En de zon gaat op

Voortdurend tijdens het lezen van ‘The sun also rises’ sluimert in mijn achterhoofd het aangename bewustzijn een Hemingway in handen te hebben en daar weer geweldig van te genieten.


Ik hou van de geschriften van Hemingway en van zijn roerige leven. Hij hield van stierengevechten, jagen op grof wild, tonijn vissen, drinken en vrouwen, hij trouwde er vier. Hij beleefde geweldige avonturen en schreef er in zijn kortaangebonden bedrieglijk simpele stijl meesterlijke boeken over.

Hij maakte als 19-jarige vrijwillige ambulancier het einde van de eerste wereldoorlog mee in Italië, leefde in Parijs, op Key West, was in Spanje tijdens de burgeroorlog, zat als oorlogscorrespondent in een landingsvaartuig op D-Day en trok mee met het 22ste Infanterieregiment op bevrijdingstocht door Europa. Het is maar een greep uit zijn avonturen van Afrika tot in Amerika.

In 1961 stak hij de loop van zijn geliefdst dubbelloops jachtgeweer in zijn mond en schoot hij zich twee kogels van zwaar kaliber door de kop. Hij was ijzingwekkend roekeloos in het doen van zijn zin. Bewonderenswaardig voor de avonturier die in elke mens minstens een beetje schuilt, tot op zekere hoogte, maar niet om na te volgen.

In ‘The sun also rises’, oorspronkelijk verschenen onder de titel ‘Fiesta’, gaat het over fiestaParijs en Pamplona in de vroege twenties van vorige eeuw. Een groepje expats, schrijvers, journalisten, kunstenaars en klaplopers en een -loopster bekomt er van de Eerste Wereldoorlog. Hemingway beschrijft de relaties onder de vrienden en vriendinnen.

Van deze ‘Lost Generation’ zoals de schrijfster Gertrude Stein ze noemde, maakten naast Hemingway in werkelijkheid ook Ezra Pound, Joan Miró en Pablo Picasso deel uit.
Maar die komen in het boek (voorlopig) niet voor, of het moest vermomd zijn. De vrienden verhuizen onder toenemende spanningen in het tweede deel van het boek naar Pamplona, waar ze stierengevechten bijwonen tijdens de San Fermin Feesten of de Fiesta, de wereldberoemde stierenloop door de smalle straten.

‘The sun also rises’ verscheen in 1926 als de eerste roman van Hemingway en zette hem op de wereldkaart als een van de vooraanstaande schrijvers van zijn tijd. In het boek stoot ik doorlopend op magistrale zinnen en dialogen uit een tijd toen mijn grootouders op de drempel van hun volwassen leven laveerden. Ze getuigen van een open geest en vrije levensstijl die op dat moment in Parijs konden maar elders zeldzaam waren. Lees even mee:

‘Don’t you love me?’
‘Love you? I simply turn all to jelly when you touch me.’
‘Isn’t there anything we can do about it?’

Of deze bloedstollende alinea:
At once he forgave me all my friends. Without his ever saying anything they were simply a little something shameful between us, like the spilling open of the horses in bullfighting.

Hemingway verwijst hiermee naar een inmiddels meer dan tachtig jaar verboden praktijk tijdens het stierenvechten, waarbij de paarden tot afgrijzen van buitenlandse toeschouwers op de horens van een stier aan een vreselijk einde kwamen als hun darmen uit hun buiken vielen.

Alleen al in die zin, waarin de nobelprijswinnaar kwansuis een mineur iets als ‘a little something shameful between us’ uitlegt met een verwijzing naar die gruwel, toont hij zijn meesterschap. Voor mij blijft het lezen van Don Ernesto elke keer een fiesta.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in literatuur en getagged met , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s