De raid op Corsica, met de C-130 naar Solenzara

Het heeft me weinig overtuigingskracht gekost om Marianne mee te krijgen naar Corsica. Mijn verhalen en boeken over het schone eiland waren voldoende sterk. Mijn allerliefste nam zowat de gehele organisatie van onze Corsicareis op haar schouders, waarvoor mijn grote dank.

Zelf was ik al vier keer op het eiland geweest. Aan de eerste keer, in december 1986, als kandidaat-reserve-onderofficier met het peloton van de Luchtbevoorrading, bewaar ik niet zo heel veel herinneringen meer. Het is een luikje uit mijn paracommandotijd dat nog niet was geopend en waarover ik nog niet geschreven heb. Hierna volgt het relaas van mijn eerste bezoek aan Corsica. Eerlijk gezegd, dat was afzien.

Wist ik toen veel dat we een winters parcours zouden volgen langs ijskoude rivieren, over steile bergkammen, langs paden die je amper paden kon noemen. Ik herinner me niet dat de luitenant, de stafkaart ter hand, ons toen al langs de gemarkeerde paden van de GR20 gidste, een rode en een witte streep op rotsen, stenen en bomen.  Wellicht bestond de GR20 toen immers nog niet, was het natuurpark nog geen beschermd natuurgebied en waren er geen hutten voor trekkers maar voor herders.

Ik sleepte mezelf hijgend en puffend berg op en berg af, in het zog van de luitenant. Op een ruwe ondergrond begroeid met maquis beval hij bij valavond onze tenten recht te zetten. Het was tijd om onze rantsoenen aan te spreken en ons potje te koken. Hans en ik hadden een aardig vlak plekje gevonden op een plateautje tussen de struiken. Toen we ’s anderendaags wakker werden, leek de stilte de aarde te hebben veroverd. We ritsten ons tentje open. Waar we in het rond ook keken, overal lag er een wit sneeuwtapijt.

Van ons bivak daalden we elke dag terug af naar een niet nader genoemde rivier, een plek waar van ons, geharde strijders, verwacht werd dat we ons in het snelstromende ijswater in onderbroek en ontbloot bovenlijf van kop tot teen wasten. Aan die dagelijkse martelgang probeerde ik me waar mogelijk te onttrekken. Het was al erg genoeg dat er nergens in de wilde natuur toiletten met WC-papier voorhanden waren.

Naargelang onze decemberoefening zich ontwikkelde, rijpte ook de conditie van onze lichamen en werden de BV’s, de beroepsvrijwilligers, stoutmoediger nadat ze hun tentje hadden opgezet. De manschappen durfden het naarmate de martelgang vorderde alsmaar beter aan om na zonsondergang op de kammen van het gebergte of in het maquis op de hellingen waar de tenten schots en scheef gepositioneerd werden, luidkeels liederen te zingen bij het drinken van gin, wodka, cognac of whisky. De luitenant beval zijn onderofficieren, Hans en mij dus, om een einde te maken aan het bacchanaal van de BV’s, aangezien zijn nachtrust eronder leed. Hans en ik deden ons best om de discipline te herstellen, maar het storende kwaad was geschied tot het in het eerste ochtendlicht vanzelf op z’n alcoholische limieten botste en in een diepe slaap verviel.

De luitenant voerde ons gelukkig veilig terug naar waar we op het schitterende eiland vandaan kwamen, een plek die vandaag een Navo-luchtmachtbasis is en toen een stuk zand en struiken was, met wat barakken en een landings- en startbaan. We mochten er om het einde van onze Corsicaanse raid te markeren, een barbecue op touw zetten. De volgende ochtend werden we opgehaald door een militaire Airbus, met echte passagiersstoelen. Terug in Schaffen werden Hans en ik, op voordracht van onze luitenant, door de kapitein gestraft wegens insubordinatie. We waren er in het maquis niet in geslaagd het bacchanaal een halt toe te roepen.

Twee maanden later zwaaide ik af en leerde ik me weer als een goede burger gedragen. Tenzij ik me vergis moest Hans nog een maand langer in militaire dienst blijven. We spraken nog twee keer af in een café in Mechelen, maar verloren elkaar daarna uit het oog. Hij is één van die zeldzame paracommando-vrienden van halverwege de jaren tachtig die er tot vandaag in geslaagd zijn zich van mijn radar te houden.

De raid van Corsica heeft na mijn afscheid aan het Trainingscentrum voor Parachutisten een avontuurlijk eitje in mijn hoofd gelegd. Het is pas uitgebroed toen mijn twee dochters tot jongvolwassen vrouwen waren opgegroeid. In 2015 was de bergketen die van het noorden naar het zuiden van Corsica loopt, bewegwijzerd met gemarkeerde paden, berghutten en refuges, in een uniek en wondermooi maar wild natuurpark.

Met mijn twee dochters trok ik dus in september 2015 terug naar Corsica. We wandelden van Calenzana naar Vizzavona, het traject van de noordelijke GR20. Ik schreef er een eerste Corsica-boek over: “Vijf vingers op de GR20-Noord”, uitgegeven bij BraveNewBooks.

Geplaatst in Corsica, GR20, paracommando's, reizen | Tags: , , , | 1 reactie

Solliciteren en zo (4): geef de moed niet op!

”Dat het niet evident zou zijn om als 61-jarige nog een goeie job te vinden”, zei de Grijze Man in juli vorig jaar tegen de baas voor wie hij de laatste tien jaar van zijn loopbaan heeft gewerkt. De baas is nog steeds minister in een regering die al sedert de verkiezingen van vorig jaar niet gevormd is geraakt omdat de Brusselse baas van de PS niet in een coalitie wil stappen met de volgens hem racistische N-VA.

In de beginperiode van zijn werkloosheid kreeg de Grijze Man van goede ex-collega’s en vrienden nog tips voor vacatures. Hij pluist zelf nog elke dag de vacatures na op de website van de VDAB en via de mails waarin de federale en Vlaamse overheden hun jobaanbiedingen posten.

Gelukkig, dacht de Grijze Man, deden er zich bij de niet-Brusselse vleugel van de liberale partij ook nog enkele sollicitatiemogelijkheden voor. Een parlementslid bood de Grijze Man voor drie maanden een tijdelijke halftijdse job als medewerker aan. Daarna zou het parlementslid dan de Grijze Man inruilen voor een pas afgestudeerde sollicitant uit zijn eigen dorp. Toen de Grijze Man even checkte of hij met die tijdelijke halftijdse job wel méér netto zou overhouden dan zijn stempelgeld, sloeg het parlementslid tilt: “zo gaan we toch niet beginnen hé, er zijn nog veel jonge kandidaten die staan te springen voor die job!”

Een goede kennis van de Grijze Man tipte hem dat er nog een vacature openstond bij de liberale studiedienst. Na het sollicitatiegesprek met de voorzitter, de fractiesecretaris en een ander parlementslid, ontving de Grijze Man een vriendelijk briefje dat ze voor een andere studax hadden gekozen. De veel jongere uitverkorene had ervaring in de publieke sector opgedaan op een zwaarder wegend kabinet dan dat van de laatste baas van de Grijze Man.

Met goede moed trok de Grijze Man dan maar naar een jobbeurs van de VDAB in zijn eigen dorp, waar hij interesse had voor een job bij een federaal bevoegdheidsterrein dat hem maatschappelijk relevant leek: asiel en migratie. Helaas zou zijn standplaats ergens ver weg in het Vlaamse noorden liggen. Om elke werkdag 2 uur 40 minuten in de auto te zitten, had de Grijze Man geen zin.

Hij solliciteerde ook bij Defensie, een andere federale overheidsdienst, waar ze één case-officer wilden aanwerven. Een functie die discretie vereist en waar je dus beter niet praat over wat je doet. Zoals bij meer overheidsdiensten bestond de eerste proef uit een computergestuurde test die je binnen een krap tijdsbestek tot een goed einde moest brengen. Er waren verschillende sessies om aan die test deel te nemen. De Grijze Man koos de eerste sessie.

In een overheidsgebouw waar zo’n proeven worden georganiseerd, dichtbij het Noord-station in Brussel, was de Grijze Man naar goede gewoonte ruim op tijd gearriveerd. Er bleken voor die ene job in die ene sessie voor die computergestuurde proef meer dan 200 kandidaten opgedaagd te zijn. Zuchtend verliet de Grijze Man goed binnen de vooropgestelde tijd de examenzaal. Hij bleek niet geslaagd te zijn.

Tenslotte solliciteerde de Grijze Man, getipt door een vriendin, bij een strategische adviesraad van de Vlaamse overheid. Op één na bestaat die 12-koppige raad volledig uit vrouwelijke medewerkers. Er was een vacature uitgeschreven voor een beleidsmedewerker. Na een lang telefoongesprek met de directrice, stuurde die een mail naar de Grijze Man en wellicht ook naar de andere sollicitanten. In de mail vroeg ze hen binnen een week drie schrijfopdrachten uit te voeren. De Grijze Man, die zich in de materie nog helemaal moest inwerken, vulde met die schrijfopdrachten drie volle dagen.
Van de directrice kreeg hij kort na de deadline een vriendelijke mail met de boodschap: “we hebben jouw teksten grondig gelezen, en op basis van de output hebben we beslist om niet verder met jou in dit proces te stappen.”

De oudste dochter van de vriendin van de Grijze Man schudde het hoofd: waarom heb je die opdracht niet gewoon met AI gedaan? De Grijze Man zag het toen even niet meer zitten om te solliciteren. Hij was aan vakantie toe. Tot hij toch weer begon, ditmaal voor een vacature van copywriter.

Geplaatst in De Grijze Man, politiek, samenleving, vrije tijd | 5 reacties

Van Ollomont het natuurpark van de Twee Ourthes in

Van Ollomont hadden we nog nooit gehoord. Zelfs Waze vond het niet. Ollomont is dan ook stokoud en klein. Het is een gehucht dat teruggaat tot de 12de eeuw. Toen werd er een romaans kerkje gebouwd. Vandaag is Ollomont in Nadrin gelegen, een deelgemeente van Houffalize. Er staan enkele huizen en een paar grote boerderijen. Het romaans kerkje ziet er vandaag helemaal anders uit dan in haar gloriejaren. In 1907 was het niet veel meer dan een bouwval. Het schip van het kerkje werd toen afgebroken. In de plaats werd het gerestaureerd tot de huidige Chapelle Sainte-Marguerite, het oorspronkelijke torentje werd behouden. Het omliggende kerkhof is beschermd Waals patrimonium. Het kerkhof met schots en scheve graven en kruisen gaat door voor het mooiste van heel Wallonië.

Aan het kerkhof vind je een kleine parking, waar we onze auto stalden. Een honderdtal meter verder kwamen we op het wandelpad dat ons na een steile afdaling tot aan de oever van de Ourthe bracht. Twee vissers probeerden er forellen te vangen. We gaven ze een vriendelijke groet en sloegen het overvloedig bewegwijzerd pad stroomafwaarts in, nieuwsgierig naar de geheimen van het Parc Naturel des Deux Ourthes.

We waren op een zondagochtend met een lichte kater na een avond van veel bieren  proeven, de auto ingestapt voor een twee uur lange rit. De inspiratie voor de 11,5 km lange wandeling hadden we opgedaan in het Wandelboek voor de Ardennen en Wallonië, dat mijn oudste dochter me voor mijn 62ste verjaardag had geschonken.

Dat natuurpark van de Twee Ourthes is liefst 76.000 hectare groot. Volgens de auteur van de wandelgids is het daarmee ruim vijftien keer de oppervlakte van het Zoniënwoud. De gids geeft een mooi overzicht van te spotten dier- en plantensoorten in het park. Op de rotsen vind je steenbreekvaren, eikvaren, tongvaren, hazelworm, muurhagedis, levendbarende hagedis, gladde slang en ringslang. In de hellingbossen groeien eiken, esdoorns, haagbeuken en wilde narcissen. Ook de brem bloeide goudgeel.

In en nabij de rivier moet je wel al wat geluk hebben om bevers te spotten, of visarenden, ijsvogels, een gele kwikstaart, een zilverreiger, zwarte ooievaar, blauwe reiger, aalscholver, verschillende ganzensoorten, rivierkreeftjes, ringslangen, beekforellen of een hazelworm. We slaagden er alleen in een hazelworm en een rugstreeppad te fotograferen. Die bleven namelijk zitten waar we ze vonden.

Na een tijdje langs de oever gelopen te hebben, beginnen we aan een eerste stevige klim. Het pad loopt steil omhoog langs de achterkant van het richelpad op de beroemde rotsen van Le Hérou, van waar je langs kleine  paadjes hogerop naar de uitkijkpunten kunt klimmen, met een uniek uitzicht op de rivier beneden in het dal. Op één van die uitkijkpunten loopt de GR over de kammen. Het meisje van een jong koppel dat de GR 57 volgt, heeft wat aanmoediging nodig om af te dalen langs de ketting die van de rotsige kammen steil naar beneden loopt. Wij volgen de Eislek Trail, een pad gemarkeerd met een witte golf in een blauwe rechthoek, dat ons terug aan de oever van de Ourthe brengt. Dat oeverpad ligt bezaaid met omgevallen bomen en struiken, wat hier en daar wat behendigheid vraagt van de wandelaars.

Tijd voor een picknick aan de oever van de Ourthe. Ik vrees dan al dat onze drinkbussen van 1 liter een beetje aan de magere kant zijn voor de dorstigen op die zware maar niet zo lange tocht. En inderdaad, na lange tijd min of meer effen langs de rivieroever te hebben gelopen, zijn we halverwege onze wandeling. Maar enkele honderden meters verder is de relaxte oeverwandeling voorbij. We moeten ineens een zijweg in, steil omhoog naar de oude burchtsite van Cheslé. Op de top bereiken we de eerste overblijfselen van die burcht. Die Cheslé van Bérismenil is een droom voor archeologen: ze legden er al heel wat overblijfselen bloot van een Keltische schuilplaats in de Romeinse tijd, zo lezen we op infopanelen.

Ik durf niet zeggen dat het aan de archeologen ligt, maar op de hoog gelegen vlakte krioelt het van de paadjes weer naar beneden, waar we ons even van pad vergissen. Gelukkig hebben we allebei een gsm waarop de route gemarkeerd staat, zodat we toch niet teveel tijd verliezen.

We moeten na die Cheslé nog een paar keer diep dalen en dan weer steil klimmen. De vermoeidheid begint ons parten te spelen. We doen het klimmetje en de steile afdaling naar een wild stromende beek die erop volgen, op ons gemak. Eens we over de beek zijn geraakt, volgt de laatste klim, minder steil dan de vorige. Die leidt ons naar de voetbalterreinen van Ollomont, waar we van een doorsteek tussen twee woningen terug afdalen naar de Chapelle Sainte-Marguerite. We voelen de hoogtemeters in onze spieren. Het was een goede training voor onze volgende trektocht, mare di mare in Corsica. Eens niet op de GR20, maar erover.M

Helaas heeft onze goede training ook een mindere kant. Want nu hebben we vooral grote dorst en lege drinkbussen. En in Ollomont is er geen café, in Nadrin ook niet. Marianne vindt er op haar smartphone gelukkig wel een die open is in het gehucht Maboge. We stranden aan een houten gebouw dat een vzw herbergt ten bate van de lokale inwoners en vakantiegangers. Ouders zijn verantwoordelijk voor hun kinderen, luidt het in het Frans en in het Nederlands op een bord aan de muur.

Aan het clubhuis van de vzw, waar zich aan twee kampeertafels en een afsluitbare toog een achttal drinkebroers van beider kunne hebben verzameld, wordt er Nederlands, Frans en Brussels door elkaar gekout. We lessen er onze dorst en stappen dan terug de auto in. Tweehonderd meter verder in dat gehucht langs de oever van de Ourthe passeren we een prachtige herberg met een mooi terras. Een plekje om een volgende keer halt te houden. Wie weet ligt er geen kajakbedrijf vlakbij.  

Geplaatst in natuur, vrije tijd | Tags: , , , | 2 reacties

Stamdropping overdag

Nog altijd beleeft de Grijze Man plezier aan de stamdropping van 15 februari. Enkele dagen nadien trok hij terug naar het station van Pécrot, met de wagen weliswaar, om er nog eens een fikse wandeling van 21 km te doen in de omgeving die tijdens de dropping in het absolute duister was gehuld.

Overdag is het gebied in en rond Huldenberg en Sint-Agatha-Rode nog zoveel mooier dan in het pikdonker. Het heuvelige landschap waardoor de Dijle kronkelt, de weiden en uitgestrekte akkers, sommige vers geploegd, de zon die voor het eerst toeliet in t-shirt te wandelen, de bossen in de glooiingen van het landschap. Prachtig.

De organisatoren, van deze stamdropping hadden flink hun best gedaan om er een gevarieerde wandeling van te maken, met een waaier van tochttechnieken in moeilijk begaanbare terreinen, met een ravitailleringspost en een nog een aangename verpozing in de voetbalkantine van Pécrot.

De ouderlingen in de groep van de Grijze Man, die zich hadden ingeschreven met “De mannen” als groepsnaam, waren verrukt door de grote creativiteit van de organisatoren van deze dropping. Hoe mooi het in die streek ook overdag is, zie je op de foto’s.

De Grijze Man kijkt al uit naar een volgende generatie scoutsleiding, die het wondere werk van scouting wil verderzetten en ook voor de wintermaanden van 2026 een nieuwe stamdropping wil ineenknutselen.

Geplaatst in natuur, vriendschap, vrije tijd | Tags: , , | Plaats een reactie

Solliciteren en zo (3): de interim

Elke dag checkt de Grijze Man de vacatures van de VDAB. Er zijn verrassend veel vacatures in het onderwijs, maar niet zoveel waarvoor hij zich geschikt acht. Leraar wiskunde worden bijvoorbeeld, of Frans, of als 60-plusser lichamelijke opvoeding geven, ziet hij voor zichzelf niet weggelegd.

Toen de VDAB vernam dat hij ook interesse heeft om leraar te worden, kreeg hij een opdracht: een online opleiding volgen die inzicht geeft in de basisregels van wat een leraar moet doen en kunnen. Die opleiding was wel interessant om het grotere plaatje van het onderwijs te zien. Hij heeft er bijvoorbeeld het verschil tussen een leerplan en een leerdoel geleerd.

Een tijdje geleden kreeg de Grijze Man telefoon van zijn zus, die leerkracht is in dezelfde middelbare school waarin zij en hij hun secundair onderwijs hebben afgewerkt. Zijn zus was, zoals velen, in ziekteverlof. Ze vroeg hem of hij haar niet wilde vervangen om Nederlands en Engels te geven. In een klas Latijn-Grieks en in de B-stroom van het secundair onderwijs. Na een gesprekje met de directeur ging de Grijze Man akkoord om eens te proberen voor of achterin de klas te staan. Van digibooks, smartschool of smartboards hoefde hij zich in deze interim nog niets aan te trekken. Ook het uurtje studiebegeleiding mocht hij skippen. Hij mocht van de directeur gewoon, zoals vroeger, met krijt op het bord schrijven.

Het les geven beviel de Grijze Man wel. De leerlingen van de Latijn-Griekse klas zijn uitbundig, energiek, leergierig, verstandig, soms ook sluw en doorgaans ambitieus. Op de eerste toets Engels die de Grijze Man van die bollebozen heeft verbeterd, haalde niemand minder dan 8 op 10. De tweede toets was veel minder. Het zou er zomaar aan hebben kunnen liggen dat de Grijze Man niet zo’n uitstekende leerkracht is als zijn zus.

In hun klas mee met een leerkracht die les geeft de leerlingen uit de B-stroom begeleiden, was voor de Grijze Man een heel andere ervaring. Leerlingen in de B-stroom hebben op het einde van de lagere school het getuigschrift basisonderwijs niet behaald. Daar kunnen veel redenen voor zijn: hun thuistaal is niet het Nederlands, ze hebben van die vervelende aandoeningen van de moderne tijd, als add of adhd. Sommigen hebben ook concentratieproblemen omdat ze te weinig slapen, bijvoorbeeld omdat ze tot een stuk in de nacht gamen. Gelukkig staan er daarom in de B-stroom gewoonlijk 2 leerkrachten. Eerlijk gezegd, die bijzonder beslagen co-teacher van de Grijze Man deed in de les eigenlijk alles.

Van de Grijze Man werd alleen verwacht dat hij mee de klas observeert, want regelmatig viel er daar een balpen of een heel kaft op de grond, legde iemand die het leren moe was zijn hoofd op de bank, zaten sommige leerlingen met hun stoel te wippen of maakten anderen storende geluidjes. Zich een lesuur lang concentreren op de leerstof, was van die leerlingen veel gevraagd. Teveel, eigenlijk. Af en toe liet de leerkracht eens iemand afkoelen in de gang. De Grijze Man herinnerde zich meteen dat hij daar als rebellerende puber ook wel een paar keer gestaan heeft.

Maar uiteindelijk is het met de Grijze Man toch ook goed afgelopen. Nu wel nog werk vinden! De nieuwe regering De Wever wil immers meer mensen aan de slag krijgen. Helaas heeft de Grijze Man nog geen succesvolle sollicitaties op zijn palmares kunnen schrijven. Een werkgever die iemand wil aanwerven die over een jaar of twee met pensioen kan, is nog niet op zijn pad verschenen.  

Geplaatst in politiek, samenleving | Plaats een reactie

Vogelsang

Tachtig jaar geleden werd het vernietigingskamp van Auschwitz bevrijd. Heel wat staatslieden en politici waren bij de herdenking, zondag jl. Met zijn scoutsstam duikelde de Grijze Man het voorbije weekend in de Eifel een minder zwaar op de maag liggend verhaal op. Hierin speelt Victor Neels de hoofdrol, een man die van verzetsstrijder tijdens de Tweede Wereldoorlog Belgisch legerofficier in Duitsland werd.

Denk nu niet dat de Grijze Man een tikfout in de titel van deze blogpost heeft geschreven. Het onderwerp van deze bijdrage heeft niets te maken met vogelzang, waarvoor de Grijze Man weliswaar ook belangstelling heeft, maar wel degelijk Vogelsang. Eerst was Vogelsang een voormalige Nazi-eliteschool, vervolgens een militair oefenterrein waar enkele vrienden van de Grijze Man tijdens hun militaire dienst werden opgeleid, en nu is het een natuurpark, een herinneringsplek en een tentoonstelling. Er is ook nog een overdekt zwembad met duiktoren en een restaurant.

De Grijze Man was het voorbije weekend op pad met oudscouts in het prachtige Duitse Eifel-natuurpark van Vogelsang, waar de lange afstandsroute Eifelsteig doorheen loopt. Er lagen nog vlekken van ongedooide sneeuw op weiden waar de zon niet bij kon. Op sommige wandelpaden was de sneeuw in een gevaarlijke ijslaag gemuteerd. De wandeling van circa 13 kilometer was hier en daar een stevige kuitenbijter, die enkele leden van het wandelgroepje flink deed zweten en hijgen.

Het natuurpark is zo’n 100 hectare groot, bebost en dooraderd met paden, wegen, rivieren, beken en weiden. De Ordensburg Vogelsang van de nazi’s is een van de grootste bouwwerken uit die barre jaren in Duitsland. Van 1934 tot 1941 was de Ordensburg een plek waar de toekomstige elite van de nazi’s werd opgeleid, ideologisch geschoold en fysiek getraind.

Toen de Tweede Wereldoorlog begon, trokken de mannen van de Ordensburgen mee ten oorlog. In de veroverde gebieden werden ze ingezet bij het Duitse burgerlijke bestuur. Daar ontpopten velen zich tot daders die de Duitse oorlogsmisdaden faciliteerden. Eind 1944 bombardeerden de Geallieerden onderdelen van het gebouwencomplex van de Ordensburg.

Na de Tweede Wereldoorlog vormde het Britse leger de Ordensburg om tot een militair oefenterrein: Kamp Vogelsang. Dat kamp werd in 1950 door het Belgisch leger overgenomen. In het nabijgelegen verwoeste dorp Wollseifen, waar de kerk, een kapel en het schooltje heropgebouwd werden, kwam er wat nieuwe huizen in snelbouwsteen bij om Belgische soldaten in opleiding te leren hun mannetje te staan in stadsgevechten.

Het Belgisch leger gebruikte Kamp Vogelsang tot 2005 als militair oefenterrein. Van 1970 tot 1980 was luitenant-kolonel Victor Neels de kampcommandant van Kamp Vogelsang. Als jongeling vocht Neels tijdens de Tweede Wereldoorlog als verzetsman tegen de Duitse bezetter. Na de oorlog sloot hij zich aan bij het nieuwe Belgische leger, dat bezettingssoldaten leverde in Duitsland. Daar leerde hij zijn latere Duitse vrouw Annelene kennen. In Duitsland leerde hij ook van de Duitsers houden.

Mede onder impuls van zijn vrouw spande hij zich in Kamp Vogelsang in om de levensomstandigheden van de Duitsers in de dorpen en steden rond het kamp te verbeteren. Na zijn pensionering in 1980 bleef hij in Duitsland wonen. Hij overleed in januari 2025, op z’n 100ste. In 2009 werd in het Vogelsang natuurpark een hangbrug geopend, die naar hem werd genoemd.

Geplaatst in cultuur, geschiedenis, natuur, Uncategorized, vriendschap | Tags: , , , | 3 reacties

Rondwandeling Haacht-Keerbergen-Tremelo-Ninde-Haacht

Op het kruispunt van vijf wegen waar de Grijze Man woont, staat een paal met een nummer op, 504, een wandelknooppunt. Terwijl Marianne babysitte op Finn trok de Grijze Man zijn wandelschoenen aan om te profiteren van het zonnetje. Met de wandelknooppuntenapp knutselde hij een lange wandeling ineen, die hem van nummer 504 in Haacht over de Dijle naar Keerbergen zou brengen, van Keerbergen naar Ninde, de Lozen Hoek en Tremelo en van daar terug naar de Dijle, de Damiaanbrug voorbij en dan de Keerbergsesteenweg en de Oude Hansbrug over, om terug te keren naar paal 504. Volgens de knooppunten-app: een toertje van 21,5 km.

Van het startpunt wandelde de Grijze Man Keerbergenbroek in, dat is een straat, jawel, tot aan de afspanning Hof ter Dijle, die hij links liet liggen en het pad naar rechts koos naar de Dijledijk. Het laatste stuk van dat pad is niet geasfalteerd. Het stond onder water. Meteen met natte voeten zijn wandeling moeten beginnen, was niet naar de zin van de Grijze Man. Op een kluitje aan de weide waar zes zwarte boerenpaarden graasden met hun gat gekeerd naar de wandelaar, zocht de Grijze Man zijn weg voorbij het ondergelopen pad, waar hij zich wist staande te houden door de prikkeldraad van de wei vast te houden om toch maar niet in het water te sukkelen.

Eens op de Dijledijk genoot de Grijze Man al van de zon bij het oversteken van de nieuwe Wittegoudbrug, voor fietsers en wandelaars. De dooi was ingezet, merkte hij. Aan de Dijlehoeve zag hij al van ver de sneeuw van het magazijndak schuiven. De kippen in de ren achter het gebouw beleefden er de schrik van hun leven. In de weiden langs de Dijle baadden exotische ganzen die opvlogen als de Grijze Man passeerde.

In het moerassige natuurreservaat Broekelei waar hij insloeg, stond het water natuurlijk ook nog hoog. Het was zoeken om droge voeten te houden langs het wandelpad. Het water op het pad verplicht de wandelaar om helemaal langs de kant te vorderen, waar struiken met lange, scherpe doorns een aanval pleegden op de jeansbroek en de blote handen van de Grijze Man. Hij werd één keer tot bloedens toe in een wijsvinger geprikt, maar na wat zuigen raakte het bloeden gestelpt.

Via de Spuibeekweg en de Mechelsebaan wandelde hij het dorp van Keerbergen in, waar hij op de Haachtsebaan belandde. Het was markt in Keerbergen, waar het koud maar toch gezellig druk was. Heel wat kramen die op de Haachtse markt staan doen ook Keerbergen aan. Hij passeerde wat verder het Sint-Michielsinstituut, een middelbare school, en sloeg op de splitsing links de Molenstraat in.

Hij was intussen het virtuele wandelnetwerk van de wandelknooppunten ingestapt. Die knooppunten staan niet langer op een paal gevezen, maar je vindt ze terug op de wandelknooppunten-app. Aan knooppunt 906 passeerde hij de Heimolen, die nog actief is, waarna hij de Achiel Cleynhenslaan insloeg en via de Torteldreef de Oude Putsebaan overstak om aan de Jachthoorndreef een nieuw natuurgebied te betreden. Het pad dat volgens de app door dit natuurgebied hoorde te lopen, was helaas ondergelopen. De Grijze Man sprak er een wandelaar met een grote hond aan. De man had een alternatief pad gevonden, dat mooi langs de vijver liep. Het was de eerste keer op zijn wandeling dat de Grijze Man een omweg moest maken wegens een overstroming.

Langs de Nachtegalendreef kwam hij terug op de Achiel Cleynhenslaan, waar hij links de Mosvennedreef insloeg. Toen hij op zijn app keek en wat uitzoomde, zag hij dat hij een tweede ring van dreven rond het meer van Keerbergen aan het volgen was. Die eerste ring rond het meer is beroemd om zijn kasten van villa’s. Maar ook op de tweede ring stonden reusachtige villa’s waarvan de bewoners flink wat vermogensbelastingen zouden kunnen opbrengen, mochten de socialisten het op dat punt voor het zeggen krijgen.

De Grijze man keek zijn ogen uit naar de panden die waren verrezen waar jaren geleden het bos van Keerbergen nog een groene gemeente maakte. Hier en daar boden immokantoren nog de laatste bouwkavels te koop aan. De Grijze Man spotte er met zijn nieuwe verrekijkertje, een kerstgeschenk van Marianne, een groene specht hamerend op een grove den. Het zou de enige specht zijn die hij zag. Drie andere kon hij alleen horen maar niet lokaliseren. Aan bakkerij Steeman sloeg hij rechtsaf de Nieuwstraat in om wat verderop voorbij Café Lozenhoek links de Lozenhoekstraat in te slaan.

De Grijze Man herinnert zich nog hoe hij als voetballertje bij de jeugd van Sparta Haacht tegen de Lozen Hoek Keerbergen moest spelen. Verliezen was dan geen optie, integendeel, er werd van de Spartanen verwacht om op de Lozen Hoek minsten met drie goals verschil te winnen. De prachtige nieuwe voetbalterreinen van Lozen Hoek zagen er echt wel heel mooi uit, met goed onderhouden grasmatten, mooie kleedkamers, een parking met laadpunten en een fraaie kantine. Welke voetbalminnende jongen of meisje zou daar niet willen leren shotten? Langs de Lupineweg belandde de Grijze Man in de Bollostraat, waar hij rechtsaf sloeg, de Mwami-Mutaradreef in.

Wablieft, Mwami-Mutara? Wat een exotische naam voor een dreef van bemiddelden in Keerbergen, bedacht de Grijze Man. Na enig opzoekwerk kwam hij aan de weet dat mwami in het Rwanda van vorige eeuw koning betekende. Mutara III was Rwandees koning van 1931 tot 1959. Deze Tutsikoning bekeerde zich tot het katholieke geloof en onderhield goede relaties met de Belgische expats en missionarissen. Mwami Mutara bracht in 1955 een bezoek aan Keerbergen. Er bestonden plannen om een stuk bos aan te kopen en er een residentie te bouwen, maar dat is er blijkbaar niet van gekomen. De mwami werd in 1955 wel benoemd tot ereburger van Keerbergen. Wat van hem in Keerbergen rest is een straatnaam. Volgens Wikipedia overleed mwami Mutara III in 1959 onder verdachte omstandigheden.

De Grijze Man belandt van de Mutaradreef zomaar in de Kruisheide, een klein maar fijn natuurgebiedje van 5 hectare bos en heide, in beheer door Natuurpunt. In dit natuurgebiedje loopt geen enkel pad onder water dankzij de zanderige heidegrond. De Grijze Man spot er een bank, spijtig genoeg nog bedekt met sneeuw. Hij eet er zijn boterhammetjes op en drinkt er een heet theetje uit zijn thermos, staande aan de besneeuwde bank. Vinken en mezen houden hem goed in de gaten. Een Vlaamse gaai waarschuwt de vogels uit de omgeving voor de indringer.

Via de Leeuwerikweg steekt hij de Tremelobaan over. Hij slaat de Secretarisweg in die na de Helskensstraat uitloopt op een onverhard pad. Voor zover het oog van de Grijze Man reikt, is dat pad ondergelopen. De Grijze Man ziet zich voor een vijver staan die de toegang tot het bos verspert. Hij moet op zijn schreden terugkeren om elders terug aan te pikken op zijn uitgestippelde route. Dat worden dus extra meters wandelen. De virtuele route stuurt hem daarna op een ander onverhard pad langs een beek, die na tweehonderd meter ook plaats maakt voor een meer. Opnieuw moet hij uitwijken en een alternatief zoeken. De Grijze Man ziet nu in zijn app dat hij zich in een overstromingsgebied bevindt. Hij komt in de buurt van de Grote Laak. Nog twee keer moet hij zijn virtuele route afbreken wegens overstromingen.

Via de Boterstraat houdt hij gelukkig de voeten nog droog tot hij in de Pater Damiaanstraat in Tremelo de brug over de Grote Laak oversteekt. Overal in de landerijen rondom zitten meeuwen, eenden en nog andere watervogels die de Grijze Man niet zo onmiddellijk herkent. Ook het pad door de akkers dat van daar naar de Damiaanbrug over de Dijle leidt, is ontoegankelijk door de overstromingen.

Er loopt gelukkig wel een onverhard pad naar de Pater Damiaandijk zoals de Dijledijk daar gedoopt werd. Na verschillende kronkels in de Dijle bereikt hij de Damiaanbrug. Onderweg heeft hij in zijn verrekijker een buizerd en een witte reiger gevangen. Hij zet er nu stevig een grote pas in, na al die omwegen op zijn route door de overstroomde paden. In zijn gedachten klinkt het uit zijn paracommandotijd als een mars: links, rechts, links, rechts. De dijk nodigt niet alleen uit tot joggen of fietsen, maar ook tot wandelen en marcheren.

Nadat hij de Keerbergsesteenweg in Haacht is overgestoken marcheert hij de Oude Hansbrug over. Hij volgt de Hansbrugweg die wat verder de Binnenbeek overbrugt, tot hij aan een afslag rechts een pijl met knooppunt 504 ziet hangen. Het is het laatste onverharde pad naar de vijfsprong op Puttekomheide waar hij woont.

Maar ook dit pad tussen de velden is overstroomd. Daar waagt de Grijze Man zich toch op de zompige akkers door de modder, tot waar de Binnenbeek een bocht maakt en net smal genoeg stroomt om de Grijze Man toe te laten erover te springen. In de modder mist hij zijn afsprong half. Het scheelt maar een haar of hij sukkelt op het einde van zijn lange tocht toch nog in het water.

Terug op de asfaltbaan van Puttekomheide stampt hij de modder van zijn wandelschoenen. Na een kleine kilometer ziet hij al van ver de paal van wandelknooppunt 504 staan. Na een warm stortbad krijgt hij alleen nog met moeite en pijn zijn linkerknie geplooid. Gelukkig is ’s anderendaags de pijn weer vergeten.

Geplaatst in De Grijze Man, Haacht, natuur, Uncategorized, vrije tijd | Tags: , , , | 1 reactie

Solliciteren en zo (2)

Op de website van de VDAB heeft de Grijze Man inmiddels een eigen plekje veroverd. Hij kan er sinds kort inloggen om te checken of er in de domeinen waar hij een job zou willen vinden en de regio waarbinnen hij dat praktisch vindt, de provincie Vlaams-Brabant dus, geen vacatures zijn die hem interesseren.

Een puntje van kritiek: het was de Grijze Man niet duidelijk of het Brussels Hoofdstedelijk Gewest op de VDAB-website ook onder Vlaams-Brabant valt. Dat blijkt niet het geval te zijn. Wat inhoudt dat hij telkens de postcode, de gemeente of de provincie moet aanpassen om een nieuwe zoektocht door het vacaturebos aan te vatten.

Gelukkig is het puntje van kritiek overkomelijk: met Brussel in te vullen, waarna er Brussel (Regio) in de zoekbalk verschijnt, krijgt hij wel toegang tot vacatures in de 19 Brusselse gemeenten. Maar dan vroeg de Grijze Man zich af hoe dat met Actiris zit, een Brusselse gewestelijke instelling die zowat hetzelfde doet als de VDAB. Wel, de website van Actiris ziet er ook ongeveer hetzelfde uit als die van de VDAB. Er is wel een groot verschil: op de site van de VDAB stonden er vandaag (9/1) 209.874 jobs, op die van Actiris 29.263.

Maar ook bij Actiris kan je je inschrijven om vacatures te screenen. Je kan er ook je persoonlijke ruimte aanmaken (My Actiris), in het Engels jawel, en je kan er ook je bewaarde vacatures onderbrengen. Na even scrollen op Actiris heeft de Grijze Man ook gezien dat heel wat VDAB-vacatures ook op de site van Actiris verschijnen. Wie weet kan dat ook allemaal op de website van Forem, de Waalse hulplijn voor werkzoekende Franstaligen.

In zijn persoonlijke ruimte op de VDAB-site heeft de Grijze Man intussen enkele interessante sollicitaties verzameld. Van sommige kandidaat-werkgevers krijgt hij geen antwoord. Van andere zijn de antwoorden conditioneel: er moeten proeven afgelegd worden, bijvoorbeeld. Of hij moet op gesprek komen, maar dat is bij sommigen nog niet zeker.  

In die persoonlijke ruimte heeft de Grijze Man ook zijn cv gepubliceerd. Tot zijn verbazing ving hij meteen na die publicatie verschillende partners van de VDAB in zijn mailbox. Zouden die externe partners kunnen meelezen in zijn persoonlijke ruimte? Of krijgen ze alleen inzage in zijn cv? Hij wist niet eens dat de VDAB met zoveel partners samenwerkt. Zij hebben eigen vacatures, voorstellen, opleidingen, workshops, teveel om op te noemen. Daarom wellicht zijn ze allemaal in een extranet verzameld.

Het wordt de Grijze Man en wellicht nog wel enkele andere oudere werklozen zo wel een beetje ingewikkeld gemaakt. Maar goed, arbeidsbemiddeling is in deze onzekere tijden niet eenvoudig, zeker nu er zoveel mensen hun werk verliezen.

Om hem als nieuwbakken werkzoeker een hart onder de riem te steken, kreeg de Grijze Man in een telefoongesprek met een vriendelijke dame die beweerde dat ze voor de VDAB werkte en die veel jonger klonk dan de Grijze Man, wat extra uitleg. Ze stelde hem voor om een afspraak te beleggen met een gespecialiseerde consulent voor oudere werkzoekenden die op een paar jaar van hun pensioen ontslagen werden. Op dat voorstel wil de Grijze Man volgaarne ingaan. Volgende week donderdag is het zo ver. Spannend. Het doet hem als bijna gepensioneerde denken aan de examenstress in de humaniora. Morgen, weer of geen weer, werk of geen werk, gaat de Grijze Man wandelen.

Geplaatst in Brussel, De Grijze Man, samenleving | Tags: , , | 1 reactie

Solliciteren en zo

Sinds de Grijze Man het slachtoffer werd van een collectieve ontslagronde op het kabinet van een minister voor wie hij meer dan tien jaar heeft gewerkt, ziet hij zich, op iets meer dan twee jaar van zijn vervroegde pensioenleeftijd, genoodzaakt om een nieuwe job te zoeken.

In een afscheidsgesprek gaf de minister toe dat dit geen makkelijke opdracht zou worden. Maar hij verzekerde de Grijze Man dat hij mee zijn gewicht in de schaal zou werpen om hem aan een nieuwe baan te helpen. Sinds half juli heeft de Grijze Man hem niet meer gehoord. In tegenstelling tot enkele ex-collega’s die wel eens wilden weten hoe het met de Grijze Man was gesteld.

Intussen is hij op eigen houtje een baan aan het zoeken. Om te beginnen sloot hij zich aan bij de vakbond van de partij waartoe de meeste van zijn politieke werkgevers behoren of behoorden. Daar raadde men hem aan om meteen een login te creëren bij de VDAB, de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling.

Een uitstekende tip, want op de VDAB-site vond hij een massa vacatures. De Grijze Man koos voor drie beroepsdomeinen: communicatie, onderwijs en overheid. Hij begon ook meteen te solliciteren. Naar een baan als niet-permanent redacteur in het Vlaams Parlement bijvoorbeeld, via een selectiebureau. Of naar een job als leerkracht Nederlands voor de derde graad in Don Bosco Haacht, waar hij zijn humanioradiploma heeft behaald. Of in een Syntra-opleidingscentrum waar zijn cv dankzij een goede vriendin misschien de ronde doet.

De Grijze Man zou er niet voor terugschrikken om terug op zoek te gaan naar een job in de politiek. Op een kabinet van een jonge beloftevolle schepen in een grote stad bijvoorbeeld; of als parlementair medewerker van een geroutineerd dan wel startend parlementslid; of misschien kan hij terug adjunct-woordvoerder worden bij zo’n minister die ooit als woordvoerder voor het politieke pad heeft gekozen? Keuze genoeg, lijkt het wel. Maar zo simpel is het niet. Want niemand greep tot nog toe meteen naar zijn telefoon. Het zal de leeftijd zijn. Die van de Grijze Man, voor alle duidelijkheid.

Gelukkig is hij nog gezond. En amuseert hij zich nog goed al schrijvend, wandelend en reizend.

Geplaatst in De Grijze Man, politiek, samenleving | Tags: , , | 5 reacties

Histories uit het Pajottenland

Maurits Van Liedekerke, de man die me de liefde voor de journalistiek en het schrijven heeft bijgebracht, publiceerde onlangs een boek met drie verhalen die te maken hebben met het Pajottenland. Maurits, die dit jaar 80 wordt, was hoofdredacteur van het weekblad Wij, het partijblad van de Volksunie, waar ik mijn eerste stappen zette in de journalistiek.

Maurits kan het schrijven en dichten nog altijd niet laten, dacht ik toen hij me vertelde over zijn nieuw boek. Hij brengt er drie “Histories van bij ons” in herinnering. Met van bij ons bedoelt hij het Pajottenland. Ik wijd u graag in de eerste 2 verhalen in.

In het eerste verhaal plaatst hij Pol de Mont centraal, wiens geboortehuis vlakbij de kerk van Wambeek gelegen is. De Mont was een schrijver, dichter en studentenleider uit de negentiende eeuw, geboren in 1857. Maurits focust zich op zijn gedicht “Aan mijn Payottenland”, dat De Mont in 1924 publiceerde.

De Mont, schrijft Van Liedekerke, was in zijn tijd een bezielende figuur in literaire en culturele middens. Het beste bewijs daarvan vindt Maurits in het Gulden Doek van Vlaanderen, een schilderij van kunstschilder Hendrik Luyten. De schilder bracht 120 personages die iets te maken hadden met de geschiedenis van Vlaanderen en de Vlaamse ontvoogdingsstrijd samen op één schilderij. In hun midden staat Pol de Mont, alsof hij een koor van (overwegend) mannen dirigeert.

In het land van de aardbeien

In een tweede historie, getiteld “Au pays des fraises”, belicht Maurits het land van de aardbeien, dat de jonge socialistische “Belgische Werkliedenpartij” (BWP) van Brussel, met Emile Vandervelde als voorman, wilde veroveren als electoraal wingewest. De socialisten richtten daartoe coöperatieven op, zoals de Laiterie d’Herfelingen in Herfelingen, waar ze het socialisme trachtten te initiëren in een landelijk dorp, nog oerkatholiek. Ze probeerden er belangstelling te kweken voor coöperatieve vennootschappen en vriendschapsbanden te sluiten met de boerenfamilies, om hen te bekeren tot het socialisme.

De BWP kreeg het overigens ook aan de stok met een andere concurrent: de daensisten. Priester en Pieter Daens hadden in die jaren ook niet stil gezeten. Hun aanhang was trouw en omvangrijk in de kantons Asse, Halle, Wolvertem en Lennik. Daensisten steunden ook de hopboeren in Asse en Aalst en de steenbakkers in Brabant. Daens werd in 1902 verkozen tot kamerlid voor het kiesarrondissement Brussel.

Wat de socialisten ook hinderde bij hun politieke verovering van het Pajottenland, was de taalproblematiek. De Brusselse socialisten waren overwegend Franstalig en Nederlandsonkundig. Het was wachten tot Camille Huysmans, een Limburger, in 1897 naar Brussel verhuisde. Hij stichtte er “De Gazet van Brussel”, met als ondertitel “Dit is een weekblad voor alleman”. 

Hoe moeilijk de Brusselse Franstalige socialisten het over hun hart kregen om een woordje Nederlands te leren, illustreert Maurits met het voorbeeld van de overal ter wereld geprezen PS-politicus Paul-Henri Spaak, die nooit één gebenedijd woord Nederlands sprak, ook niet wanneer hij in het Pajottenland op meetings ging spreken.

Zelfs de jonge Louis Tobback herinnert zich volgens Maurits nog hoe hij als verse BSP-kandidaat op een meeting in Tervuren het woord in het Nederlands mocht voeren na de grote Paul-Henri Spaak, die zijn Vlaamse toehoorders enkel in het Frans toesprak.

Na de Eerste Wereldoorlog kwam er dan ook nog een nieuwe partij op het politieke speelveld. Bij de eerste verkiezingen na WO I, volgens het algemeen enkelvoudig stemrecht, waarbij de vrouwen toen nog niet mochten stemmen, behaalde de nieuwkomer Frontpartij meteen 5 zetels, met onder hen een opkomende ster uit het Pajottenland: Gustaaf De Clercq. Na de parochiehuizen van de katholieken, de volkshuizen van de socialisten werden er nu Vlaamse Huizen opgericht.

Van Liedekerke citeert nog een conclusie uit een studie van prof. Jan Craeybeckx die het mislukken van de socialistische verovering van het Pajottenland illustreert: “de zo goed als volledige mislukking van de BWP bewijst hoe ver  het collectivisme verwijderd lag van de boerenmentaliteit. De landbouwers hebben nooit proletarische reflexen gehad. Het platteland is bij ons, zoals in diverse andere landen met een gelijksoortige agrarische structuur, een “terra incognita” gebleven voor de socialisten. Het feit dat de katholieken de dorpen onder hun controle hebben weten te houden, heeft in Vlaanderen bijgedragen tot het verhinderen van een doorbraak van de BWP.”

De derde historie over het Pajottenland vertelt het verhaal van de verfransing van Edingen.
Rep u naar de boekhandel of bibliotheek!

“Histories van bij ons. Aan mijn Payottenland. Au pays des fraises. De taalstrijd om Edingen.” Maurits Van Liedekerke, 2024.

Geplaatst in cultuur, geschiedenis, literatuur, politiek | Tags: , , , , , , , , , | Plaats een reactie