Op 5 januari verlaten we Zegama en Hotel Ostatu. Het is nog steeds bar koud buiten. Op de bergtoppen van het natuurpark Aizkorri-Aratz, waar we daags voordien hebben gewandeld, schijnt de zon uitbundig. Van uit de koude schaduw trek ik een foto van de gouden rand die de zon zo ver ik kan zien over de bergtoppen uitsmeert. Ze kan voorlopig nog concurreren met de glinsterende sneeuw die de volgende warmere dagen zal verdwijnen.
We rijden die dag van Zegama naar Segovia, een kleine 400 kilometers. Op de secundaire wegen ligt nog een streepje sneeuw, maar de autowegen zijn sneeuwvrij gemaakt. Bij een tankbeurt onderweg kopen we nog wat kaas, worstjes en snoepjes. In de Coviran van Zegama hadden we eerder al brood, water en magere melk gekocht.
Vanaf het buurdorpje Zamarramala kregen we al een vergezicht op een van Spanjes mooiste stadjes. Marianne had in Segovia voor twee nachten een appartement geboekt, boven een restaurant. Dat bleek een voltreffer te zijn. De verhuurder had de verwarming al behaaglijk warm gestookt. Voor het eerst deze vakantie konden we in een kingsize bed van 180 cm slapen. Om eens lekker te eten, besluiten we in het restaurant te informeren of er nog een tafeltje voor twee vrij is. Helaas niet, zegt de maître. Maar we hebben wel een afhaalservice, voegt zijn vrouw daar aan toe. Daar maken we dan ook graag gebruik van: voor Marianne kies ik een visschotel en voor mij een schotel met gefrituurde inktvisjes en kreeftjes. Ik mag onze bestelling om half negen komen ophalen.
Nog gauw voor het donker wordt, maken we een wandeling naar het Alcázar van Segovia, een droomkasteel op een hoge rots. Daarvoor moeten we een brug over de rivier over en een steile trap zigzaggend omhoog klimmen tot we het Alcázar in zijn volle glorie kunnen bekijken. Helaas is het al gesloten. Dit middeleeuws uitziend kasteel, met vele torentjes en gesitueerd op een hoge rots, blijkt voor Walt Disney een inspiratiebron geweest te zijn voor zijn kastelen uit de tekenfilms van Assepoester en Sneeuwwitje.
We zijn niet de enigen die een beetje ontgoocheld voor de poort staan. Gemeentewerkers en politieagenten zijn druk bezig dranghekkens te plaatsen. Hier komt immers morgen een grote driekoningenstoet voorbij, die naar jaarlijkse traditie veel kijkers zal trekken. 6 januari, het feest van Driekoningen, is in Spanje een officiële feestdag. Spaanse kindjes krijgen hun cadeautjes vooral van de Drie Koningen en Vlaamse kindjes krijgen ze van onze Sint.


Bijna vergeet ik om half negen onze afhaalmaaltijden te gaan ophalen. Als ik het restaurant betreed, lijk ik me in een harington te moeten wringen. Alle tafeltjes zijn natuurlijk al bezet. Tussen tientallen Spanjaarden wring ik me richting bar en keuken waar ik de vrouw herken die me die afhaalmaaltijden heeft aangesmeerd. Blijkbaar delen de Spaanse grote mensen op de vooravond van Driekoningen ook graag in de feestvreugde. Na een kwartiertje komt de vrouw van de maître met de afhaaldozen aanzetten. Ik vraag haar of ik ook nog een fles rode Ribera Del Duero-wijn kan kopen, om Marianne te verrassen. Natuurlijk, zegt ze. Ze schuift me een uitgebreide wijnkaart onder de ogen. Er staan verscheidene Duero-wijnen op. Ik kies één van de goedkopere Duero’s, € 17, en ik reken meteen af. Er wacht me een leuke verrassing: de vrouw van de maître schenkt me met een knipoog mijn favoriete Spaanse wijn gewoon gratis! De afhaalschotels zijn zo royaal dat we er twee avonden van kunnen eten. En ook met de Ribera blijven we zuinig. We drinken er twee avonden van, want in het mooie Segovia blijven we twee nachten.

De volgende dag is het nog altijd berenkoud. Maar we doen ons best om ons zo goed mogelijk te wapenen tegen het vriesweer in Segovia, want er is enorm veel te bekijken in deze stad van ruim 50.000 inwoners met een geweldige geschiedenis. De Romeinen gaven de stad haar naam Segovia. Het bekendste monument is het Romeinse aquaduct van Trajanus. Dat goed bewaarde aquaduct dateert van de eerste eeuw. Het loopt dwars door het centrum over de Plaza de Azoguejo, is 28 meter hoog, 728 meter lang en telt 160 dubbele bogen. Maar de stad staat ook vol kerken, paleizen, kloosters en tal van andere historische gebouwen. Sinds 1985 staat het hele oude stadsdeel op de Werelderfgoedlijst van Unesco.
Uiteindelijk zoeken we toch wat warmte op. Hoewel 6 januari een officiële feestdag is in Spanje, blijven de meeste horecabedrijven gelukkig open. We vinden een sympathieke tapasbar waar we wat tapa’s en een goed glas ribera-wijn drinken. Gelukkig is het ook in ons appartement nog altijd lekker warm.