Downbound Train

Door vanochtend in de derde in plaats van in de tweede wagon van mijn normale vroege stoptrein naar Brussel te stappen, heb ik een fris vleugje spanning over het begin van de dag gespoten.

Enkele haltes ver zat ik helemaal alleen op de twee tegenover elkaar geplaatste driepersoonsbanken en kon ik me voluit concentreren op de muziek in mijn hoofdtelefoon en de laatste pagina’s van Per Olov Enquist’s Het boek der gelijkenissen. Een liefdesroman.

Ik had de recensie al gelezen in De Standaard toen ik het boek, een kleinood van iets meer enquistdan 200 bladzijden, bij de sprinters in de bibliotheek zag staan. Ik stopte het meteen in mijn zak, verleid door de loftrompet van de recensist en door die ene zin op de achterflap: ‘De verleidingsscène op de kwastvrije grenenvloer is een van de schitterendste uit de wereldliteratuur’.

Wie het al eens geprobeerd heeft, weet dat het niet makkelijk is een goede seksscène te schrijven, laat staan een verleidingsscène. Welnu, voor zover ik wat van de wereldliteratuur ken, kan ik alvast die ene zin op de achterflap beamen. Maar het was voor de rest geen makkelijk boek.

Toen de trein naar Brussel-Zuid om 7.20 u in Mechelen stopte, zette zich schuin over me een arbeider van vermoedelijk Marokkaanse origine met een zwart ribfluwelen petje en een werkbroek met ingenaaide kniebeschermers. Enkele seconden later vonden twee allochtonen een plaats op ‘mijn’ banken, de ene recht tegenover me aan het raam, de andere naast me.

Een penetrante geur van jonge mannen deed me met een geërgerde blik opkijken van mijn boek. Dat moet weer lukken, dacht ik. In mijn hoofdtelefoon zong Bruce Springsteen I had a job, I had a girl, I had something going mister in this world, de eerste regels van Downbound Train.

Ik schatte de naar zweet stinkende jongens met smalle schouders, kortgeknipte krullen en wat dikke zwarte haartjes op hun bovenlip zestien, zeventien. Ze leken broers en ze zagen er vermoeid uit. De jongen naast me droeg een smoezelig rood shirt van Portugal. Ze hadden een werkbroek aan die er niet meer proper uitzag en hun schoudertas was te klein voor schoolgerei.

Ja, in die derde wagen voelde ik me opeens meer in een Downbound Train dan in de tweede. Ik moet mijn oudste dochter die toegepaste taalkunde studeert eens vragen hoe ze die songtitel zou vertalen. Ik concentreerde me weer op Enquist, die op het einde enkele cruciale puzzelstukjes legde, zoals waarom er na de titel van het boek Een liefdesroman werd toegevoegd, maar zonder alle raadsels uit de eerdere hoofdstukken op te helderen.

Ineens voelde ik zacht de knie van de jongen met het shirt van Portugal tegen mijn knie leunen. Hij was in slaap gevallen. In het volgende station zette hij zich weer recht maar doezelde enkele seconden later weer in en daar voelde ik zijn knie weer.

In Schaarbeek, waar de Marokkaanse arbeider met de pet afstapte, was mijn boek uit. Ik keek eens naar de foto van de oude Zweedse succesauteur. Ik was blij dat ik hem heb leren kennen en voelde me zo vervuld van grote gevoelens dat die knie me niet meer stoorde. In Brussel-Noord maakte de jongen die rechtover me zat aanstalten om af te stappen.

Ik bedacht ineens dat hij jonger is dan mijn tweede dochter, die straks hopelijk haar humanioradiploma krijgt en na de vakantie net als haar zus naar de universiteit wil. Hij maakte zijn broer wakker en zei iets tegen hem in een taal die ik niet begrijp. De jongen naast me boog zich voorover en pas dan realiseerde ik me dat ze Portugees praten. Op de rugzijde van het voetbalshirt zag ik een naam: RONALDO C.

Wat later reden we Brussel-Centraal binnen. De trein had elf minuten vertraging opgelopen, zag ik op de borden. Ik liet de fan van de Portugese stervoetballer in Brussel-Centraal voorgaan op de roltrap naar de uitgang. Ik snoof nog eens diep zijn zure geur op en wenste hem stilletjes een mooi en goed meisje toe. Hopelijk mag hij over een dikke twintig jaar ook fier zijn kinderen naar de universiteit zien gaan. Buiten in de zon zag ik enkele tientallen meters verder op de stoep enkele mensen lopen waarmee ik normaal in de tweede wagon zit.

Ik keek op mijn uurwerk en ik dacht, wat betekenen elf minuten vertraging in een mensenleven als een nieuwe wagon inspiratie geeft om de spier van mijn verbeeldingskracht nog eens te kunnen oefenen?

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Brussel, integratie, literatuur en getagged met , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s