Stekels op de Gingilos

Volgens nogal wat kenners is de top van de Gingilos in de Witte Bergen de populairste beklimming van West-Kreta. De massieve verticale noordzijde van de berg imponeert de wandelaars die aan de voet staan. De Gingilos is met zijn 1.980 meter (2.080 meter volgens de Rothergids) niet de hoogste berg van Kreta, dat is de Psiloritis, in centraal Kreta, met een hoogte van 2.456 meter.

Het vertrekpunt van het pad naar de Gingilos ligt aan de toegang tot de populairste kloof van het eiland, de Samariakloof. Voor de baas van hotel Neos Omalos maakt de vijf kilometer lange rit naar het vertrekpunt van de Samariakloof deel uit van de hotelservice. Vroeg in de ochtend kruipen we na een stevig ontbijt met z’n vieren in zijn busje, dat afgeladen vol zit. We zijn niet de enigen die Neos Omalos als uitvalsbasis voor bergwandelingen hebben gekozen. Naast de Gingilos en de Samariakloof is ook de Kallergihut vanuit Omalos een populaire bestemming. In hotel Neos Omalos verblijven gewoon geen andere toeristen dan hikers, bergwandelaars en bergbeklimmers.

Die ochtend bij het ontbijt serveerde Marianne onaangenaam nieuws over onze bestemming twee dagen later: bij een check op de website voor de tijdstabellen van de ferry’s, stelde ze vast dat de veerboot die we ’s middags naar Gavdos wilden nemen, afgelast was. Zoiets gebeurt wel eens meer in Kreta. Als er teveel wind staat of de zee te woelig is, kunnen de veerboten in sommige haventjes van de kustdorpjes niet veilig aanmeren.

De afgelaste ferry verplicht ons overmorgen vanuit Agia Roumeli de late veerboot van 21 u te nemen naar Gavdos. Met die boot zouden we pas na 23 u in het haventje van het zuidelijkste Europese eilandje in de Middellandse Zee aanleggen. We spraken af dat Christel het hotel op Gavdos zou contacteren om te vragen of ze ons niet aan de haven wilden komen oppikken, want met onze zware rugzakken in het duister langs ongekende paadjes enkele kilometers landinwaarts moeten sukkelen, leek ons veeleer gevaarlijk dan avontuurlijk.

Gelukkig hoefden we voor de trektocht naar de Gingilos onze trekrugzakken niet mee te nemen. ’s Avonds konden we gewoon de hotelbaas bellen om ons aan de Samariakloof terug op te halen en terug te keren naar Neos Omalos, waar we een laatste keer zouden overnachten. Wat we wel meehebben voor de zware beklimming: dagrugzakjes met een lunchpakket, een liter of drie water per koppel en wandelstokken.

In de hamerende hitte naar boven

In de Rothergids staat de beklimming van de Gingilos omschreven als een zwarte route, de moeilijkste categorie. Die kwalificatie geeft Rother aan bergpaden die steil en smal zijn, waar gevaar bestaat voor uitglijden bij het oversteken van passages over losse stenen, waar je soms bij het klauteren ook je handen nodig hebt. De beklimming van de Gingilos is een heen en weer wandeling naar de top, eerst moeten we duizend meter klimmen en dan die duizend meter weer afdalen. De wandelgids raadt deze loodzware tocht alleen aan voor ervaren, fitte bergwandelaars, die tredzeker zijn, geen hoogtevrees hebben en bovendien over een goed oriënteringsvermogen beschikken. Wij dus, vinden we zelf.

Vol goede moed beginnen we aan de beklimming. Het pad is aanvankelijk goed aangelegd in trapvorm. Maar de steile berg waar we tegen op kijken, zorgt toch voor wat gezucht. Het pad wordt al na enkele honderden meter klimmen moeilijker. De merktekens en stangen van de E4 staan hier veel verder uit elkaar dan de rood-witte merktekens op de GR20 in Corsica.  Na een half uurtje klimmen staan we al nat in het zweet, terwijl de zon nog lang niet hoog staat. Achter ons zien we de asfaltweg naar Omalos diep onder ons door de Omaloshoogvlakte slingeren. Voor ons zien we ook al de col van waaruit we later nog alleen via gele merktekens op rotsen en steenmannetjes op handen en voeten naar de top zullen moeten klauteren.

Marianne heeft al een paar keer de drinkbus gevraagd. In tegenstelling tot mezelf heeft ze veel water nodig tijdens onze bergwandelingen. Erwin is druk in de weer met zijn digitaal fototoestel. Hij loopt vooruit om ons te kieken of de mooie landschapsfoto’s te maken die je hierbij ziet. Zijn toestel weegt zo’n anderhalve kilogram. Op zijn rugzakharnas heeft hij een speciaal gadget hangen, waarin hij zijn camera veilig kan vasthaken.

Na een poos krijgen we een indrukwekkend panoramisch uitzicht te zien in de Samariakloof, de populairste kloof van Kreta waarin het beekje na een lange afdaling van zo’n achttien kilometer zijn kostbaar zoet water in het kustdorp Agia Roumeli in de zee stort. Dat wordt onze tocht voor de volgende dag, met alle bagage op de rug.

De tocht naar de top loopt niet heel de tijd omhoog. Een uur verder zijn we boven de 1.500 metergrens. Erwin wist al dat er dan even een ontspannend stukje licht dalen zou volgen. We passeren de Xepitiras, een spectaculaire metershoge natuurlijke spitsboog, zonder glasramen natuurlijk, maar hoger dan in de grootste gotische kathedraal ter wereld.

Al gauw gaat het brokkelig pad weer steil de hoogte in. De vegetatie wordt hier spaarzamer terwijl de zon de kans te baat neemt om onze lijven te bestoken. Onverwacht stuiten we op de Linoselibron, waar het water dat door drie kuipen loopt heerlijk fris smaakt. We drinken gulzig, vullen onze drinkbussen bij en smeren ons in met zonnebrandolie. We blazen wat uit en nemen een snackje uit ons lunchpakket alvorens we de klim hervatten. We hebben nog zo’n 150 steile klimmeters voor de boeg naar de Afchenas-col.

De vermoeidheid begint al zwaar te wegen. Christel geraakt buiten adem en we nemen nog een korte pauze om bij te komen. Als we weer wat tientallen meter hoger geraakt zijn, schiet er bij het overbruggen van een hoge rots ineens een pijnscheut in haar dijbeen. We klimmen weer verder, voorzichtiger, we zijn nu op een boogscheut van de Afchenas-col, een zadel tussen twee bergen waarover we links naar de Gingilostop moeten. Onder een overhangende rots op enkele tientallen meter van het zadel, is Christel weer buiten adem. Ze heeft ook last van haar bil, waarin ze vreest een spierverrekking opgelopen te hebben. Na overleg met Erwin beslist ze toch maar in de schaduw onder de rots te blijven wachten tot we terug zijn van de top, toch nog ruim driehonderd meter steil klimmen, zonder gebaand pad.

Eens op de col zetten we ons drieën terug neer, om uit te blazen van het kleine klimmetje sinds we Christel hebben achtergelaten. De vergezichten op het zadel zijn fenomenaal. In het zuiden mondt de Tripitikloof uit in een blinkende Libische Zee waarin we het eiland Gavdos zien liggen. Van op het zadel zie je ook de Egeïsche Zee en de noordkust van Kreta. In het noordoosten vinden we de Kallergihut terug die ergens boven de Samariakloof ligt. Het is de enige bemande berghut in West-Kreta, waar zo’n 45 hikers kunnen overnachten.

Boven op de col staat een E4-stang die rechtsaf wijst, terug naar beneden. Wij moeten linksaf, naar de top van de Gingilos. Hier loopt geen pad meer, we klimmen verder op handen en voeten over brokkelige stenen en schuine rotsplaten, waarbij het voortdurend zaak is vooruit te speuren naar steenmannetjes of gele bollen op grote rotsblokken, een loodzware sporentocht naar de top. Tussen het ruwe en scherpe gesteente zien toch nog taaie gewassen, struiken met stekels en bolvormige mosachtige planten met ragfijne doornen de kans om te groeien. We kruisen een koppel klimmers die afdalen. Het is niet zo ver meer, verzekeren ze ons in het Duits. De twee zijn de eerste wandelaars die we kruisen.

In het spoor van Erwin kruipen en klimmen we verder naar boven, waar een grote steenman in het midden de top verbeeldt die eigenlijk nog maar een voortop is, 1.975 meter hoog. De hoofdtop ligt wat verderop, hij is vijf meter hoger dan de voortop, maar geen van ons heeft zin eerst weer nog eens een stuk te dalen om dan weer in deze wilde rotspartijen op handen en voeten omhoog te klimmen. Erwin en Marianne zijn wel geïnteresseerd in de dikke sneeuwkorst die hier op 26 mei nog ligt, meer dan twee meter dik. Allebei klimmen ze erop, ik beperk me tot het nemen van een foto. Stel je voor dat ze in die sneeuw zakken en er niet meer uit geraken, dan moet er toch iemand hulp kunnen bieden!

Erwin heeft ternauwernood de tijd genomen om op de top eens rond te kijken of hij snelt alweer naar beneden, naar Christel, die straks een uur alleen achter een rots zal hebben gezeten terwijl wij halsbrekende toeren uithaalden. Hoewel we op onze lange klim amper andere mensen hebben gezien, komt er nu nog een jong koppel in zicht. Ook Duitsers, ze lijken zich amper te hebben moeten inspannen, dragen zelfs niet eens bergschoenen.

Marianne en ik slaan een praatje met hen in het Engels. Dan dalen we ook maar de top af. Ik loop voorop maar zie ineens geen steenmannetjes of gele bollen meer. Ik heb me in het spoor naar beneden vergist. Erwin roepen heeft geen zin, die is al een kwartier geleden afgedaald. Marianne  helpt zoeken en we verliezen nog wat tijd om ons weer uit die bergflank vol diepe spleten, steile wanden en gapende afgronden te bevrijden, tot Marianne eindelijk het spoor van de mannetjes en bollen terugvindt. Maar dan struikelt Marianne en ze valt achterover. Om haar val te breken, zet ze haar handen achteruit, maar belandt met één hand pal in zo’n plant vol ragfijne doornen. Tientallen pijnlijke stekels zitten in de palm van haar hand. Het doet pijn om ze te verwijderen, en niet alle stekels geven zich meteen gewonnen. De laatste zal ze pas uit haar handpalm geprutst krijgen als we al enkele dagen terug thuis zijn.

Op sommige plaatsen op de berg is er gelukkig gsm-bereik. Zo vernemen we dat Christel uiteindelijk toch zelf de laatste meters naar het zadel was opgeklommen en dat het koppel, eens terug verenigd, besloten had de afdaling al rustig in te zetten. Dus begonnen wij ook maar aan de afdaling van duizend meter.

De tocht heeft zwaar ingehakt op de gewrichten en spieren van Marianne. Dalen is dan bijzonder pijnlijk voor de knieën. Ik laat haar voorgaan zodat zij ons daaltempo bepaalt. Terwijl we op de heenroute vóór het zadel geen andere mensen hebben ontmoet, kruisen we op de terugweg verrassend veel wandelaars die de top nog hopen te bereiken. De afdaling verloopt veel trager dan ik had gewild, maar het is ook geen optie om Marianne achter te laten. Ze ziet af terwijl ik achter haar wat loop te lummelen. Hoe zal dat morgen vlotten, vraag ik me af, als we na deze zware tocht, die best vergelijkbaar is met de zwaarste etappes van de GR20, nog eens die achttien kilometer door de Samariakloof naar de zee moeten dalen.

Eindelijk zien we na een bocht in het pad beneden de parking aan het eindpunt van onze calvarietocht liggen. Vlakbij staat Erwin ons al op te wachten aan een taverne waar we op het terras onze bergschoenen uitschoppen en een koele pint drinken op de goede afloop. Christel ziet er weer opgewekter uit dan toen we haar achterlieten. We bellen de hotelbaas om ons op te komen halen. Een half uur later kunnen we douchen en nestelen we ons aan een terrastafeltje voor een aperitief, een lekker avondmaal en, na het vallen van de nacht, de traditionele raki als afsluiter. Bedtijd, want morgen weer met de eerste shuttle naar de Samariakloof!

Dit bericht werd geplaatst in kreta, reizen en getagged met , , , . Maak dit favoriet permalink.

Een reactie op Stekels op de Gingilos

  1. Pingback: Langs de E4 naar Agia Roumeli | Peter Dejaegher

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s