Hoe anders Vlamingen en Nederlanders naar de wereld kijken

Vlaanderen en Nederland kijken sterk verschillend naar de wereld. Dat bleek uit de Nederlandse goedgeefsheid voor de Filipijnen, weliswaar onder impuls van sterker aandringen in de Nederlandse media. Maar dat blijkt evengoed uit de zeer vrijgevige en steeds strakker georganiseerde Vlaamse integratiepolitiek. 

In zijn twee laatste beleidsbrieven wijdde Vlaams minister van Inburgering en Integratie Geert Bourgeois enkele regels aan de bilaterale contacten met Nederland. Onze noorderbuur ging terzake lang door als een gidsland.  Vlaanderen voerde bijvoorbeeld naar Nederlands voorbeeld (onder de liberale minister Marino Keulen) een verplichte inburgering in.

Uit een reportage die onlangs verscheen in De Groene Amsterdammer (7/11) blijkt dat Vlaanderen vandaag op dit terrein aan Nederland niets meer heeft. Want over de inb nlMoerdijk wordt er al bijna een jaar nauwelijks nog ingeburgerd.

Wat is er loos met Nederland? Sinds januari van dit jaar moeten de inburgeringsplichtige nieuwkomers in Nederland hun eigen inburgering regelen. Ze krijgen alleen nog een brief waarin staat dat ze daarvoor 3 jaar de tijd krijgen. Ze moeten zelf een inburgeringscursus vinden. Tot einde 2012 deed de gemeente dat voor hen. Sinds 2006 al is de inburgeringsmarkt in Nederland immers vrijgemaakt.

De nieuwkomers in Nederland moeten die cursus en het examen dat ze moeten afleggen ook zelf betalen. Dat kost tussen de 3.000 en 5.000 euro. Wie dat wenst, kan bij de bevoegde overheidsdienst wel een lening afsluiten.  Dankzij de Nederlandse oppositie wordt vluchtelingen nog wel het geleende bedrag weer kwijtgescholden. Tenminste, als ze geslaagd zijn in het examen. Wie niet slaagt in het examen, kan zijn verblijfsvergunning verliezen.

Tien maanden na de invoering van de nieuwe regels hebben 923 nieuwkomers zich bij die dienst gemeld. Hoe de andere inburgeringsplichtige nieuwkomers (Nederland telde er dit jaar tot oktober 7.803) hun plicht zullen vervullen, Joost mag het weten. De huidige situatie, noteert De Groene Amsterdammer, is een herhaling van wat eerder als falend beleid werd gezien.

Nederland gelooft heilig in de versterking van de eigen verantwoordelijkheid van de nar vlinburgeringsplichtige. Vlaanderen gelooft daar ook in (er bestaat een systeem van administratieve boetes voor wie zich aan zijn inburgeringsplicht tracht te onttrekken, maar daaraan gevolgen verbinden voor het verblijfsstatuut is een federale bevoegdheid).  Niet zo resoluut als Nederland echter.

Inburgering en integratie worden in Vlaanderen met het nieuwe decreet van Bourgeois stevig verankerd als overheidstaak. Inburgering blijft gratis, maar het kennisniveau Nederlands stijgt tot het niveau waarmee een beroepsopleiding kan worden gevolgd. En op termijn (dit onderdeel wordt doorgeschoven naar de volgende Vlaamse regering) moeten de inburgeraars ook slagen in een examen Nederlands en maatschappelijke oriëntatie om hun inburgeringsattest te verkrijgen.

Het Vlaams beleid zet dus veel sterker dan het Nederlandse in op het maatschappelijk belang van de inburgering.  Vlamingen vinden dat nieuwkomers zo snel mogelijk Nederlands moeten leren en hun eigen kostje moeten verdienen. Het is tenslotte in hun eigen belang en in het belang van hun kinderen, zeggen de Vlamingen terecht. De al veel te lang veel te slechte statistieken inzake werk en onderwijs van ouders en kinderen van wie de thuistaal niet het Nederlands is, bewijzen het.

Wat Vlamingen daar niet bij zeggen, is dat sommigen onder hen zich in deze tijden van aanhoudende grote immigratie opnieuw meer zorgen maken over de status van hun variant van het Nederlands.  Zal het Nederlands in Vlaanderen opnieuw een keukentaal worden?

Want Vlamingen leven in een kleiner taalgebied dan Nederlanders, dat deel uitmaakt van een land met drie officiële talen (naast Nederlands ook Frans en Duits) en een (Europese) hoofdstad waar het Engels oprukt. In tegenstelling tot de Nederlanders herinneren de Vlamingen zich de nog maar enkele generaties oude Belgische knechtschap omwille van taal en cultuur. Bovendien kunnen Vlamingen niet bogen op een zelfbewustzijn als natie van handelaars, rentmeesters, (bijbel-)lezers en koloniale heersers, dat bij onze buren wel vooraan in het collectief geheugen zit.

Zo tast de breeddenkende Nederlander dus royaler in zijn buidel voor het leed van die arme Filippino’s. Zo kan een Nederlander zich gewoon niet indenken dat een nieuwkomer zijn toekomst in Nederland zou kunnen, zou willen uitbouwen zonder Nederlands te leren en zich in te burgeren.  Oude Nederlanders vinden dat je het moet verdienen om nieuwe Nederlander te worden. Oude Vlamingen vinden het hun plicht nieuwkomers te helpen en bij te staan om nieuwe Vlamingen te worden. Ook in hun eigen belang.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in integratie, politiek en getagged met , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s