo’n 50 kilometers ten noorden van Malaga. Het natuurpark van 1.171 hectare bestaat al van 1929. Het is gekend voor de in lagen gevormde rotsen uit de karstperiode. De hoogste top van het park bevindt zich op 1.336 meter.

Op de parkings van het natuurpark was het al een komen en gaan, in goede banen geleid door parkingboys en -girls. Een bus bracht bezoekers die opzagen tegen de wandeling naar de hoogten van het park voor een schijntje tot aan het bezoekerscentrum. Wij gingen te voet tot aan de toppen van wat we het pannenkoekenpark doopten. Wat dit kleine gebergte zo bijzonder aantrekkelijk maakt, is de pannenkoekachtige vorm van het gesteente. Het natuurpark puurde daar een erkenning uit als Unesco-werelderfgoed.

Maar hoe kwam het toch dat er zoveel bezoekers het plan hadden opgevat om op Sinterklaasdag ook naar Torcal de Antequera te willen trekken? Zou 6 december in Spanje misschien een feestdag zijn ter ere van Sinterklaas? Neen dus. Op 6 december vieren de Spanjaarden de goedkeuring van de grondwet in 1978 middels een referendum, na de dood van Franco drie jaar eerder.

Op het einde van onze parking gaf een richtingwijzer het pad aan naar het bezoekerscentrum. Goedgemutst begonnen we te klimmen. Het pad slingerde langs enkele ruïnes en uitkijkpunten omhoog. Na een klein uurtje stijgen kwamen we aan de hoger gelegen parkings en het moderne bezoekerscentrum, waar je alles aan de weet kan komen over die vreemde stapels pannenkoeken uit rotsen van kalksteen, over het struikgewas en bos, verspreid over twaalf vierkante kilometer.

Tussen de rotsen en bergen lopen gemarkeerde paden om naar ieders gading (makkelijk, gemiddeld of lastig pad) te klimmen en te dalen of je te verbergen in rotsspleten en grotten. We hadden inmiddels een hongertje gekregen. Gelukkig was er in het bezoekerscentrum een restaurant en cafetaria, waar we dankbaar gebruik van maakten. Helaas was de gazpacho door de grote drukte al uitgeput, maar we kregen een minstens even lekker alternatief in een ruim soepbord voorgeschoteld, de porra, een streekgerecht. Die porra is dikker dan de gazpacho, legde de ober uit, en wordt bereid met tomaten, paprika’s, look, eieren, serranoham en olijfolie. Eten en drinken dus!

Na onze rondwandeling tussen de spelonken en spleten, de klimmetjes en beekjes, het struikgewas en de bomen, de kleine zangvogeltjes en de grote roofvogels, de zoogdieren groot en klein die zich die drukke dag amper lieten zien, hadden we al een flink aantal kilometers stijgen en dalen in de kuiten.

Marianne verkoos met de bus terug te keren naar de parking. Zelf greep ik de gelegenheid aan om het wandelpad naar beneden zo snel ik als zestiger nog kon naar onze huurauto toe te lopen, gewoon om te zien of ik dat nog kon. Ik kwam twee minuten na Marianne aan, omdat ik in mijn haast dwaasweg de laatste afslag had gemist en dat pas driehonderd meter verder doorhad.

Gelukkig was de volgende dag een rustdagje aan zee, waar we slenterend langs het strand van Salobreña pootje baadden en ons gelukkig prezen uit het koude en natte België ontsnapt te zijn. De stijve benen nam ik graag op de koop toe.

Geplaatst in natuur, reizen, Spanje, vrije tijd | Tags: , , , | 1 reactie

Bij Dries in Brakel

Het moet de moeite waard zijn, zo zei de Grijze Man streng tegen Marianne, om op een vrije zaterdag anderhalf uur te rijden naar de Vlaamse Ardennen, voor een wandelingetje, een soepje en een optreden in een huiskamer. Een halve dag later spinde de Grijze Man op de terugweg nog van plezier en genoegdoening als een oude kater. Dries kon niets meer fout doen.

Dries was een verre vriend van Marianne die in Brakel woont. Jaren geleden ging Marianne wel eens wandelen met een clubje wandelaars die de stapschoenen van Dries volgden. De Grijze Man overwon zijn aanvankelijke huiver voor dergelijke nieuwe ontdekkingen toen hij vernam dat ook Patricia en William van de partij zouden zijn. Zo had hij toch tenminste William aan zijn zijde bij het wandelen, de eerste activiteit op de agenda.

Brakel, de thuishaven van de familie De Croo, is een gemeente met veel dorpen, landelijke weiden, akkers vol vette aarde, heuvelige bossen en smalle baantjes. Omdat het huis van Dries langs zo’n smal baantje gelegen was, had hij de genodigden die met de auto zouden komen, verzocht om te parkeren aan de kerk van Everbeek. Wat betekende dat wie aan die verzuchting tegemoetkwam, nog anderhalve kilometer extra wandelen voor de boeg had. De Grijze Man hield zijn diepe zucht binnen zijn longen.

De organisator verwelkomde Marianne en de Grijze Man in zijn woonkamer die vol stond met houten banken en een kleine open ruimte voor de muzikanten, die enkele uren later zouden opdagen. Dries, op het eerste zicht een overjaarse hippie, had zijn bottines al aan, die vol modder hingen. Modderpaadjes waren dan ook de wegels waarlangs hij zijn vrienden en aanhangers leidde, in eerste instantie terug naar de kerk, zij het op een alternatieve wijze door de velden.

Aan de kerk stonden er nog verschillende wandelaars op hem te wachten. Blijkbaar had niet iedereen dezelfde consignes gekregen. Nu goed, na even stampen met de voeten tegen de koude wind, togen we met Dries op pad, met inmiddels meer dan twintig wandelaars in zijn zog. Veel mooie vergezichten onderweg, smalle modderige paadjes, drassige weiden en bossen. De apotheose was een ondergelopen pad op enkele honderden meters van het huis van Dries, dat naast een prikkeldraad links en een vettige akker rechts lag, waar iedereen onverwachts toch een manier vond om er min of meer met droge voeten door te bunkeren.

In de woonkamer vol banken hadden de kaboutertjes inmiddels verschillende schoteltjes met versnaperingen allerhande geplaatst, naast frisdranken, sterke bieren en lekkere rode en witte wijntjes. Al dat lekkers was tegen zeer democratische prijzen verkrijgbaar, mits de eurootjes in een weldoorvoed spaarvarkentje gedeponeerd werden. Na een aperitiefje volgde er een soepfestijn met hete vissoep en hete champignonsoep, bereid door enkele vriendelijke dames in de keuken. Spijtig genoeg was de champignonsoep op vooraleer iedereen ze had kunnen proeven.

Maar niet getreurd, de muzikanten waren gearriveerd. Ze waren welgeteld met twee, een vrouw en een man. De vrouw speelde accordeon, de man bespeelde afwisselend twee instrumenten, een klarinet en een basklarinet, een bijzonder groot blaasinstrument waarmee de Grijze Man voor het eerst kennis maakte. Het was een haast sacrale belevenis om in die huiskamer, met amper twee muzikanten de nummers en de verhalen te beluisteren van Sara Salvérius. Sara vertelde tussen de nummers immers over de belevenissen die ze als artiest bij elkaar had gesprokkeld bij de bewoners van een woonzorgcentrum in Anderlecht. De muziek van beide muzikanten en de verhalen van Sara waren prachtig.

Sara met haar accordeon rechts, links de gewone klarinet en de grote basklarinet

Zelfs de Grijze Man was geïmponeerd door het optreden. De mimiek en de emotie die Sara uit haar accordeon puurde en versterkt met haar verhalen uit het woonzorgcentrum naar de toehoorders zond, raakten hem diep. Blij als een kind verliet hij het huis van Dries met de cd Equinox van Sara Salvérius. Bovendien waren Patricia en William zo vriendelijk om de Grijze Man en Marianne met hun wagen terug naar de kerk van Everbeek te voeren. Dat scheelde anderhalve kilometer klimmen in het duister. En als Dries nog eens iets organiseert, mag hij de Grijze Man en Marianne zeker niet vergeten uit te nodigen.

Geplaatst in cultuur, natuur, vriendschap | Tags: , , | 3 reacties

Stoeberen in het Zwin

Frank had het mannenweekend in Cadzand goed geregeld: hij wou immers eens naar zee, in een huisje voor zestien en met minstens één ligbad, een sauna en een stortbad of vier. De organisator kwam daarna amper nog buiten, of misschien toch even om de zeelucht op te snuiven. Helaas was het Hollandse huisje op één puntje niet voldoende uitgerust: er waren onvoldoende afdoende goede glazen voor het Belgisch bier dat mee was gereisd. Gelukkig telde de groep nog een Belgische biersteker die op het nippertje een voorraadje glazen meebracht.

Geloof het of niet: de mannen wilden best wel allemaal mee. Eéntje moest er op het allerlaatste nippertje verstek geven omdat zijn vrouw was opgenomen in het ziekenhuis. Anderzijds was de mannengroep uitgebreid met een nieuwkomer, die voor het eerst een heel mannenweekend meemaakte en niets oversloeg, geen aperitief, geen biertje, geen wijn, geen gin tonic, geen ontbijt, middagmaal of diner, en al zeker geen spelletje. Laat staan een wandeling of drie: op de wallen van Sluis, achter een karretje in de plaatselijke Jumbo, een calvarietocht van meer dan twintig kilometer in en om het Zwin, en een zondagse strandwandeling naar de Zwingeul, waar het voor de liefhebbers leuk vliegeren was.

Die lange, voor enkelingen te lange wandeling, mag de Grijze Man op zijn kerfstok schrijven. Met de wandelknooppunten-app had hij snel een route langs een massa wandelknooppunten ineen geflanst. De tocht vertrok aan het Roompothuisje in Cadzand en liep langs een kanaal over een brug in een ander verblijfspark met kleine huisjes. In de mannengroep weerklonk al gemor. Maar daarna werd het enkel erger: de tocht ging verder door de duinen naar een dijk met een prachtig zicht op het Zwin, waar echter tal van fietsers voor ongemak zorgden door ook op die zaterdagochtend voor dezelfde route als de mannen te kiezen. Het grootste conflict ontstond toen de Grijze Man, al een beetje aan de dove kant, geen fietsbel of geroep hoorde naderen waardoor de mannengroep bijkans van de dijk het Zwin inviel en hij ineens onnadenkend luidkeels “prutser!” riep naar een mooi jong meisje dat met haar papa ook eens met een koersfiets buiten was gekomen, waarop het blonde wicht luidkeels in volbloed Hollands terugriep: “jij zelf prutser!”

Gelukkig waren er in de mannengroep ook bedaarde mannen, die een strijd tussen zeegeuzen en Vlaamse oudstrijders wisten te bezweren. Dat kregen ze voor elkaar door de dijk langs een sluipweg te verlaten en in de cafetaria van het Zwin een galerij onbekende bieren te gaan proeven. Na die versterking van de inwendige mens stoeberden de mannen verder het Zwin door tot de Grijze Man en zijn trouwe korporaalchef de troepen naar de periferie van Knokke gidste.

Daar wachtte een lange rechte weg van ettelijke kilometers naar Retranchement. De troep is nooit in Retranchement beland omdat de Grijze Man zomaar besliste de route enkele honderden meters in te korten, omdat de achterhoede steeds verder achterop geraakte. Enige kilometers verder kwam de troep dus zomaar terug op de dijk waarop ze al eens in de andere richting hadden gelopen. Wat niet had mogen gebeuren, gebeurde toen toch: de troep viel uit elkaar in kleine groepjes, die alle niet liever wensten zo snel mogelijk terug die bottines te kunnen uitdoen, om soezend in de aangename warmte van het gezellige Roompothuisje, met een koel glas in de hand, rustig weer op adem te kunnen komen.

Op dat moment realiseerde de Grijze Man zich dat de tocht van 17 kilometer eigenlijk 24 kilometer lang was, omdat hij was vergeten de aanlooproute naar de lus door het Zwin dubbel te tellen. Some times you win, some times you lose, troostte de korporaal-chef de Grijze Man. Ze hadden allebei hun korte broek nog aan, klaar om wanneer de oorlog het zou gebieden een grensconflict te ontketenen en de Zwingeul over te steken. Wat uiteindelijk niet hoefde omdat het verboden was.

In de keuken stond op dat moment de kok, een trouwe wandelaar uit de achterhoede, nog steeds op zijn twee benen schijnbaar onvermoeibaar het galadiner te bereiden, het absolute hoogtepunt van het weekend. De dappere man en zijn assistent bereidden een geweldige feestmaaltijd, met een grote keuze aan Indische gerechten begeleid door zelfgebakken naanbrood. Daar bovenop schonk de biersteker geweldig lekkere cabernet-syrah wijn uit de Pays d’Oc in de wijnglazen, en was de bierbrouwer zo vriendelijk en vermetel geweest om als extraatjes bij de vele Belgische bieren, ook zijn zelf gebrouwen Eikels, Gorilla’s en Champagnebier over de Nederlandse grens het vakantiehuisje in te loodsen. Op de slaapkamer van de Grijze Man was toen het licht al uitgegaan. Hij droomde over al die ooievaars, kluten, scholeksters, drieteenstrandlopers, smienten en wintertalingen die hij had gezien. En, geloof het of niet, hij zag ook een grote zaagbek.

Geplaatst in De Grijze Man, natuur, reizen, vriendschap, vrije tijd | Tags: | 4 reacties

Wandeldag

Sedert de Grijze Man thuis zit boeken te schrijven, in de tuin te werken, te koken of klusjes uit te voeren in huis doet hij ook elke week een lange wandeling. Die wandelmicrobe heeft hij natuurlijk al langer. Maar zijn dokter stuurde hem ergens in de zomer naar de kinesist, om via spierversterkende oefeningen de artrose op zijn rechterknie te lijf te gaan. Na een vijftal kinebeurten vond de Grijze Man het welletjes. Hij besliste om elke week een wandeldag in te lassen in plaats van zijn oefeningen te doen. Hij ging al wandelen naar de Kesselse Bergen vlakbij Leuven, naar Wezemaal en omliggende, naar Kampenhout en zijn gehuchten, naar Bertem en Herent, naar de heuvels en bossen van Brakel en naar Sint-Joris-Weert, Oud-Heverlee en Blanden. Hij begon modest, met wandelingen van een kilometer of 15. Dat werden al snel 17 of 18 km, 20 km, 22 km en vandaag 24 km.

Vandaag is het 5 november en kiezen de VS een nieuwe president. Onderweg naar Sint-Joris-Weert trof een fragment van het radionieuws de Grijze Man. Trump presteerde het in zijn laatste verkiezingsmeeting te dreigen dat hij het niet zou pikken als hij de verkiezingen zou verliezen. Hij zei ook dat hij geen week of vijf dagen wil wachten op de uitslag. Zelfs geen vier, geen drie of geen twee dagen. Twee uur na het sluiten van de stembussen vindt hij dat hij uitgeroepen moet worden tot de overwinnaar! Want indien Kamela Harris de verkiezingen zou winnen, dan kan dat alleen betekenen dat de democraten, zoals ze dit volgens hem zelf en zijn aanhangers ook bij de vorige presidentsverkiezingen hebben gedaan, gefraudeerd hebben. Ik herinner eraan dat daarvoor nooit ook maar het minste bewijs is gevonden. Terwijl de Trump-aanhangers het Kapitool bestormden.

Terwijl ik aan het wandelen was in de bossen, bedacht ik dat ik me alsmaar meer aan het opwinden was: die kerel is blijkbaar van plan om geweld uit te lokken, wie weet een burgeroorlog te ontketenen. Om nog maar te zwijgen van al die andere ondemocratische en totalitaire plannen die hij de voorbije maanden uit zijn hersenkoker heeft laten ontsnappen.

Gelukkig was ik niet alleen in het bos. Er waren ook lopers van een atletiekclub aan het trainen. Er reden mountainbikers rond. Er waren koppeltjes bezig een frisse neus te halen. En er was een groepje jonge volwassenen, zowat van de leeftijd van de dochters van de Grijze Man en Marianne, die de Grijze Man één keer heeft ingehaald en dan nog twee keer heeft gekruist. Dat vond de Grijze Man wel plezierig en het quintet jonge wandelaars ook. Wie weet hebben ze het ook over de Amerikaanse verkiezingen gehad onderweg.

Drie keer is een pint, zo wordt bij ons wel eens gezegd. Maar helaas, het café “In de rapte” aan de overweg in Sint-Joris-Weert, het eindpunt van de Grijze Man, was gesloten. Spijtig hé, vond één van de jonge vrouwen. Maar de werkelijkheid was erger: het café staat zelfs te koop. Met goede moed voor de VS en de wereld reed de Grijze Man huiswaarts met zijn 24 kilometer wandelen in de benen. Toen hij terug thuis was, herinnerde Marianne hem eraan dat zij bij de jongste parlementsverkiezingen van 9 juni ook waren gaan wandelen in Sint-Joris-Weert, zij het niet zoveel kilometers. Als dat in de VS maar beter afloopt dan met de formatie in België…

Vanavond bij de mannen in den Dijk zal het ook wel over de Amerikaanse verkiezingen gaan. En over de twee stokkende regeringsvormingen die in ons land maar niet van de grond komen, voor de federale en voor de Brusselse regering.

Geplaatst in natuur, politiek, vrije tijd | Tags: , , | 1 reactie

Wish you were here

Met vijf andere gasten nam de Grijze Man aan de gereserveerde tafel in Restaurante La Bisnaga in het Andalusische kuststadje Salobreña plaats. Daar hadden de vakantiegangers de dag voordien paella mixta besteld. In afwachting dronk het gezelschap alvast een aperitief. Tien minuten later kwamen er vier Engelsen de Bisnaga binnen. Van op zijn stoel had de Grijze Man een goed zicht op de mannelijke helft van het kwartet, dat een tafeltje verder plaatsnam tegenover de twee vrouwen. De mannen en vrouwen waren naar schatting een jaar of tien ouder dan het gezelschap van de Grijze Man. Eén van de Engelsen droeg een zwart T-shirt met het logo van de iconische elpee The Dark Side of the Moon van Pink Floyd, een zwarte hoes waar een witte streep die door een driehoek breekt een regenboog wordt. Kijk daar, zei de Grijze Man tegen zijn buur Erwin, die man is blijkbaar een grote fan van Pink Floyd.

In grote letters stond er boven het logo op de T-shirt nog een slogan te lezen die op het eerste gezicht geen uitstaans had met de band: Old Guys Rule. Dat was natuurlijk geen album van Pink Floyd. Toch vond de Grijze Man die oude fan van de Engelse band meteen sympathiek. Toen hij na enkele glazen wijn naar het toilet moest, kon de Grijze Man het niet laten de bebaarde Pink Floyd-fan in het passeren aan te spreken. I love your t-shirt, was zo een beetje het enige dat de Grijze Man wist te bedenken. De Engelsman lachte eens en bedankte de Grijze Man voor het compliment. Waarop die vroeg of ze alle vier fans van Pink Floyd waren. Ja, eigenlijk wel, antwoordde een van de twee vrouwen nog voor de mannen dat konden. Ze had Pink Floyd jaren geleden in het Wembley-stadion in Londen gezien. Oh, antwoordde de Grijze Man, ik heb ze een paar keer gezien, de laatste keer in Werchter. De Grijze Man moest dan uitleggen waar die concertzaal of dat stadion in godsnaam gelegen was, want van de vier Engelsen had er geen enkele al van Werchter gehoord.

De Grijze Man ging dan maar terug naar zijn tafel. Daar bleef hij piekeren over Pink Floyd. Hij had de band leren kennen toen hij dertien was, en met de kadetten van zijn voetbalclub Sparta Haacht deelnam aan een tornooi in het Engelse Chigwell. Dat kleine plaatsje ligt in het graafschap Essex en maakt deel uit van de metropolitan area of London. Daar had hij met zijn zakgeld een audio-cassette gekocht van het Pink Floyd-album Wish you were here. Audio-cassettes zijn tegenwoordig haast prehistorisch te noemen. In het gezin waar de Grijze Man was opgegroeid, waren ze nog de voorlopers van de langspeelplaten of elpees, zwarte schijven waar je met een arm de naald voorzichtig in een groef moest leggen om de muziek te kunnen beluisteren.

Hoe leuk zou het niet zijn, bedacht de Grijze Man aan zijn tafel bij het eten van de paella, als de twee mannen echte bandleden van Pink Floyd geweest zouden zijn. Leken ze echt niet op Roger Waters en David Gilmour? De Grijze Man zocht het op zijn smartphone op. Tot zijn verbazing zag hij wel wat gelijkenissen tussen de jonge Waters en Gilmour en hun bejaarde versies. De Grijze Man besloot om de Engelsen nog eens te gaan storen. Zijn jullie echt niet de ware Waters en Gilmour, vroeg hij de Engelsmannen. No, not at all, antwoordden de twee lachend in koor. Ah, antwoordde de Grijze Man, dan zal ik jullie niet verder storen.

Tien minuten later stond de David Gilmour look-a-like op zijn beurt aan de tafel van de Grijze Man. In zijn hand zijn smartphone met dezelfde foto’s van de echte Gilmour en Waters die de Grijze Man had opgeduikeld. Ik moet tot mijn eigen verbazing toegeven dat ik inderdaad wel iets van Gilmour heb, zei hij. En je vriend, lijkt die ook niet wat op Waters, vroeg de Grijze Man. Wat een toeval, vonden de look-a-likes.

De paella had gesmaakt en de ober bracht de rekening. Bij het buitengaan ging de Grijze Man de Engelsen nog gedag zeggen. De vriendin van de Grijze Man stelde voor om nog een foto te maken van de twee Engelse mannen. Daar hadden ze helemaal geen bezwaar tegen. Pas toen de Grijze Man de mooie foto van het trio op het schermpje zag, las hij wat er nog allemaal op het T-shirt van de nep-Gilmour stond afgedrukt: op de zwarte achtergrond stond een wit schuurtje getekend, waar de regenboog van de echte cover van The Dark Side of the Moon-elpee doorheen scheen, met daaronder in kleine lettertjes “The dark side of the shed”. En helemaal onderaan: “Plank Floored”.

Op algemene aanvraag van al wie niet weet wat een shed is, een schuurtje dus. Hierbij een getrouwe replica van de shed van de David Gilmour look-a-like, die ik speciaal ter bezichtiging in onze tuin maakte.
Geplaatst in cultuur, De Grijze Man, reizen | Tags: , | 1 reactie

Naar Spanje met de jongste

Eigenlijk hadden we een trekking georganiseerd in de Alpen: drie wandeltochten op de Les Dents Blanches-huttentocht. De hutten waren geboekt, alles was geregeld. Maar het weer verslechterde naarmate de vertrekdatum naderde. Finaal zagen we ons door de slechte weersomstandigheden verplicht om de boekingen te annuleren. Op alle drie de wandeldagen was regen voorspeld. De weerwebsites verwachtten op één dag zelfs 82 mm neerslag.

Dus wisselden we de Alpen in voor de Spaanse Sierra Nevada, waar we 0 mm neerslag mochten verwachten, temperaturen van 25 tot 30°C en weercijfers variërend van 9 tot 10. En dan kunnen we ook ons badpak meepakken, zei mijn jongste dochter, die nog wat vakantiedagen op te maken had. Dus: vluchten geboekt en auto gereserveerd. Er zat op de vertrekdag één addertje onder het gras: De Lijn staakte. Maar gelukkig niet onze buschauffeur. Die bracht ons in een zo goed als lege bus tot op de luchthaven.

Onze vlucht had wat vertraging, zodat we in het donker voet aan de grond zetten in Malaga. Na een uur aanschuiven bij de autoverhuurder waar we onze auto gereserveerd hadden, konden we eindelijk op weg. We beslisten halt te houden in Nerja, een leuk kuststadje waar we rond half elf in een ondergrondse parking reden en op de Plaza de España een tapasbar troffen met een vriendelijke ober die ons op zo’n onchristelijk uur nog wilde bedienen. Zo kwam het dat we ruim na middernacht aankwamen in Guàjar-Faragüit, het grootste van de drie Guajaresdorpjes waar het huisje van Marianne staat dat we mochten gebruiken.

Als kenner van de grote omgeving kregen we bovendien van mijn vriendin zomaar gratis enkele mooie wandelingen gepresenteerd. Natuurlijk maakten we ook een uitstapje naar de kust, naar Salobreña, waar we even een pootje in de golven staken. Warm genoeg, dat wel, maar golven die boven ons hoofd aanrolden, daar moesten we toch voor passen. Gewoon te gevaarlijk. Gelukkig was er in het kuststadje nog wat anders te beleven. We aten een ijsje, beklommen de steile heuvel en bezochten het morenkasteel op de top, waar we meer vernamen over de morentijd in Spanje. Tijdens het bewind van Ferdinand en Isabella werden de Moren uit hun prachtige burcht met fraaie stoombaden verdreven. De katholieke vorsten namen de plek gewoon over om aanvallers uit het land en vanuit de zee terug buiten te kegelen.

De eerste wandeling die we kozen, was meteen de zwaarste: een tocht van zowat 20 km vanuit Capileira in de Alpujarras. Voor die luswandeling moet je 7 tot 8 uur wandelen tellen, zegt de tochtbeschrijving. Het geaccumuleerde hoogteverschil dat je dient te overwinnen is 1.237 meter. Het laatste heen- en weerstuk van de Cortijo de las Tomas naar de Refugio de Poqueira, de hut van waaruit je naar de top van de hoogste berg op het Spaanse vasteland kan, de Mulhacen, sloegen we over. Want de Poqueirahut was gesloten wegens renovatie.

Dat kwam ons bovendien goed uit, want we hadden al een enorm zwaar stuk klimmen achter de kiezen. Op het keerpunt voelde ik me zo slap als een zeemvel. Uitgeput ademend, alle spieren moe, maar mijn slechte knie klaagde niet. De terugtocht was gelukkig vooral dalen. Onderweg zagen we een familie wilde steenbokjes. In Capileira dronken we nog een glas op een terras en dan reden we terug naar Los Guajares, voor een douche vooraleer we gingen winkelen in Motril, de kustgemeente waar koning Boudewijn het leven liet. In Motril moesten we ’s avonds wel even zoeken naar een goed restaurant om opnieuw op krachten te komen. Na die vermoeiende dag lagen we weer flink na elven in ons bed.

De volgende dag trokken we naar Monachil. Ook dat leuke plaatsje is een speeltuin voor bergwandelaars. We kozen voor de Cahorros de Monachil, een luswandeling die van de grote parking langs een bergriviertje de hoogte inklimt. Het pad voert je over enkele hangbruggen en een stukje via ferrata langs overhangende rotsen naast het riviertje. Ook op die wandeling van een achttal kilometer in de bergen spotten we weer steenbokjes. Er was wel meer begankenis op die veel minder zware tocht. We rondden hem af met een biertje op het terras waar ik al vele malen met Marianne en anderen op adem ben gekomen.

Een must do in Guàjar-Faragüit is de Castillejo, de ruïnes van een morendorp op een berg boven Faragüit. Het is een ideale inloopwandeling heen en terug om gewoon te worden aan het klimmen en dalen in de bergen onder een hete zon. Vandaag is het centrum waar de dorpelingen van Faragüit verzamelen de Parada en het winkeltje ernaast. De Parada is het dorpscafé, dat helaas bij onze aankomst gesloten was wegens een grote renovatie. Volgens Lies, een Vlaamse dorpelinge in de Guajares, zou de feestelijke heropening kortelings plaatsvinden. Als je in de Parada iets drinkt, krijg je een tapa. Zo kan je er eigenlijk heel goedkoop eten.

Maar mijn dochter en ik kozen ervoor om te gaan dineren in twee zeer goede restaurants, El Nacimiento in Vélez de Benaudalla en La Roka in Salobreña. Dat laatste restaurant was weer een geweldige voltreffer. La Roka heeft een magistraal terras waarvan je hoog op de berg van Salobreña over de zee en de heuvels van de baai uitkijkt. Door een gelukkig toeval hadden we er op het tijdstip van de zonsondergang gereserveerd. De twee al oudere mannen die het restaurant uitbaten lieten op het juiste moment het wereldberoemde Nessun Dorma, de laatste door Puccini gecomponeerde aria uit zijn laatste opera Turandot door hun speakers klinken. We zagen de zon zakken over de zee en finaal, bij de laatste tonen van Pavarotti, zonk ze onder de bergen achter de baai van Almuñecar. Onvergetelijk.

Toen we terug de berg naar Guàjar-Faragüit opgereden kwamen, bleek er ongewoon veel verkeerscirculatie te zijn. Eens boven kregen we de oplossing van dat raadsel: de gerenoveerde Parada had de deuren al geopend. Het café binnen en het terras buiten zaten vol dorpelingen en aangespoelden. Achter zijn elektrische piano speelde en zong een lokale zanger er Spaanse en Europese klassiekers bij, die massaal werden meegezongen. De drank vloeide rijkelijk en gratis. Er werd gedanst, gezongen en gedronken tot na 3 u. Wij hadden het toen al een uurtje of twee voor bekeken gehouden, want de volgende dag vlogen we terug naar huis.

Een dag later testte ik positief op corona. Tja, ondertussen ben ik al weer genezen hoor!

Geplaatst in reizen, vrije tijd | Tags: , , , , | 2 reacties

Het merk en het verhaal

Sinds zijn baas half juli besliste de pen en de diensten van de Grijze Man voortaan te kunnen missen, zit de Grijze Man thuis. Daar heeft hij zich nog geen seconde verveeld. Hij werkt aan een manuscript. Hij neemt deel aan feestjes met en van zijn vrienden. Hij zoekt lange wandelingen uit om in vorm te blijven en zijn knie te trainen. Hij droomt van enkele reizen die hij met zijn vriendin heeft gepland. En de komende week staat een reisje met zijn jongste dochter naar Spanje op de agenda. Al scheelde het niet veel of de hike ging naar de Alpen. Maar daar geven de weermannen regen. En in Spanje schijnt de zon.

Het nieuws volgt de Grijze Man nog getrouw, zij het vooral over het buitenland. Zoals veel anderen wendt hij zich af van het slechte spektakel in de inlandse politiek. Over enkele weken zijn het weer lokale en provinciale verkiezingen. In de brievenbus roepen folders van de lokale partijen om aandacht. De lokale liberalen heten in Haacht nu Team 3150, een vlag waar de kiezer niks liberaals in vindt. De Grijze Man heeft het opgegeven om de taal- en tikfouten in de folders te tellen.

    

Op de omslagfoto van zijn Facebookpagina klinkt zijn gewezen baas nog hoopvol, met de slogan: “Het nieuw liberaal verhaal begint lokaal”. De Standaard kopte in de weekendkrant: “Het merk Open Vld sterft eerst lokaal, dan nationaal”.  De Grijze Man vraagt zich af hoe het merk en het verhaal zullen aflopen.  

Geplaatst in Uncategorized | Tags: , | 1 reactie

Een weekend van geschiedenis, kunst, strand en herstel

Sinds het de baas van de Grijze Man heeft behaagd niet langer een beroep te doen op zijn diensten, loopt hij een beetje verloren. Om het noorden terug te vinden ging hij met Marianne op verlengd weekend. Het paar bracht een bezoek aan Brugge, de geboortestad van de Grijze Man, om er naar de installaties van de Triënnale te kijken, die dit jaar plaatsvond onder het motto Spaces of Possibility.

Ze bezochten een tiental van de 12 kunstwerken van kunstenaars en architecten, genoten van het prachtige terras aan de Sint-Janskaai, waar de bootjes gevuld met toeristen de bocht in de reien naar het Begijnhof nemen. Het zonnetje scheen zo uitbundig op het terras dat de Grijze Man en zijn vriendin de beschutting van een grote parasol opzochten, waar de bries koelte blies.

De Grijze Man vond in deze editie maar een half dozijn installaties echt de moeite van een bezoek waard. Duurzaamheid was het kernwoord van deze editie, waarin de kunstenaars eens beetje teveel naar de zin van Marianne en de Grijze Man een beroep deden op gerecycleerd materiaal.

Het bezoek aan de inmiddels zevende Triënnale sinds 1968 was het tweede onderdeel van een lang weekend vol deugddoende zomerzon. De eerste halte was een huis in Eeklo, waar Dirk, een neef van de vader van Marianne, ongeduldig zat te wachten op een gedigitaliseerde oude Super8-film. Op de stick stond de film die Marianne’s vader Etienne decennia geleden had gemaakt over hun grote en roemruchte familie. Marianne had die film nu laten digitaliseren, wat de beelden, nog zonder klank, kraakhelder had gemaakt.

De enige overlevende van die familie met wortels in Eeklo en Gent, de 95-jarige tante Agnes, de moeder van Dirk, was ook nieuwsgierig. Het moet gezegd zijn: het geheugen over familiegebeurtenissen en anekdotes van tante Agnes was sterker dan dat van de Grijze Man. Tante Agnes is de enige nog levende dochter uit een reusachtige familie met dertien kinderen, van wie ze de jongste dochter is.  

Het spreekt voor zich dat de projectie van uitstekende kwaliteit over die lang vervlogen tijden indruk maakte bij alle aanwezigen. Dirk, die  aan een stamboom van de familie werkt en over elkeen die erin voorkomt wel een bijzonderheid weet op te dissen, zat op zijn knieën op het tapijt voor het scherm gekluisterd als een kind met een snoepjespot. Hij wist iedereen die in beeld kwam van de reusachtige familie van 13 kinderen die vanaf de jaren twintig van vorige eeuw geboren waren uit de schoot van Mietje Keysers, zijn nonkels en tantes en zijn neven en nichten te situeren. Die kinderen hadden op hun beurt tientallen kleinkinderen en achterkleinkinderen voortgebracht. Nieuwjaar vieren bij de Keysers gebeurde jarenlang met meer dan honderd deelnemers, jong en oud.

Na een lekkere barbecue, een overnachting en een abundant ontbijt verlieten de Grijze Man en Marianne het pand waar ze zo hartelijk waren ontvangen. De volgende halte was dus Brugge, waar ze het grootste deel van het Triënnaleparcours aflegden. Met de namiddagzon op de voorruit van de auto reden ze van Brugge naar Oostende. Daar was het Klein Strand overvol. Het is immers de plek waar veel treinreizigers die vanuit het zwoele binnenland de koele zeelucht plegen op te zoeken, al meteen blijven plakken.

In de late namiddag genoten de Grijze Man en Marianne er op hun beurt van de verkoeling in het zeewater. Tot er opeens zenuwachtigheid ontstond bij de redders, die de honderden baders aan het Klein Strand de Noordzee uit floten. Redders speurden in hun zodiacs het water af. De redding bleek evenwel niet uit de zee maar van het strand te komen. Na een angstig kwartiertje kwam er een strandvoertuig van de Oostendse politie op rupsbanden aangereden. Onder de ogen van enkele honderden badgasten viel een wenend meisje van een jaar of tien in de armen van haar wenende mama. Tranen van geluk, ze zijn zo mooi.

Na een overnachting in het huis van de broer van de Grijze Man, vlakbij het Klein Strand, bracht het koppel nog een bezoek aan Ter Duinen, een herstelverblijf van een ziekenfonds in Nieuwpoort. Daar telt de moeder van de Grijze Man af om eindelijk terug te keren naar haar appartementje in Haacht. Nog enkele dagen geduld, moeder!    

Geplaatst in cultuur, De Grijze Man, familie, geschiedenis, kunst, vrije tijd | Tags: , , , , | 4 reacties