De Bastide Sourdiou

De Bastide, een gezellige wijnbar in Haacht, is gesloten. De uitbaters zijn verhuisd naar Frankrijk. En de nieuwe uitbaters hebben nog wat werk aan hun winkel. Maar ik weet nu al dat de nieuwe Bastide nooit dezelfde kan zijn als de oude. Ik kwam er graag met Greet en bevriende koppels. Ik kwam er ook alleen, voor onderonsjes met oude vrienden of gewoon, om een klapke te doen met Joan. Bij vele glazen rode wijn wisselde ik er met Raf van gedachten over literatuur, vrouwen, politiek, muziek en literatuur. Dan zette Joan Dylan op. Helaas hield na 8 juli 2011 enkel nog Raf’s foto op het rek achter de toog een oogje in het zeil. Ik kwam er ook al eens met Leo. Met hem dronk ik gewoonlijk enkele grote flessen La Chouffe tot hij er aan dacht dat hij nog moest rijden. We bespraken het belangrijkste uit ons leven, zoals het werk, de politiek en de vrouwen. En voor hem ook nog auto’s en beleggen, maar omdat hij weet dat ik daar niets mee heb, hield hij zich in. Als Tuur van zijn berg in het Franse Les Tillets in de Lot naar Haacht afdaalde, sprak bastidehij ook met me af in de Bastide. We spraken over dromen en hoe hij daar 930 kilometer verder aan werkte en ik hier. Lang geleden dat ik hem nog heb gezien, nog langer geleden dat ik met hem een onderonsje heb gehad. Dat komt ervan natuurlijk, als je in de Lot gaat wonen. Ik sprak er tenslotte ook eens af met Ward. Ik interviewde hem over zijn passie voor archeologie maar we dwaalden af naar kunst en cultuur, geschiedenis en politiek. En altijd, met allemaal, haalden we ons gezamenlijk scoutsverleden op. Elke keer schoof Joan wel even mee aan, als zijn lekkere pasta’s geserveerd waren en de drukte het toeliet. Dan moest Bie de zaak alleen beredderen. Bie kan dat en ze deed dat graag en met flair. Ze was een perfecte cafébazin. Ze lette goed op de kleintjes en handhaafde haar beginselen. Ze kondigde in de Bastide een rookverbod af nog vóór de wet volgde. In het begin probeerde ik haar verbod te overtreden, maar ze was onverbiddelijk. Nu ik gestopt ben, dank ik haar. Mijn vriendschap met Joan gaat terug tot de lagere school van Haacht-Station, ons dorp over drie gemeentegrenzen gespreid naar waar mijn ouders verhuisden als ik tien was. Met Joan rookte ik mijn eerste sigaret, gepikt van zijn grote broer Eddy, en ging ik voor het eerst op café. Ik lag dubbel van het lachen als hij tijdens een dropping met de verkenners viel bij het springen van een prikkeldraadafsluiting over een beek, tot ik, als laatste, door kreeg dat hij zijn enkel had verzwikt, of erger misschien. Joan kwam bij de voorbereiding van de vergaderingen met de welpen altijd met fantastische ideeën, die helaas zelden haalbaar bleken maar ons toch aan het lachen brachten. Toen ik moest blokken voor mijn eerste jaar Pol&Soc gingen we als ontspanning tennissen en kwam ik tot ontsteltenis van mijn moeder zat thuis. Maandenlang moest ik zagen om het tekstboekje van mijn lp Bob Dylan Live at Budokan terug te krijgen, waarschijnlijk omdat Joan de liedjes op zijn gitaar aan het oefenen was. Hij was en blijft bezeten van muziek. Hoe laat we ’s nachts ook onze slaapzak in de leidingstent inkropen, ’s morgens stond hij welgezind op om in de commandotent op de cassetterecorder Heroes van Bowie of Annie I’m not your daddy van Kid Creole and the Coconuts te laten schetteren. In een plattelandsdisco in de Kempen stonden we op onze rubberlaarzen om vier uur ’s nachts op de dansvloer London Calling van The Clash mee te brullen. Hij liet me in Westouter stikken met de welpen omdat hij met Raf naar Oostende moest en zou, want BB King kwam er optreden en het zou misschien de laatste keer zijn dat ze die legende levend konden zien. Begeleid met zijn akoestische gitaar zong hij A fisherman’s blues van The Waterboys en toverde kippenvel op de uitvaart van Raf. Joan woont nu met zijn Bie in Frankrijk, niet eens zo gek ver weg van Tuur, in een gehucht-straatje genaamd Sourdiou in Moissannes, een boerengat op ongeveer dertig kilometer van Limoges. Voortaan kan ik niet meer naar de Bastide om een boek te lezen of wat te zitten schrijven bij een Duvel of Orval, wachtend op Dylan en Joan die recht over me komt zitten en vraagt, awel hoe is het ermee Pekes?

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Haacht, vriendschap, vrije tijd en getagged met , , , . Maak dit favoriet permalink.

Een reactie op De Bastide Sourdiou

  1. Anoniem zegt:

    Traantjes Pekes. Jullie vriendschap, jouw pen, de toekomst !

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s