Goeiemorgen mijnheer, wij zijn van 11.11.11 en…

Het is weer zo ver: ik maak me op om een koude novemberochtend te spenderen aan het bedelen om geld van mijn dorpsgenoten  voor ontwikkelingssamenwerking, euro’s  van mensen die ik ken voor mensen in een ver land die niemand kent. Eerlijk gezegd, er zijn leukere dingen om in je vrije tijd te doen.  Toch draag ik dat kruisje, nu toch al ettelijke jaren na elkaar, op vraag van de gangmaker die tegelijk mijn schoonbroer is. Dat maakt die berg wat makkelijker te beklimmen.  Ik kijk er ook naar uit om Hein weer terug te zien, die knorrige oude vriend die het contact heeft laten uitdoven, op dat jaarlijkse rituele weerzien ter ere van de Derde Wereld na.

Nog vorige week zat ik op een vervelende bestuursvergadering wat te smiespelen met een buurvrouw die ik graag heb. Ik herinner me niet meer hoe we op dat onderwerp kwamen, maar ze bekende dat ze redelijk rechts is en dus bijvoorbeeld niets wil geven aan de Derde Wereld. Toen ik haar onvergeeflijk streng aankeek en opbiechtte dat ik elk jaar mee geld inzamel voor 11.11.11, trachtte ze zich eruit te redden door te zeggen dat ze wel doneert aan de Vierde Wereld, bijvoorbeeld door in Delhaize zo’n voedselpakket te kopen. Ze moest eens weten hoe vaak ik dat excuus al heb gehoord.

Na afloop van een andere vergadering vroeg iemand me wat ik dacht van de besparingen die alweer de ontwikkelingssamenwerking boven het hoofd hangen. Kan je niet helpen om een manier te bedenken waarop we die kunnen vermijden, vroeg ze. Maar mijn creativiteit schoot op dat moment spijtig genoeg te kort, zoals vaak wanneer er onverhoeds  en dringend een beroep wordt op gedaan.

In een opiniebijdrage in de krant De Standaard erkent zelfs een tiental derdewereld-organisaties dat ze “uiteraard” begrijpen dat ontwikkelingssamenwerking een steentje moet bijdragen als er bespaard moet worden in de begroting. Ze schuiven twee bedenkingen naar voren: dat de bevolking van het zuiden geen tweemaal de dupe kan zijn van de crisis in het noorden. Ontwikkelingssamenwerking heeft vorig jaar al een onevenredig groot deel van de besparingen gedragen. En dat het niet kan dat nagenoeg de volledige Belgische humanitaire hulp zou drooggelegd worden.

Inderdaad: het is grote crisis in België, in Europa. Nog steeds onversaagd zoekt onze federale regering  verder naar manieren en miljarden om het strenge begrotingspad te volgen dat de Europese Unie haar lidstaten oplegt. Maar. We hebben het hier nog altijd veel beter dan die mensen in het zuiden. Die mensen waarvan we in tal van verklaringen en verdragen in theorie erkennen en belijden dat ze stuk voor stuk dezelfde individuele fundamentele rechten hebben en vrijheden genieten als wij.

Die theoretische erkenning en herhaaldelijke belijdenis vergen wat mij betreft ook enig praktisch gevolg. Onder de vorm van solidariteit en samenwerking via overheden en niet-gouvernementele organisaties. En ook onder de vorm van mijn persoonlijke bijdrage, hoe gering ook, een persoonlijke moeite, zoals dit tekstje schrijven, of zoals een uur of twee de straten van het dorp afschuimen om te bedelen.

Te bedelen?  Dat is wellicht een te sterk woord. Beter is: geld in te zamelen en mensen te overtuigen voor dat goede doel. En bij het horen van de voorspelbare excuses te bedenken en te voelen hoeveel beter dat is dan te moeten bedelen om te overleven.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Haacht, politiek en getagged met . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s