Levend en wel terug onderweg

De man die in Wespelaar ondanks het vroege uur altijd vriendelijk goeiedag zegt en commentaar geeft op het weer, vraagt nu opeens: is jouw vakantie ook voorbij? We voeren een gesprek waarin we kennis maken met de bezigheden die ons dagelijks naar Brussel-Centraal voeren. Hij blijkt een ambtenaar te zijn op het agentschap voor personen met een handicap. 

Aan de andere kant van het perron in Haacht zit mijn neef op de bank. Verborgen in zijn kap en verdiept in zijn gsm wacht hij zonder opkijken op de trein naar school. Vrijdag viert hij zijn achttiende verjaardag. Ik moet nog om een kaartje. In Boortmeerbeek hoop ik het blije leraresje van een Nederlandstalige school in hartje Brussel terug te zien na een deugddoende vakantie, maar ze daagt niet op. Ze zal haar missie toch niet hebben opgegeven? Als ik plots toch haar platina staart zie in een andere wagon neem ik me voor bij het uitstappen mijn vriendelijkste glimlach boven te halen.

Het lijkt wel of Roos Van Acker opstapt in Mechelen, maar ze haalt uit de tweede schoudertas die ze daar speciaal voor meezeult een of ander haakwerkje boven en begint met lange vingers te frunniken. Het is misschien de zus van Roos. In Weerde proberen twee jongens van veertien nonchalant op een afsluiting gezeten een sigaret te roken alsof ze dat al hun hele leven doen. Zou het meisje op wie ze indruk proberen te maken hen ook doorzien?

De perrons in Vilvoorde zijn overkapt met een dak dat ooit recht tegen de blauwe lucht afstak, evenwijdig met de treinsporen tussen hun bruine stenen. Nu kronkelt de daklijn alsof ze die gore plek wil ontvluchten. Het station ontsnapt niet aan het verval van de stad die nog geen centrumstad mag zijn maar al worstelt met de problemen van een grootstad die haar grenzen verloren is. Onder de grillige perronskap positioneren vertrouwde gezichten zich om de laatste lege plaatsen op de trein te kunnen bemachtigen.

Ik maak me zo breed mogelijk maar kan toch de naderende grote man niet beletten om zich op de lege plaats naast me neer te vlijen. Op de koop toe vouwt hij een krant open waarmee hij mijn zicht beperkt op een onbekende dame van middelbare leeftijd die in Eppegem voor me is komen zitten. Ze is merkwaardig uitgedost. De onopvallende kleren, een eenvoudig grijs regenjasje, een blouse waarvan ik me de kleur al niet meer herinner en een beige katoenen broek, contrasteren met knallende accessoires: een bril met een montuur van streepjes als een doos kleurpotloden en een helblauw polshorloge. Dankzij De Morgen valt mijn rechteroog nu enkel nog op haar voeten en merk ik dat ze sokken met streepjes draagt die bij haar bril passen.

Schaarbeek ziet er vandaag properder uit dan Vilvoorde. De man met De Morgen geeft me gelukkig al in Brussel-Noord mijn visionaire vrijheid terug. In Brussel-Congres zie ik dat de dagelijks blozende moeder met het wipneusje en de blonde krullen ook terug is. Ze is druk aan het bellen met haar gsm als ze zich naar de trap rept. Is haar zoontje weer zonder boterhammen naar school vertrokken?

Met slechts zeven minuten vertraging rijden we Brussel-Centraal binnen. Uit een ooghoek zie ik het leraresje naar een andere trap dartelen. Mijn glimlach sterft de stille dood van zovele goede bedoelingen.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Brussel, Haacht, reizen en getagged met , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s