Het sneeuwt lichtjes als we ’s ochtends op 7 januari in Segovia de auto terug inladen. Het ijs op de bevroren ruiten en een dun laagje sneeuw krabben we weg. We slaken een zucht van verlichting: het C3’tje van Marianne start meteen, het autootje blijft onze trouwe dienaar. Vandaag hebben we een rit van ruim 400 kilometer voor de boeg. Het grootste deel van ervan rijden we op sneeuw- en vorstvrije autowegen met tol. Ons doel van de dag is Baeza, een stadje in de Spaanse provincie Jaén, in de regio Andalusië. Het renaissancestadje is net als Segovia Unesco-Werelderfgoed geworden. Onderweg spotten we wiekende wouwen en gieren boven de snelweg.
In Baeza parkeren we de auto op een gratis parking aan de rand van het stadje en wandelen we met onze rolvaliesjes naar het mooiste hotel van onze reis: Hotel Cetina Palacio de Los Salcedo, een prachtig gerenoveerd voormalig renaissancepaleis. Het is er heel stil in de lobby. De receptioniste doet ons een onverwacht voorstel: voor 5 euro extra krijgen we een upgrade van onze kamer op de eerste verdieping. We beschikken er over een balkon dat uitzicht biedt op de hoofdstraat, een luxueus ligbad waarin je ook kan douchen, een gratis cocktail op basis van een sterke drank naar keuze en een gratis minibar. Nu ja, veel zit er in die minibar niet in: 2 blikjes Coca Cola, 2 blikjes San Miguel-pils, een halve liter plat water en een zakje chips. Een serveerster brengt ons de welkomstcocktail op basis van wodka aangeleng met ananassap. De cocktail is wat klein, vinden we, maar ook gratis.
We nemen nog een heerlijk bad en trekken er dan op uit naar het stadscentrum. Helaas zijn werklieden het centrale plein van Baeza opnieuw aan het plaveien. Er staan hekkens met doeken rond, die het nieuwe uitzicht geheim proberen te houden. We kunnen wel nog flaneren langs de cafeetjes, restaurants en winkeltjes en passeren prachtige renaissancegebouwen, een kathedraal en enkele kerken.
Een landloper met een stompje sigaar in zijn mond komt aangesloft en zegt ons vriendelijk goeiedag. We geraken met hem aan de praat. Aan een prachtige fontein midden op een ander plein onderhoudt hij ons een half uur over van alles en nog wat. Hij dist verhalen op over Marianne Faithfull en de Rolling Stones, over de Spaanse Imilce, de echtgenote van Hannibal, en hij kent blijkbaar ook onze Keizer Karel de Vijfde, die in Gent geboren is. Eerlijk gezegd, ik krijg het van zijn verhalen van hot naar her en hier en ginder al na een kwartier op mijn zenuwen.


Van op het plein zien we vlakbij het Toeristenbureau liggen, waar we een plattegrond van Baeza kunnen krijgen. Maar onze zwerver is ons voor: hij stuift als een wervelwind het kantoor binnen en grabbelt twee stadsplannen van Baeza mee, die hij ons beleefd overhandigt. Eindelijk neemt hij afscheid. Zijn inmiddels uitgedoofd sigarenstompje is nog amper een centimeter lang. We zetten onze wandeling verder langs de stadsrand. Daar zien we weiden met schapen en geiten langs de stadszijde en uitgestrekte olijfboomgaarden beneden in de vallei. Kinderen skaten en fietsen op het brede pad rond de stad. Opeens zien we een koppel hoppen voorbij fladderen.
Terug in het toeristisch centrum speuren we naar een goed restaurant voor ons avondmaal. We passeren er verscheidene en kiezen uiteindelijk voor de tapasbar El Estudiante, de student. De uitbater ontvangt ons allerhartelijkst in het Engels. Het is hem aan te zien dat hij fier is op zijn talenkennis. Baeza is een universiteitsstad. In El Estudiante eten we heerlijke risotto’s, vergezeld van een lekkere wijn. Voldaan keren we terug naar ons paleis.
We zijn moe. Twee afleveringen van Badgast op VRT-max in ons luxueuze bed volstaan. We kijken al uit naar de volgende ochtend. Het hotel staat bij de commentaren op reiswebsites bekend voor zijn royale ontbijt. Het buffet is uitgestrekt over drie lange togen, waar alles beschikbaar is wat je voor een ontbijt kan bedenken, à volonté. Buiten wijzelf is er nog één ander tafeltje bezet. Het is hier nog winter, maar toch veel minder koud dan de vorige dagen.