Beste lezer,
Het is lang geleden dat de Grijze Man nog eens wat van zich liet horen, hoorde hij van een vriend. Ik had immers weinig omhanden. Tot Marianne en ik ergens diep in 2025 een uitnodiging ontvingen om oudjaar te gaan vieren bij vrienden in het Franse stadje Figeac. Daar baten ze de B&B Chambres d’hôtes Conquans uit, een herberg met de allures van een kasteeltje uit de 14e eeuw, gelegen in het historisch stadscentrum.
Voor dit speciale feest van Oud op Nieuw reizen nog drie andere bevriende koppels mee naar het stadje in het departement van de Lot. Verdeeld over drie wagens rijden we in twee ritten naar onze bestemming. Er is afgesproken om te overnachten in Foëcy, in een B&B met de naam Une Escale en Berry. Marianne en ik maken van de gelegenheid gebruik om nog enkele uren in Orléans door te brengen, waar we de prachtige kathedraal bezoeken, schitterend in het late zonlicht, en langs de Loire wandelen.


We zijn daardoor een beetje later in Une Escale en Berry, maar daar maalt niemand om. We krijgen een heerlijk avondmaal voorgeschoteld, met een lekkere Malbec-wijn uit de streek. We maken natuurlijk ook veel voorpret. Zo wordt de lange reis over de Franse snelwegen een beetje gebroken.
Op 31 december na de middag komen we aan in Figeac, dat zo’n tienduizend inwoners telt. Het stadje is bekend om de 19de-eeuwse egyptoloog Jean-François Champollion, die er lang geleden geboren is. Champollion heeft de “Steen van Rosetta” ontcijferd, een stuk steen waarin vreemde schrifttekens gebeiteld waren. Die steen bleek Egyptische hiërogliefen te bevatten, maar ook demotische en Oudgriekse schrifttekens. Die oude Griekse letters vormden de sleutel voor het ontcijferen van de twee andere geschriften. De doorbraak kwam er dankzij Champollion in 1822, toen hij met Napoleon in de Egyptische veldtocht was verzeild.
De egyptoloog heeft in zijn geboortestad in december 1986 zijn eigen museum gekregen. Het pronkstuk ervan vond ik op de binnenkoer van het museumgebouw: een sterk vergrote kopie van de Steen van Rosetta. Daar lieten we ons natuurlijk met z’n allen fotograferen.
Wat niet alle vrienden in het kasteeltje Conquans al wisten, was dat Marianne en de Grijze Man een nog groter plan hadden dan feesten in Figeac. Marianne had de voorgaande weken hard gewerkt voor haar job, maar ook voor de organisatie van een wonderbare roadtrip. Wij keerden na de festiviteiten rond het nieuwe jaar niet gewoon naar huis terug. We reden verder zuidwaarts tot in het zuiden van Andaloesië, naar een huisje in het dorpje Guajares Faraguït, dat we al verschillende keren als uitvalsbasis voor een heerlijke vakantie hebben gebruikt.
Marianne boekte voor onze roadtrip van drie weken de overnachtingsplaatsen, ze berekende de rijtijden langs de Franse en Spaanse tolwegen, schatte het verbruik aan benzine in en budgetteerde de kosten, voor drie weken lang, drie maaltijden per dag.
Op 2 januari reden we verder door naar het zuiden, naar Lourdes, het commerciële bedevaartsoord dat rond de Grot van Bernadette opgetrokken is.