Een ontmoeting op de trein

Reizen met de trein levert mij vaak inspirerende ontmoetingen op.  Zoals op de trein uit Nederland die ik uitzonderlijk nam in Mechelen om 7.21 u. Ondanks het vroege uur zat hij tjokvol. Ik weet niet goed waarom, maar iets spoorde me aan om me er niet bij neer te leggen te moeten rechtstaan. Ik wandelde twee lange wagons door zonder een leeg zitplaatsje te vinden, maar op de allerlaatste rij van de laatste wagon had ik toch succes. De vriendelijke oude dame die er aan het raam zat, leek me op te wachten. Nog voor ik iets kon vragen, zette ze het kleine zwarte koffertje dat de lege zetel naast het gangpad blokkeerde, voor haar eigen benen, die ze nu niet meer kon strekken.

De vriendelijke oude dame was opmerkelijk uitgedost. Ze droeg ouderwetse zwarte schoenen die evengoed aan mannenvoeten hadden kunnen zitten. Daar bovenop rustte de zoom van een diep zwart habijt. Op haar hoofd en tot diep over haar schouders was een zwarte hoofddoek gedrapeerd, afgebiesd met een wit boordje. Toen ik me naast haar had neer gevleid, was in het profiel naast me maar een heel klein stukje gezicht achter de witte rand te zien, met de helft van een ouwe neus en een vredige glimlach.

Een nonnetje! Hoe lang was het geleden dat ik nog zo dicht in de nabijheid was geweest van een vertegenwoordiger van deze althans in het straatbeeld nagenoeg uitgestorven beroepscategorie, in vol ornaat dan nog?

Zuster Odilia en zuster Hadewijch werkten zich vanuit de diepte van mijn geheugen naar boven. De eerste bemoederde me als kleuter in de kleuterklas, de tweede onderwees me in de Sint-Lambertusschool in Nossegem. Van de kleuterjuf herinner ik me alleen dat ze dik, rood en hartstochtelijk vriendelijk was. En verduiveld goed poppenkast kon spelen. Van de tweede weet ik nog dat ze vel over been was, maar wat kon ze vertellen, met die fonkelende karbonkels van ogen die in mijn jonge hoofd een eeuwigdurende belangstelling voor de boeiende geschiedenis van Vlaanderen hebben gewekt. De twee zusters waren al niet meer zo jong toen, ik hoop voor hen dat ze intussen in de hemel zijn.

En nu zit ik hier weer naast zo’n exemplaar met een vredige glimlach op het gelaat. Zou ze gelukkig zijn, vraag ik me af. Hoeveel jaren geleden heeft ze ervoor gekozen haar leven te wijden aan Onze Lieve Heer? Was dat leven tot nog toe bevredigend? Of beklaagt ze zich haar keuze? En doorstaat ze de gevolgen van die levensbepalende keuze in de hoop, in het geloof straks naast Jezus in de hemel te mogen vertoeven? Lukt het haar nog, haar leven lang geven om na haar dood te krijgen?

Mijn God, denk ik, hoe ver verwijderd van hier ligt die wereld waarin jonge vrouwen en mannen zo’n keuze maakten? Een keuze voor een sober leven in armoede, in seksuele onthouding, in blinde gehoorzaamheid, in een gemeenschap van gelijkgestemden, in het teken van een God wiens bestaan niet berust op bewijs maar op geloof? Een leven lang!

Hoe moeilijk hebben mensen het vandaag om zich aan keuzen te houden die in de jeugdjaren van het nonnetje nog voor eeuwenlang levensbepalend leken te zijn, zoals een religieuze roeping, of evengoed de keuze van een partner? Hoe moeilijk vallen mij al de keuzen van elke dag: het roken van één of twee sigaretten laten? In plaats van de auto toch eens de fiets nemen om naar het station te rijden, anderhalve kilometer verder?

Voorbij Vilvoorde diept het oude, vriendelijke nonnetje uit een of andere habijtzak een mapje op waarin haar ticket zit.  Zoals dat tegenwoordig gaat, gesponsord met reclame langs de binnenkant. Weelderig lui zie ik een naakte vrouw haar wulpse vormen aanprijzen, met op de voorgrond een flesje parfum (ik heb niet op de naam van het parfum gelet). Wat een stijlbreuk. Wat zou het nonnetje nu denken? Of zou ze het model niet eens hebben opgemerkt? Die kans is groot.

Ik hoop ineens dat ze in haar leven heel veel gekregen heeft. Dat ze veel liefde heeft mogen ontvangen van de mensen rond haar heen. Haar vredig gezicht in dat afschrikwekkend zwarte kraaienpakje verdient dat.

In Brussel-Noord moet ze afstappen. Ik haast me voorkomend recht te staan en mijn hart wil haar nog een heel prettige dag toewensen. Maar ik kom niet verder dan een zo vriendelijk mogelijke glimlach. En daar heb ik meteen spijt van als ik haar over het perron zie schuifelen, met als metgezel dat doofstomme zwarte koffertje, gehoorzaam en gedienstig haar eindbestemming tegemoet.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in reizen en getagged met , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s