De stad tien minuten vroeger

Soms gebeurt er dankzij de mank lopende treinen in ons land iets verrassends: je komt tien minuten vroeger op je bestemming aan dan gewoonlijk: tien minuten later. Dat overkwam me omdat een vorige trein van Leuven naar Brussel zoveel vertraging had, dat ik na het overstappen onmiddellijk weer door kon sporen naar de hoofdstad, zonder eerst nog op mijn vertrouwde trein te moeten wachten.

Die trein had bovendien nog plaats zat. Eens gestopt in Brussel-Centraal, zag ik in die tien minuten vroeger andere dingen in de stad. De pendelaars hosten niet zo in trossen de trappen van het station op. Maar ze waren wel méér gehaast dan later. Vreemd.

In de voetgangerstunnel naar Kantersteen moest ik nog niet uitkijken om tegenliggers te rammen of voorlopers op de hielen te trappen. De trouwe zwervers waren al op post, wat slaperiger nog misschien. De vreemde man die minuten later met zijn gezang in een zijgang opnieuw het wekken van de dagelijkse verwondering der voorbijgangers zou aanvangen, was zijn hebben en houden nog aan het ordenen.

Op het voetpad liepen meer clochards. Eentje met een fiets aan zijn hand en een plastic zak of tien aan zijn stuur. Eentje met een brandende peuk in zijn mond monsterde enkele heerlijk lange peuken als schatten in zijn hand. Eentje controleerde systematisch de rij vuilbakken op bruikbaars.

Ook de vuilnisdiensten draaiden op een hoger toerental, tot op de voetpaden, waar een man met de slurf van zijn zuigmachine de voetgangers de weg versperde. Vuilniszakken in verschillende kleuren wachtten op hun lift. Sommige zakken waren stuk getrokken, hun inhoud verspreid in het rond. De prooi van roofdieren met menselijke klauwen.

De horecazaken deden zo vroeg in de ochtend al zaken. Broodjes, koffiekoeken en croissants. Koffie en ontbijt. Cafés met amper klanten. Beenhouwer Johan stalde zijn fijne vleeswaren uit. Keukenpieten in Ethnic Foods hebben met hun kapje op postgevat achter het fornuis.

Aan het bezoekerscentrum van het Vlaams Parlement was een stielman onder het licht van een halogeenlamp een gat aan het boren. Later op de dag moet minister-president Jan Jambon er het protest van de cultuursector het hoofd bieden. Op elke van de vele deuren aan de buitenzijde van het bezoekerscentrum plakt een grote gele sticker met een officiële Vlaamse Leeuw, zodat elke bezoeker zich er terdege van bewust is waar hij een voet zal binnen zetten. Elke Leeuw krabt met zijn rode klauwen naar de grond. Het was nog te vroeg voor een actie van boze, linkse culturo’s.

Enkele gedachten verder was ik op mijn werk. Het onthaal was nog niet bemand. Een telefoon stopte net met rinkelen. Van in mijn bureau kreeg ik weer een mooi panorama te zien. De zon zocht een gat in de wolken. Daar hoorde ik Sven komen, om bij het doornemen van de kranten een praatje te slaan over het nieuws van de dag. De voormalige minister van Cultuur zei dingen die je nergens zal lezen.

Dit bericht werd geplaatst in Brussel, cultuur, samenleving. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s