Brouwers

Jeroen Brouwers is op 30 april 80 jaar geworden. Wie het nieuws wat volgt in deze tijden, kon er ondanks de dikke coronamist in de media niet naast kijken. Op de VRT hoorde ik hem omschreven worden als de grootste levende schrijver van de Nederlanden. Wat nu volgt is een aaneenschakeling van toevalligheden, een illustratie en wat openhartige beschouwingen.

Enigszins fier kreeg het oormerk van grootste levende schrijver van de Nederlanden op de VRT de toevoeging dat de bejaarde in Vlaanderen woont, in het Oost-Limburgse Lanaken nog wel, de gemeente waarvan ik burgemeester Marino Keulen toevallig ken als mijn broekzak, aangezien ik voor hem vier jaar het woord heb mogen voeren.

Een tweede toeval wil dat mijn huidige baas Sven Gatz me op Facebook heeft uitgedaagd voor een “boekcoverchallenge”, net nu ik het jongste meesterwerk uit het oeuvre van Brouwers bijna heb verslonden. Vandaar deze omslag als illustratie. De roman over een dementerende bejaarde schrijver die tegen zijn zin in een gesloten inrichting verblijft en daarom weigert te spreken, kreeg zoals gewoonlijk juichende recensies in de Nederlandstalige pers.

Terwijl ik lezend zit te wachten op het tv-journaal van dinsdag 5 mei 2020 om 13 uur, laat een van mijn Spotify-afspeellijsten via bluetooth Bob Dylans “Boots of Spanish Leather” door de boxen kabbelen. Niet zomaar een nummer van de meester. Eén van de nummers die illustreren waarom hij als songwriter de Nobelprijs Literatuur heeft gewonnen. Ik laat de zinnen van Brouwers die ik toevallig aan het lezen ben, overstromen met de klanken van die man met zijn gitaar, en laat u mee verder lezen, zodat u begrijpt waarom “Cliënt E. Busken” het voorlopig orgelpunt is in het oeuvre van die grootste levende schrijver uit ons taalgebied:

“Ik snak naar een sigaret, ik heb er nog twee, een voor nu meteen en de tweede, de laatste, voor meteen erna in de hier zo genoemde rooksalon, een constructie van gegolfde ijzeren platen op palen, aan alle zijden toegang biedend aan regen, wind,  hitte en vrieskou, waar men het genotmiddel alleen staande kan savoureren bij ontstentenis van zitaccommodatie, zij het dat gebruik van een rollator mogelijk is om erop te leunen, niet om er ontspannen zittend op plaats te nemen, naar ondervinding heeft uitgewezen, wat daarentegen weer wel kan, met de benen over elkaar indien men dit verkiest en ze niet met riemen aan het geraamte zijn verankerd, in een rolstoel, waarna men geacht wordt de opgerookte peuk met de hand of de voet door een rooster over een gat in de grond te mikken, niet op het rooster, of ernaast, maar erdoorheen, terwijl de peuk aandachtig dient te zijn gedoofd opdat hij de eerder in het gat gedumpte sigaretteneinden niet met smeulende vonken opnieuw doet ontbranden, waar emmers water bij te pas moeten komen om een einde te stellen aan de gevolgen van zulks, en er uit de aldus ontstane peukenpap een vettige, stinkende, donkerzwarte rook zich over de ruimte verspreidt alvorens ten hemel te waaien. Gewarrel en gedwarrel in mijn hersenpan. Daar wankelt van alles en kantelt om. Ik hoor mijn uitgever: Als ik me een opmerking mag veroorloven, mijn beste Busken, goede vriend, in alle bescheidenheid, ik ken mijn plaats, en met de beste bedoelingen, hou me ten goede en  neem me niet kwalijk, maar als je je volzinnen nu eens minder vol maakte, korter, niet zo van hier naar daar en gindse verte en dan dit nog en dat nog en ten overvloede zus en zo ook nog erbovenop. Hier stootte hij, zijn woorden begeleidend met heftige gebaren, zijn glas om, bloedrode wijn over het weerloos witte damast. Het is waar, ik neig naar volle volte, het volste overvolle onverzadigbare uit zijn voegen barstende buiten zijn beddingen brekende overstromende met voeten tredende overschreeuwende overspannene.”

Tijd voor het journaal. Twee hoofdpunten, de contactopsporing via vijf ziekenfondsen en de scholen die de noodopvang niet zien zitten, gaan de zeven minuten vooraf vooraleer het nieuws volgt waar ik op wacht: het dodencijfer, vandaag vastgesteld op 97. Weer hoger dan gisteren dus. Buiten deze coronatuur zou zo’n kerkhof altijd goed zijn voor dagenlange hoofdpunten en voorpagina’s. Vandaag zijn deze net geen honderd doden op één dag een teken van beterschap, duidt een specialist, want er zit nog wat weekendsterfte in. Mijn krant herinnerde me er vanochtend aan dat de corona op 10 april jongstleden 668 Belgen voor eeuwig liggen had. Nog niet besmet met nabij leed, wel integendeel, denk ik, en ik wed dat ik daarmee niet de enige ben: er is nog hoop op een goede zomervakantie.

 

Dit bericht werd geplaatst in literatuur, samenleving en getagged met , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s