Wagonautisten op Wereldvluchtelingendag

Een wagonautist. Dat ben ik, volgens mijn oudste dochter. Ze pendelt mee naar Brussel, met de vroege trein van 7:02 u. Ze zwoegt op de laatste examenweek van haar eerste bachelor.  Gedurende de vijftig minuten die we samen sporen leest ze nog driftig nota’s en samenvattingen na.

Ja, ik geef het toe, ik ben een wagonautist. Ik hou ervan elke ochtend in dezelfde wagon op te stappen. Ik kijk uit naar de mensen die er al zitten, die ik herken maar, een uitzondering daargelaten, niet ken. Ik kijk uit naar en ik kijk uit voor mensen die op de volgende haltes van de boemelende P-trein naar Brussel opstappen. Sommige mensen die ik niet ken heb ik namelijk liever niet in mijn buurt. Ik heb geleerd hoe je tot op zekere hoogte mensen ertoe kunt brengen niét naast je of rechtover je te komen zitten.

Andere mensen heb ik wel graag in mijn buurt. Ik tracht dan verwelkomend en gastvrij over te komen, leg mijn tas onder mijn bank in plaats van naast me, hou mijn knieën tegen de zetelrand geklemd om zo weinig mogelijk beenruimte in te nemen.

Doorgaans lees ik op de trein een boek. Als ik praters rond me heb zitten die me uit mijn concentratie brengen, zet ik een dikke hoofdtelefoon op en luister ik onder het lezen naar mijn favoriete muziek. Soms luister ik wel noodgedwongen of belangstellend naar een conversatie of een telefoongesprek tussen onbekenden.

Zo leer ik de onbekenden kennen. Zoals de onaantrekkelijke vriendelijke vrouw die haar elke ochtend ongeborstelde en toch zo mooie vriendin vertelt dat ze een weekend gaat shoppen in Londen. De steelse trots waarmee het lelijke meisje de maandag daarop naar haar glanzende, exclusieve sandalen in krokodillenleer met een hoge hak gluurt.

De vervelendste medepassagiers zijn de oudere man die het nieuws van de dag voordien lijzig nakauwt voor zijn zwijgende jonge collega met oorbel en baseballpet en de vrouw van middelbare leeftijd die wel elke dag haar collega en de omzittenden verveelt met klachten over haar man die de verwachtingen weer niet heeft ingelost. Ik kan ze helaas niet steeds vermijden.

Mijn dochter fluistert dat ze zich niet kan concentreren met die babbelkonten achter ons.  ‘Zet je hoofdtelefoon op’, raad ik haar aan. Misschien is ze ook wel een wagonautist, denk ik. Ik zwijg erover, ze moet zich kunnen concentreren. Wat later in Brussel-Centraal wens ik haar veel geluk met het examen.

Aan de uitgang waar Brussel-Centraal elke ochtend de pendelaars uitbraakt als water dat kolkend bergop vloeit, stopt een vrouw me een kaartje in de handen. ‘Niemand vlucht uit vrije wil’, staat erop geschreven. ‘Vluchtelingen laten alles en iedereen achter om te ontsnappen aan geweld. Niet uit opportunisme, maar om te overleven.’ Het is wereld-vluchtelingendag. Wat mag een mens zich toch gelukkig prijzen als hij ongestoord de wagonautist kan uithangen.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in politiek, reizen en getagged met , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s