Op 31 mei 2025 vertrekken Marianne en ik naar Brussels-South, de luchthaven van Charleroi. We gaan eindelijk nog eens op trektocht, naar mijn geliefde bestemming: Corsica! We hebben twee rugzakken mee, eentje van acht en eentje van zes kilogram. Sober gepakt dus voor een vakantie van twaalf dagen. Ik vind de 3-maal-4-regel uit: ik neem vier paar sokken mee, vier onderbroeken en vier T-shirts. Dat zijn de spullen die zeker ter plaatse gewassen zullen moeten worden.
Daar komt nog één korte wandelshort en één lange wandelbroek bij, een zwembroek en dunne zeemvel-handdoek, sandalen, een lege waterzak, een lakenzak, een fleece en een licht truitje, voor het geval dat we ‘s avonds in een deftig restaurant zouden gaan eten. Mijn bergschoenen houd ik aan mijn voeten, mijn paracommando-petje zet ik op mijn hoofd. In mijn rugzak steek ik ook nog een licht regenjasje, hoewel er amper neerslag wordt voorspeld.
Aangezien ik mijn rugzak incheck, kan ik er nog van alles bijsteken dat niet in de passagiersruimte zou mogen, zoals een powerbank en een zakmes. In een plastieken zakje dat ik meeneem in de passagiersruimte, stop ik nog de nodige kabeltjes, stekkers, mijn gsm en e-reader en enkele boterhammen voor onderweg.
Voor onze auto reserveerden we een plaatsje op een van de parkings rond de luchthaven. Als we die parking dankzij een QR-code binnenrijden, verliezen we een kwartier tijd om een lege plek te vinden. Zowat alle gehandicaptenplaatsen daarentegen staan leeg. Vanaf de parking stappen we nog een kwartier later de hall van de luchthaven binnen. We kunnen al snel mijn rugzak inchecken, waarna we probleemloos door de veiligheidscontrole geraken. We verbruiken nog een koffie en een gebakje en schuiven dan op ons gemak door naar de zitplaatsen aan de gate. Ons vertrek is gepland om 18:10 u. Als de tijd aanbreekt om te boarden, schuiven we bij de laatsten aan. We zitten achter elkaar aan het gangpad.
Maar dan zegt de piloot dat we nog even moeten wachten om op te stijgen. Er zijn blijkbaar zo’n slechte weersomstandigheden boven de Alpen dat een deel van het vliegverkeer omgeleid wordt. Alle passagiers moeten op hun stoelen blijven zitten. Na een half uur wachten, kondigt de piloot aan dat we over een uur kunnen opstijgen. Eindelijk, na negentig minuten, de reglementaire duur van een voetbalmatch, maakt het vliegtuig zich klaar om op te stijgen. De vlucht duurt een uur en 45 minuten. We rekenen uit dat we pas na half tien in Corsica zullen landen. Dan moeten we nog wachten tot mijn rugzak van de band rolt vooraleer we een taxi kunnen nemen naar de hoofdstad van Corsica.
Marianne heeft inmiddels uitgevogeld dat de taxiprijs van de luchthaven naar Ajaccio 25 euro bedraagt. Buiten het luchthavengebouw staan er nog maar twee taxi’s. De chauffeur van de eerste vraagt 30 euro voor een rit naar de hoofdstad. We zuchten eens, onze magen rammelen. We vragen ons af of we nog ergens aan een maaltijd zullen geraken. Daarin stelt de taxichauffeur ons gerust. In Ajaccio kan je nog tot ruim half elf in een restaurant terecht. Ongeveer twintig minuten later dropt de chauffeur ons aan hotel Kallisté. Deemoedig willen we hem wel die dertig euro betalen. Als ik een betaalkaart uit mijn portefeuille haal, vraagt de chauffeur of we niet in cash kunnen betalen. Dat kunnen we. Maar ik bedenk me dat als het in Corsica overal van dat laken een broek zal worden, we de komende dagen nog een geldautomaat zullen moeten vinden.
Aan de receptie van het hotel zitten drie mannen hun tijd te verdoen. We checken in en brengen onze rugzakken naar de ons toegewezen kamer op de tweede verdieping. Het hotel lijkt wel een gerestaureerd pakhuis van vier verdiepingen. De kamer die Marianne heeft geboekt, is mooi ingericht, met een groot bed en een hete douche. Het hotel ligt bovendien vlakbij de belangrijkste wandelstraat van Ajaccio, met tal van boetieks, winkeltjes, cafés en restaurants. Wat we nu nog willen, is een goed restaurant vinden.
Terug beneden aan de receptie vragen we het trio of ze geen suggestie hebben voor een restaurant. Daar laten ze zich niet mee kennen: we moeten naar de Kevin, zeggen ze in koor. Daar is het lekker eten, weten ze. Een van de drie neemt meteen de telefoon om ondanks het late uur bij de Kevin nog een plaats voor twee te reserveren. Dat lukt en maakt ons blij.
Het is een kleine kilometer wandelen, maar dat doen we graag, in die mooie wandelstraat die uitgeeft op de Place Foch, een plein dat over de baai uitkijkt. Van dat plein kom je in de Rue Roi de Rome, de “Beenhouwersstraat” van Ajaccio. Ik herken het straatje van toen ik met de Corsicanen in 2016 een trektocht heb georganiseerd langs de GR20-Zuid. Toen deden we op onze laatste nacht in Ajaccio in die uitgangsstraat van Ajaccio het laatste café dicht.
Maar Marianne en ik moeten in restaurant Via Roma zijn, waar we vragen of de Kevin nog aanwezig is. Ja, ja, antwoorden er twee kelners tegelijk. Ze voelen zich allebei geroepen als de Kevin en daarmee zit de sfeer met die drie Kevins er meteen in.
Aan de Genuezen danken de Corsicanen niet alleen de vele prachtige renaissancegebouwen en -paleizen, maar ook de Italiaanse keuken. Lekker eten dat dat was! Marianne koos een huisbereide risotto, ik een gnocchi van het huis met gorgonzolasaus. Nadat we voor ons godenmaal betaald hebben, beloven we de enige ware Kevin dat we na onze trektocht, terug naar zijn Via Roma in Ajaccio komen, want twee weken later moeten we van uit de Corsicaanse hoofdstad terugvliegen naar Charleroi.
Terug aan de Place Foch lopen we langs een standbeeld van Napoleon als Romeins consul. Van op het plein zien we aan de haven een massa volk naar een charmezanger luisteren. We begeven ons onder het publiek en luisteren enkele Corsicaanse liedjes mee, waar we kop noch staart aan krijgen. Langs de peperdure motorjachten en een tweemaster aan de kade zakken we langs de verkeersvrije straat weer af naar hotel Kallisté.
Onderweg raken we nog aan de praat met een bejaard koppel dat ons wijst op de koperen tegels die in de straat gelegd zijn, met de letter N in verwerkt. De N is de wegwijzer voor een toeristische wandeling rond Napoleon, de Franse keizer en despoot. De beroemdste Bonaparte verliet in Ajaccio op 15 augustus 1769 de moederschoot, een jaar nadat Corsica officieel Frans werd. Zijn geboortehuis, het Maison Bonaparte, is tegenwoordig een nationaal museum.
Moe maar gelukkig kruipen we in bed. De volgende ochtend gaat de wekker om half zeven af. In hotel Kallisté schuiven we snel aan voor een uitstekend ontbijtbuffet. Daarna wandelen we met de rugzak op de rug naar het treinstation van Ajaccio, waar we het treintje van kwart voor acht nemen naar Vizzavona. Dat plaatsje ligt in het midden van de roemruchte GR20-wandelroute.


Kei neig …….dit haal bij mij andere herinneringen op……..LUC D
LikeGeliked door 1 persoon