Van Echternach naar Scheidgen
9,8 kilometers, 345 hoogtemeters, 190 daalmeters
Wat doet een mens in de herfstvakantie? Veel wandelen in de bossen in hun gouden herfsttooi. Wat een kleurenpracht zien we in het woud van Klein Zwitserland in Luxemburg. Marianne en ik zijn jaren terug al in de ban geweest van het Müllerthal. Van de drie grote lussen die samen de Müllerthaltrail vormen, kozen we voor Route 2, die vertrekt en weer aankomt in Echternach.
Die Route 2 zal ons in drie dagen van Echternach naar Scheidgen leiden, van Scheidgen naar Müllerthal en van Müllerthal via Berdorf terug tot Echternach. We weten al van een vorig bezoek aan Echternach, vele jaren eerder en elk los van elkaar, dat we onderweg in het woud op spectaculaire kalkrotsformaties zullen stuiten. Het is een van de redenen waarom de Müllerthaltrail gecertificeerd is volgens de strenge kwaliteitscriteria van de Europese wandelaarsvereniging. De Trail heeft de titel “Leading Quality Trails – Best of Europe” gekregen.
’s Ochtends vroeg rijden we in een uur of drieënhalf van Haacht naar Echternach. Op een grote gratis parking laten we de auto achter. We zwieren onze rugzakken op de rug, rijgen onze bergbotinnes aan de voeten en nemen een kijkje aan de basiliek. Daar stuiten we al meteen op andere Vlamingen. Ze zijn niet zo enthousiast over het toeristenbureau daar vlakbij. Wisten wij soms waar hier de winkelstraat was, vroegen ze. Ja dus, dat wisten wij. Zo’n honderd meter verderop. Het toeval wilde dat wij na enkele honderden meters van het startpunt van onze route ook door die autovrije straat moesten. Maar al snel sturen de wegwijzers ons een steil en smal kasseipad op. Na een nijdige klim zien we beneden het stadje van de beroemde processie en zijn basiliek liggen. We wandelen verder het heuvelende woud in. We zijn goed van start gegaan voor onze eerste dagtocht, de minst zware van de drie.
Ik herinner me van jaren terug dat dit pad, toen nog zonder de kasseien, ons langs de Wolfschlucht verder naar Berdorf zou leiden. Maar het bewegwijzerd pad van Route 2 beslist anders. We wandelen door een majestueus beukenwoud. Als onze maag knort installeren we ons op een plastieken poncho op een dikke omgehakte boomstam om enkele sandwiches te verorberen. Voor de lunch hadden we van thuis belegde broodjes meegebracht, fruit en voedingsrepen. Marianne heeft ook nog enkele droge voedingszakjes meegenomen, een restje dat we over hadden van de Laugavegur, een meerdaagse spectaculaire trektocht in IJsland die we in juli 2023 op ons palmares schreven. De houdbaarheidsdatum van die zakjes was nog net niet verstreken. We gieten heet water uit onze thermosfles in een zakje en drinken met behulp van één lepel samen de goulashsoep op. Dat soepje smaakt.

Hoe dieper we het bos inlopen, hoe meer hikers ons tegemoet wandelen. Het valt ons op dat de grote meerderheid van de wandelaars Vlamingen zijn. Dat het in Vlaanderen herfstvakantie is, zal daar wellicht toe bijdragen. Als we even verder op een zitbank wat zitten uit te rusten, wil een groepje Antwerpenaars van een jaar of zestien ons voorbij lopen. Maar we spreken hen aan en ze houden even halt. Er ontspint zich een gesprek. Ze dragen allemaal supergrote rugzakken van tien tot achttien kilogram alsof het niets is. Die van ons wegen amper 7 en 8 kilo. De jongens vertellen wat ze allemaal meesleuren: tenten, matjes, slaapzakken, foerage, een kookstelletje en vermoedelijk ook nog wat flessen met alcoholische dranken, maar daar zwijgen ze over. Het kost ons maar enkele minuten of we zijn aan de praat over scholen die we kennen, leraars en kennissen uit het Antwerpse.
Doorheen het bos stromen beekjes, lopen we over houten bruggetjes, klimmen we op houten treden omhoog en kijken we naar die enorme rotsen van zachte kalksteen die hun geschiedenis geheim houden. Bij het afdalen van de natte houten trappen kijken we uit niet uit te schuiven. Hier en daar liggen dikke stokken en takken in de modder naast het pad, dat op sommige stroken onder water staat. Maar als je wat uitkijkt, lukt het wel de bottinnen waterdicht te houden. Maar dan moeten we wel wat springen van wortels naar stukken steen en rots. In het bos zien we geen wilde dieren, maar ze zijn er wel, want de Antwerpse jongens waren al op jagers gebotst. Af en toe slaat een Vlaamse gaai alarm voor het gevederd volkje. Op mijn app voor vogelgeluiden vang ik de courante zangvogels en ook een blauwborst.
Wanneer de trail op een asfaltbaan uitloopt, zien we verderop een bushalte liggen. Achter het bushokje ligt hotel Le Bon Répos, waar we een kamer hebben gereserveerd. Aan de bushalte klampt een Vlaams echtpaar ons aan. Of de bus naar Berdorf naar links of naar rechts rijdt? We weten het zelf niet zo direct, maar even navraag doen in het hotel volstaat voor het antwoord. Voor de deur van het hotel staat een vuilnisbak, gevuld met blauwe plastieken overschoenen. Het is de bedoeling om die over je bemodderde schoeisel te trekken, om de lobby niet te bevuilen.
We checken in en installeren ons op onze kamer, waar we eerst van een heet ligbad genieten vooraleer we in de gelagzaal van het hotel een biertje of aperitiefje drinken. Die Orval is lekker, maar € 6,50 is wel wat aan de dure kant, vind ik. Het avondmaal wordt geserveerd om 19 u. De kaart van het restaurant is zeer overvloedig. Er is een wildmenu, een pizzakaart, een bladzijde vol pasta’s en nog een voor de vegetariërs. Natuurlijk zijn er ook tal van nagerechten. Marianne kiest als hoofdgerecht voor een lasagne met zalm, ik voor de groene gnocchipasta.
Wanneer alle gasten aan tafel gezeten zijn, tellen we twintig eters in de gelagzaal. De meerderheid onder hen heeft de bemodderde schoenen op de kamer gelaten en zit op z’n sokken aan tafel. We tellen een tafel van vier, een tafel van een vrouw alleen en een tafel van acht vrouwen, die elkaar in hun wijk hebben leren kennen bij het lopen. Verder zijn er twee tafels van koppels, waaronder wij, en tenslotte nog een tafel van drie. De gasten aan al die tafels hebben één ding gemeen: het zijn allemaal Vlamingen.
Het Müllerthal is tijdens de herfstvakantie blijkbaar zeer populair in de Lage Landen, want onderweg kruisten we naast Vlamingen ook nog wat Nederlanders. Na ons avondmaal kruipen we moe maar tevreden in bed. Ik leg me neer en val boempatat in slaap.