Zweten en zwoegen in de Samariakloof

Kreta is een eiland van kloven en bergen. De populairste, spectaculairste, mooiste en langste kloof is de Samariakloof. “De Samariakloof moet je gedaan hebben – zo denken in het hoogseizoen tot wel 3.000 wandelaars erover, per dag welteverstaan!”, stelt de auteur van de tochtbeschrijving in de Rother wandelgids van 2014. Jaarlijks spuit de kloof zo’n 300.000 toeristen uit in het kustdorp Agia Roumeli.

Ook wij dompelen ons nog eens graag onder in het massatoerisme van dit genre. De baas van hotel Neos Omalos zet ons om 8 u ’s morgens af aan het startpunt. Dat is het uur waarop de blokhut voor de ticketverkoop opengaat. Een ticket kost 5 euro per persoon. Er staat al een rij van dik vijftig meter aan te schuiven. Terwijl we voetje voor voetje de balie naderen, lost op de parking de ene toeristenbus na de andere zijn lading wandelaars. Sommigen op sandalen, velen op sneakers en bergschoenen van uiteenlopende kwaliteit.

Voor het eerst ga ik de Samariakloof doen met een trekrugzak op de rug. Marianne, met haar slechte knieën en gewrichten, en Christel, met nog wat last in de bil, dalen met hun kleinere rugzak voorzichtig de trappen af, steunend op hun stokken. Erwin en ik stuiven op ons tempo naar beneden. Voor zover dat gaat natuurlijk, in die drukte en met onze zware rugzakken. De eerste 600 meters van de tocht, de steilste van heel de route, glijdt de massa als een lange slang gezapig de berg af. Dit is het lastigste deel, zeker voor wie niet getraind is. Gelukkig zijn de meeste toeristen zo vriendelijk om een stapje opzij te zetten als Erwin en ik passeren.

Zestien jaar geleden, toen mijn dochter Winke twaalf was, ben ik met haar al eens deze berg afgedaald. Ik herinner me niet dat er bij die tocht zo’n drukte was als vandaag. Zo snel we konden en durfden, raasden we toen die 1200 daalmeters over een kilometer of achttien de berg af. Zo’n race naar beneden doe ik nu niet meer, daarvoor is het drukke parcours te gevaarlijk. Erwin en ik spraken met onze vrouwen af dat we hen zouden opwachten aan de waterpunten die over de afdaling verspreid liggen.

Langs het pad zijn er een vijftal rustplaatsen. De ene heeft meer banken dan de andere en op sommige zijn er ook toiletten. Je kan er je drinkbus bijvullen, picknicken of wat uitblazen. In de buurt van de rustplaatsen houden parkwachters een oogje in het zeil. Roken is bijvoorbeeld streng verboden in het natuurpark dat de Samariakloof is. Spijtig dat sommige parkwachters zich zelf niet aan het rookverbod houden. Het hoogste deel van het wandelpad slingert tussen de bergcipressen, eiken en dennen. Om de paar honderd meter is er in bluswater voorzien om bosbranden te bestrijden.  

Het is nog voorjaar in Kreta. We fotograferen drakenwortels in hun laatste bloeidagen, een spectaculaire wijnrode bloem uit de familie van de aronskelken. In de kloof leven ook nog Kretenzische wilde geiten, Kri Kri. Die krijgen we niet te zien. Dat verbaast ons niks, want ze zijn met uitsterven bedreigd.

Na de eerste steile afdaling stuiten we op een beekje dat allengs de allure van een riviertje krijgt. Langs de oevers duiken concentraties steenmannetjes op van rolkeien, geduldig gestapeld door de vele toeristen die ons voorafgegaan zijn. Vanaf nu moeten we regelmatig de bedding van de kloof oversteken. De oversteekplaatsen zijn duidelijk. De paden zijn goed gebaand en lopen uit op boven het stromende water uitstekende stenen en rotsblokken naar de overkant.  

Na enkele rustpunten gewacht te hebben op Marianne en Christel, vinden Erwin en ik het vervelend worden om eerst een hele rits mensen voorbij te steken, ze vervolgens aan een rustpunt opnieuw te zien passeren en even later opnieuw in te halen. Wat verder passeren we de kapel Agios Nikolaos, gelegen tussen honderden jaren oude cipressen. De kapel zou gebouwd zijn op de plaats waar in de zesde eeuw vóór Christus een Apollo-tempel stond.

Niet lang na de volgende rustplaats zien we over het riviertje een houten brugje liggen, waarachter het verlaten en tegelijk drukke dorpje Samaria zich uitstrekt. Het is al sinds 1965 niet meer bewoond, maar tijdens de openingstijden van de kloof is het er altijd drukker dan het ooit was toen er nog vaste bewoners verbleven. De Samariakloof werd  in 1962 beschermd als nationaal park. De overheid verplichtte de laatste dertig inwoners drie jaar later te verhuizen naar Agia Roumeli.

Zeker op de middaguren rusten picknickende horden toeristen op zitbanken en stenen muurtjes tussen de bouwvallen van het dorp. Het is zoeken naar een goed plekje in de schaduw. In het dorp is een EHBO-post ingericht, kan je je drinkwater aanvullen en is er een vies toiletgebouwtje met Franse WC’s. Erwin en ik vinden zitplaatsen op een lommerrijk muurtje. We wachten nog op de vrouwen om ons lunchpakket uit Neos Omalos te openen. Enkele ruig bebaarde parkwachters op een bank nabij maken hevig ruzie met een jonge vrouwelijke collega die duidelijk niet op haar mondje is gevallen. Helaas verstaan we niet waarover ze in onmin zijn geraakt. Uiteindelijk gaan ze allen gewoon terug aan het werk.

Als Christel en Marianne gearriveerd zijn, willen de vrouwen toch liever onder een boom wat verder gaan zitten. Voor ons niet gelaten, die plek in de schaduw is beter dan de onze en is nog maar net door andere wandelaars verlaten. Onder het verorberen van onze lunch spreken we af dat we ‘s namiddags de tocht tot het einde op eigen tempo zullen verderzetten. Wat er op neerkomt dat Erwin en ik Marianne en Christel niet meer aan elk rustpunt zullen opwachten.

Alsof ik bevrijd ben hol ik met Erwin verder het pad af tussen roze bloeiende oleanders. Het zweet dat van ons lijf drupt kan ons niet deren. Voor de Ossia Mariakapel tussen cipressen aan de overkant van de kloofbedding hebben we nauwelijks oog. We zijn nu ruim over de helft van onze tocht. Op zo’n driehonderd meter boven de zeespiegel sluit de kloof zich nauwer. We wippen via stenen of houten bruggetjes het riviertje over. Onze lichamen snakken naar het koele stromende water, maar helaas, baden, zelfs pootjebaden is er verboden, want het beekje is het drinkwater van Agia Roumeli.

Na het rustpunt aan de kapel Christos, wordt de Samariakloof echt een kloof. Het schaduwrijke plekje ligt nog op amper 170 meter boven de zee. Hoewel het misschien de laatste halte is voor Agia Roumeli, stappen we verder. Er gaapt nog een meter of dertig tussen de hoogoplopende rotsen, waar het smalle watertje fors door dondert.

Daar begint een plankenpad dat in het smalste stuk van de kloof boven het water is aangelegd. Het kondigt het meest spectaculaire deel van de kloof aan: de zogenaamde IJzeren Poorten. Boven het bergriviertje leiden de vlonders tussen 300 meter hoge loodrechte rotswanden, waar de tussenruimte op z’n smalst slechts drie meter is. Na nog wat bruggen en oversteekplaatsen staan we opeens voor het checkpoint waar onze tickets afgestempeld worden. Bij mijn vorige passage in de kloof was er nog geen ticketcontrole. Er was eigenlijk niets, gewoon een stoffige weg in de blakende zon naar Agio Roumeli. Nu zijn er na de blokhut met het checkpoint verschillende tavernes en bars opgetrokken waar je je dorst kan lessen of een hapje eten. Voor enkele euro’s kan je ook een taxi of busje nemen naar het dorp, want de resterende vlakke kilometers in de hete namiddagzon zijn er voor sommige wandelaars teveel aan.

Aan die laatste etappe beginnen Erwin en ik vol goede moed. Eerst passeren we een ander verlaten dorp, Palea Agia Roumeli, waar een overstroming in 1952 een deel van de huizen vernielde. De dorpsbewoners besloten toen een nieuw dorp aan de zee te bouwen. In het oude en het nieuwe Agia Roumeli staan heel wat oude auto’s zonder nummerplaat geparkeerd, sommige staan echt weg te roesten. De verklaring is simpel: je geraakt vanuit deze dorpen met een auto alleen weg via een veerboot. Auto’s in het kleine Agio Roumeli zijn dus zelden handig.

Het nieuwe dorp telt ongeveer 120 inwoners. De meesten zijn actief in de toeristische sector: een vijftal hotels, ettelijke cafetaria’s en restaurants, souvenirwinkeltjes en zelfs twee zelfverklaarde supermarkten. Heel wat huisjes bieden kamers aan. Zo ongeveer elke dag wel stranden er na het vertrek van de veerboten nog onfortuinlijke Samariawandelaars in Agia Romeli. En als de hotelletjes al vol zitten, zijn er altijd nog die kamers te huren.

Erwin en ik slenteren door de straatjes waar de drukte nog niet te groot is. Wij zijn immers al  vroeg in de namiddag aangekomen. De aandrang om een T-shirt te kopen met “I survived the Samaria Gorge” kunnen we makkelijk weerstaan. Een koude halve liter bier op een terras met zicht op de zee en de haven niet. Zeker als we van op onze uitkijk de zonneklopsters en baadsters in zee kunnen monsteren. Op de achtergrond ligt de grote veerboot al aangemeerd die de massa Samariagangers over enkele uren naar de kustdorpen Paleohora en Sougia zal varen.

Na een eerste biertje besluiten we ons hotel voor die nacht op te zoeken. Sweet Corner Masxali is het verste hotel langs het langgerekte strand van Agia Roumeli. De laatste halve kilometer lopen we zwetend in de warmste namiddagzon tot aan het hotel. Een boogscheut verder, aan de aanlegsteiger voor de kleinere veerboot naar de kustdorpen Hora Sfakion en Loutro, stopt de bewoonde wereld.

Wanneer we het grote en zo goed als lege terras van Sweet Corner oplopen komt een sjofele maar uiterst vriendelijke man die al zijn tanden mist op twee na, op ons toelopen. We mogen overal gaan zitten en kiezen natuurlijk een plaatsje in de schaduw. Het terras beschikt over enkele bomen met bladerrijke takken die als een enorme natuurlijke parasol zijn gesnoeid. Als we een biertje bestellen komt onze gastheer met in de vriezer gekoelde glazen en ijskoude Mythos bierflessen van een halve liter aanzetten. Samen met zijn broer leidt hij het familiehotel, waarin twee generaties aan de slag zijn en de derde al opgroeit.

Na een tweede biertje op het terras zien we in de verte onze uitgeputte vrouwen verschijnen. Eens ze neergeploft zijn hebben zo ondanks de vermoeidheid nog veel te vertellen. Na een koel drankje snakken ze naar een douche, en bij nader toezien, Erwin en ik ook. We krijgen grote kamers toegewezen, met zeezicht en zelfs een keukentje en koelkast. Helaas functioneert bij Christel en Erwin de airco niet. Maar geen nood, zegt onze hulpvaardige gastheer. Hij belt zijn broer die meteen met de boot zal overkomen om die te repareren.

Na de douche en nog een biertje op het terras is de airco gefixt. De broers die het hotel leiden trekken goed op elkaar. Ze zijn even hartelijk en hun mond beschikt nog over evenveel tanden, samen niet eens een mondvol. De broer heeft nog een hobby die de goede zaak dient: hij gaat ’s nachts vissen op zee. De vangst kan dan bij het volgende avondmaal geserveerd worden. “Today we have fresh fish for dinner”, zegt de gastheer en hij tuit zijn lippen. Fier als een gieter loopt hij naar de diepvries en keert weer met de vers gevangen vissen op een schaal bedolven met ijs, één grote dikke en drie kleinere, van de grootte van een haring.

Een uurtje later, als de zon bijna in zee is gezakt, nodigt hij ons uit om op zijn hoger gelegen terras met prachtig zicht op zee plaats te nemen voor het diner. Vergezeld van gebaren die een hemels gerecht aankondigen, dient de baas de borden op, gedrapeerd met enkele kleine blaadjes sla, een half tomaatje, wat reepjes paprika en nog een sausje van niks erbij. Zijn broer de keukenpiet heeft de vissen gekuist en klaargemaakt volgens het lokale recept, vertelt onze gastheer. Zelf heeft hij alleen voor “het decor” gezorgd, legt hij uit. Het is ons niet duidelijk of hij daarmee de feeërieke omgeving van het terras hoog boven het privéstrand, de baai met de steile rotsen en de diepblauwe zee bedoelt, dan wel de garnering van de borden.

Met twee liter witte wijn en verscheidene kannetjes raki die ’s anderendaags tot enkele katers zullen leiden, zakken we lekker door onder de sterren. Morgenochtend staat na een stevig ontbijt een krijgsraad gepland, want er is slecht nieuws uit Gavdos.  

Dit bericht werd geplaatst in kreta, reizen en getagged met , , . Maak dit favoriet permalink.

Een reactie op Zweten en zwoegen in de Samariakloof

  1. Anoniem zegt:

    ola welke herinneringen komen er boven 1994, een rustplaats rond de middag , pinten drinken in Roumeli , veerboot naar Sfakia en daarna bus naar Xania waar we logeerden leuke tocht .Bea last met haar knieën

    Geliked door 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s