Wilfried Martens: wat van dromen rest, is liefde

Toen Wilfried Martens voor het eerst premier werd, was ik zestien. Voordien was hij als CVP-voorzitter van 1972 tot wanneer hij de Wetstraat 16 veroverde, al een machtig man. Maar voor mij persoonlijk was hij vooral de eerste minister van mijn politiek ontwaken, mijn politieke vorming en nog een stuk van de rijping daarna ook. Naarmate zijn Europese carrière na zijn premierschap voortschreed, steeg mijn kennis over die schrandere jongen uit Sleidinge en kon ik hem bewonderen als Hugo Schiltz of de jonge Guy Verhofstadt, toen die als hemelbestormer nog geloofwaardigheid uitstraalde en mensen aan het dromen bracht.

Martens was een kwal, een machtsmens, een koele en gevoelsarme kikker, een verrader van de Vlaamse zaak. Zo dacht ik over hem in de humaniora. Hij zag er ook zo uit met diemartensbril visogen achter zijn zwart omrande bokaalglazen, zijn krijtgestreepte maatpakken, deftige dassen, zwarte schoenen en sokken, plechtige stem. Ik kon niet wachten met tegen hem te gaan protesteren en betogen, als student Pol&Soc in Leuven, waar Martens het gezicht van de CVP-staat was geworden.

In de licenties Communicatiewetenschap gaf mijn promotor me de kans als correspondent voor het studentenleven te freelancen voor de Gazet van Antwerpen, die toen een kantoor had op de Bondgenotenlaan. Een van de opdrachten die ik voorstelde maar niet mocht uitvoeren, was een reportage over abortussen bij studenten.  Een van de opdrachten die in mijn bak geduwd werd en waaraan ik met tegenzin begon, was verslag uitbrengen van de nieuwjaarsreceptie van de CVP-jongeren. Die receptie bevestigde nog mijn afkeer van de christendemocraten als machtsmensen in de CVP-staat Vlaanderen.  Want in 1985 vertegenwoordigde de CVP in de Kamer met 49 zetels nog 21,3% van de Belgische kiezers.

Vorig jaar schreef ik over die receptie volgend dialoogfragment uit een onuitgegeven verhaal:

‘Ik vroeg die jonge in pak en das geüniformeerde CVP’ers waarom ze bij de CVP  waren. Wel, ik hoorde verschillende redenen, van onze pa is daar ook bij tot ik wil op een kabinet gaan werken. Eentje zei vlakaf dat hij voor een grote partij koos omdat er daar meer carrièremogelijkheden zijn. Maar niemand zei dat hij het deed om de fantastische christendemocratische boodschap te verkondigen.’

‘Verbaasde je dat dan ?’

‘Ja…, ja eerlijk gezegd, dat verbaasde me. Ik voelde me daar zo onwennig. Tot dan dacht ik dat politici, zeker de jonge, de samenleving willen verbeteren, willen proberen de ideeën waarin ze geloven, te verwezenlijken.’

Als de droom verzwindt, sterft een politieke stroming. Meestal langgerekt als het een machtspartij in een vette democratie is. Maar niet noodzakelijk onafwendbaar, want getalenteerde nieuwlichters kunnen dromen nieuw leven inblazen. Dan moet de droom natuurlijk nog tastbaar en levend worden en niet vloeken met de realiteit, zoals Vlaanderen In Actie.

Het wonderbureau van CVP-jongerenvoorzitter Wilfried Martens koesterde dromen over het federalisme in België, over een welvarend, verdraagzaam en pluralistisch Vlaanderen, over de Europese eenmaking.  Die dromen werden waarheid. En iemand als Martensmartens parlement offerde voor het dichterbij brengen ervan zo ongeveer zijn persoonlijk leven op. Dat concludeerde ik later toch, na het lezen van de boeken van Hugo De Ridder.  Van het gezicht van de CVP-staat werd Wilfried Martens de vleesgeworden staatsman:  jeugdig engagement, eeuwigdurende plicht en loden verantwoordelijkheid voor zijn Vlaamse gemeenschap, voor het koninkrijk België, voor een verenigd Europa, maar ook voor de kringen onder zijn ogen en de stenen in zijn hart.

Ergens eind de jaren negentig liep ik hem op een stille namiddag langs een lege straat in Brussel tegen het lijf. Hij droeg een hoed en priemde zijn onzekere ogen door een fragiel brilletje naar een verloren bestemming. Hij was nog niet zo lang geleden vader geworden van een tweeling. En toen mijn weg zich van de zoekende Martens scheidde, viel het me te binnen: hij kan er kwetsbaar uitzien. Ik weet het aan een eindelijk geconsumeerd vaderschap.

Nu hij dood is, hoor ik overal de liefde resten. Op de radio, op televisie, in mijn mailbox, op facebook en twitter, bij vrienden en vriendinnen hoor je het: mensen die hem niet martensgetrouwdpersoonlijk kenden,  wijden hun eerste gedachten aan Miet, die een leven lang op hem heeft gewacht, bij wie hij gelukkig was, door wie hij zijn hand liet strelen zelfs als de camera draaide, met wie hij zijn meest harmonieuze gemeenschap beleefde, voor wie een droom is uitgekomen, vijf jaar lang. In wie liefde overleeft.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in liefde, politiek en getagged met , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s