Vijf Spartacussen en een chicken lane

Eindelijk was het zover. De Spartacusrun in De Schorre in Boom, 2 mei. We hadden er maanden voor getraind, sommigen toch, aan een ritme van twee keer per week gaan lopen.We waren met zes ingeschreven. Al gauw moest Filip afhaken, hij was een beetje te intens beginnen trainen en gekwetst geraakt. Drie weken out en toen hij daarna opnieuw trachtte te lopen, merkte hij dat het te vroeg was, hij geraakte amper een kilometer ver zonder pijn. En de Spartacus-run is tien kilometer, met flink wat zware hindernissen op het parcours.

Helaas dus met vijf maar naar Boom en eentje die ons met pijn in zijn hart van thuis een toffe race wenste. Drie van de vijf hadden met de veteranen van Sparta Haacht daags voordien nog een potje gevoetbald. Dat was ook bijna fataal voor de Merckx, die zijn knie verdraaide en van hurkzit in de startbox nog amper recht geraakte. Maar hij verbeet zijn pijn als de kleine, dappere welp die ik als Akela ooit onder mijn hoede had en haalde de meet.

De Winnie had ook getraind. Vooral in het bedienen van allerlei apps om via whatsap de rest van de groep te laten weten hoe goed hij wel bezig was. Altijd met een knipoog, magistrale looptijden waar hij mee pronkte, bleken al wel eens met de fiets afgelegd. Maar Tchakka Winnie haalde ook de meet, op karakter, met twee chips aan zijn enkels, want hij wilde Filip, als de geest van Boom, ook over de meet loodsen en een medaille bezorgen.

Kristel maakte tijdens de trainingen de grootste vorderingen. Ze kon tegen 2 mei met gemak tien kilometer lopen. Ze begon goed maar kon na een kilometer of wat toch het tempo van haar man en schoonbroer niet volgen. Gelukkig voor haar was er een dodelijke oefening, waar een lange file stond. Je moest haast zonder aanloop een hoge watergladde skateramp oprennen, je aan de bovenkant vastgrijpen of de pols grabbelen van een bereidwillige helper die al boven was geraakt.

Bart en ik wilden het toch proberen. Na één keer terug naar beneden gegleden te zijn, kon

De Winnie, de Merckx, Bart en Kristel maken zich klaar voor de Spartacusrun

De Winnie, de Merckx, Bart en Kristel maken zich klaar voor de Spartacusrun

ik mijn hand rond de pols klemmen van een deelnemer die al boven was geraakt en mezelf ophijsen. Even later, ook bij zijn tweede poging, kon ik Bart optrekken. We waren boven! De meeste deelnemers lukten niet in die proef, hoe vaak ze ook probeerden. Velen namen dan ook snel de chicken lane, het pad voor wie de proef niet wilde doen.

En daar zagen we van boven Kristel staan, op de derde rij. We besloten te wachten om haar er ook op te helpen. Intussen hesen we nog een stuk of tien andere spartacussers de ramp op, echt wel hard labeur. Bart moest tot het uiterste van zijn krachten gaan om een bodybuilder van circa twee meter en meer dan honderd kilo zwaar boven te krijgen. Maar helaas, na een kwartier wachten en enkele mislukte pogingen, bleek dat Kristel de ramp niet op zou geraken. Zij dan maar naar de chicken lane en gedrieën verder naar de vlotten.

Alweer een opstopping. Kristel geraakte net op een vlot vóór Bart en ik. Op dat moment wisten we niet dat de Winnie en de Merckx ons ook al voor waren, met grote binnenpretjes à la Kwak en Boemel, via enkele chicken lanes. Ah ja, met zijn astma mag de Winnie toch niet door het doolhof van strobalen! We zetten de achtervolging op Kristel in.

Aan de ramping met elektriciteitsdraden stond opnieuw een massa deelnemers aan te schuiven. Nog eens tien minuten verliezen om dan vijftien meter op onze buik door de modder te ploegen en opgeschrikt worden door elektroshocks, daar hadden we even geen zin in. Bovendien had Bart bij een vorige ramping een lelijke snee in zijn been. We namen de chicken lane, onze enige!

Wisten we veel dat de drie andere deelnemers ons weer hadden gespot. Ook zij stonden ergens tussen het pak wachtenden. Waarop ze op hun beurt ook voor de eieren van het kippenstraatje kozen. We zagen hen pas terug aan de meet. Bart en ik liepen zo snel we nog konden verder. Een zo hoog tempo dat Bart terrein verloor. Ik moet toegeven, hij had niet getraind en ik kan met gemak vijftien kilometer lopen op een uur en een kwartier. Maar telkens haalde hij me in aan de hindernissen, ofwel omdat ik er tijd verloor met wachten, ofwel omdat hij er sneller doorheen of over was geraakt.

Een van de laatste hindernissen was tachtig meter zwemmen. Ik ben geen zwemmer meer, dat ben ik nooit geweest. De honderd meter voorsprong bij het lopen die ik op mijn jonge broer had, haalde hij bij het zwemmen weer in. Samen liepen we naar de laatste hindernis, alweer aanschuiven, een net opklimmen, een groot bad van autobanden door en het gebeurde weer: hij stak me voorbij. We moesten nog door een rioolpijp ritsen en daar lag de finish al. Maar hij wachtte me op om hijgend samen over de meet te lopen. Door het vele oponthoud onderweg was onze tijd niet om over naar huis te schrijven. Maar in Boom was mijn broer een echte Spartacus. Waren we alle vijf Spartacus. Spijtig dat er niemand was om ons aan de meet te fotograferen.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in vriendschap, vrije tijd en getagged met , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s