Community*

‘Ik was nogal geprikkeld, vandaar.’ Zo legt Eva aan de Grijze Man uit waarom ze de bundel met de eerste acht ontwerphoofdstukken voor het nieuwe boek van hun baas achterstevoren was beginnen te lezen. Een van die hoofdstukken handelt over de Vlaams-Brusselse media. Brussel is een biotoop waar Vanhengels zich als een vis in het water voelen.


“Ik heb nog enkele correcties.” Bij de Grijze Man trekken enkele rimpels zich samen in zijn gatz-coverkarakteristieke voorhoofdfrons. “Tja, ik heb nu eenmaal meer ervaring met de media in Brussel en met het leven in Brussel dan jij.”

“Maar je hebt het wel over de weergave van wat Sven heeft verteld, hé. Die is ook in Brussel geboren en getogen, als ik me niet vergis.”

“Ja, dat weet ik wel, maar hier en daar herken ik Brussel in dat hoofdstuk niet zoals ik het ervaar. Misschien ligt dat wel aan jou. Jij woont tenslotte niet in Brussel, jij voelt het misschien niet aan zoals de echte Nederlandstalige Brusselaars dat doen.”

“De Brusselse Vlamingen, bedoel je. Of Vlaamse Brusselaars, tot daar aan toe.”

“Nee, nee. Ik meen wat ik zeg: Nederlandstalige Brusselaars. Dat is het nu net. De zaken zijn hier namelijk wel wat veranderd tegenover dertig jaar geleden, hoor, toen jij in Brussel bent beginnen te werken.” Hoe kan jij dat nu weten, denkt de Grijze Man bij zichzelf, toen ging jij net voor het eerst naar de kleuterschool.

“Bijvoorbeeld,” begint ze, “toen ik in Brussel naar school ging, was het heel gewoon dat de meerderheid van de klas thuis geen Nederlands sprak. Dat geeft je een heel ander gevoel over de diversiteit in Brussel mee. En die is de jongste jaren alleen nog toegenomen.”

“Maar daar ging dat hoofdstuk toch niet over, dacht ik …”

“Een ander voorbeeld,” ratelt ze verder, “er staat in die tekst dat de Vlaamse politiek en de Vlaamse media in Brussel dichter op elkaars lip zitten dan in de rest van Vlaanderen. Omdat de Nederlandstalige politici en de journalisten van die media elkaar geregeld tegen het lijf lopen, op café, op een terras, in restaurants, bij toneelvoorstellingen, optredens of andere culturele activiteiten waar vooral Vlamingen in zijn geïnteresseerd. Wel, ik vind dat niet helemaal juist.”

“Hoezo, dat is niet juist?”

“De nieuwe generatie Brusselaars verzamelt niet alleen in Nederlandstalige of Franstalige etablissementen. Ze zit en staat overal. Of beter gezegd: ze gaat evengoed naar de KVS als naar het Théâtre National. Ik bijvoorbeeld heb ook veel Franstalige vrienden in Brussel.”

“O ja, hoe vaak ben jij al in het Théâtre National naar een toneelstuk gaan kijken, in het Frans bedoel ik, hé, zonder boventitels?” Daar moet Eva even over nadenken. “Hm, dat is toch af en toe al eens gebeurd. In de KVS heb ik ook al een Franstalig toneelstuk gezien. En vorige donderdag ben ik doorgezakt in de cafetaria van de Botanique. Daar heb ik trouwens een flinke kater aan overgehouden.”

“Ah, die heb je vrijdag dan toch mooi verborgen weten te houden.”

“Natuurlijk, we hadden vrijdag vakantie, hé, slimmeke.” Van dat laatste is de Grijze Man flink in zijn mond geblazen. Ze heeft gelijk. Ze hebben een snipperdag genomen omdat het krokusvakantie was. Eva opent al een volgend front.

“Ik vind dat hoofdstuk over de Vlaamse media in Brussel bovendien nogal flauwtjes. Een opsomming. Niets pittigs. Geen peper.” De Grijze Man herinnert zich ineens dat ze vorige week op bezoekwaren geweest bij een uitgever die beweerde alleen boeken uit te geven waar peper in zit. De woordvoerster galoppeert verder. “Geen begeestering over de belangrijke taak die voor Bruzz is weggelegd. Nauwelijks wat over de community die FM Brussel rond die rode bus creëert. Met verslaggeving van feestjes en optredens, live van op de Brusselse festivals. Dat die bus toch een belangrijk en herkenbaar imagoinstrument is dat voor een bruisende ambiance zorgt. Dat de Brusselse media een venster op de wereld kunnen bieden, vooral voor Vlaanderen. Dat zij Brussel kunnen promoten met positief nieuws. Dat zij moeten samenwerken met andere zenders. Dat zij door de grondstof van het Brusselse nieuws via al hun platformen in beeld, audio en tekst ter beschikking te stellen, Brussel ook in de rest van de Vlaamse media meer en mooier aan bod moeten laten komen. En niet enkel over Brussel moeten berichten als er slecht nieuws moet worden gemeld …”

De Grijze Man onderbreekt de woordenvloed. “Weet je, Sven had zelf ook een correctie.”

“O ja, welke?”

“Er stond oorspronkelijk: “De redactie krijgt een eigen statuut en geniet onafhankelijkheid.”

“Wel, dat klopt toch?”

“Het moest worden: de redactie krijgt een eigen statuut en geniet uiteraard onafhankelijkheid.” Nu is het Eva die haar wenkbrauwen fronst. “Uiteraard?” De Grijze Man sust. “Wel ja … vergeet niet dat ik het uiteraard heel inspirerend vind om met je samen te werken, hé.”

*In juni 2016 verscheen van minister Sven Gatz “Over de media heb ik niets te zeggen”, een boek over media, met vele medewerkers van een hoog niveau. Elk hoofdstuk van Sven Gatz in dat boek, wordt besloten met een column van De Grijze Man. Bovenstaande column volgt op het achtste hoofdstuk, “Van Brusselse Vlamingen tot Vlaamse Bruzzelaars”. Het boek is uitgegeven bij Van Halewyck en voor € 16 verkrijgbaar in de boekhandel.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Brussel, De Grijze Man, media en getagged met , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s