Terug naar Kreta

‘Ik wil met jou nog eens naar Kreta.’ Dat zei Marianne me in de prilte van onze kennismaking, van zodra we wisten dat we allebei van trektochten in de bergen en elkaar houden. ‘Ik ben daar jaren geleden al geweest’, antwoordde ik. ‘Toen Winke en Jolente klein waren, op een all-in vakantie.’ Een all-in vakantie, zoiets stond nooit op Mariannes bucket list. ‘Maar ik wil je het echte Kreta leren kennen’, protesteerde ze, ‘we trekken dan langs de zuidkust, waar het lange afstandspad E4 loopt.’ Ik spartelde nog wat tegen. ‘Dat pad ken ik niet. Maar in het zuid-westen van Kreta zijn wij toen ook geweest. Winke en ik zijn in een recordtempo de Samariakloof afgedaald en we zijn met ons vieren met een huurauto Elafonissi gaan bezoeken.’ Marianne schudde het hoofd. ‘Er is daar veel meer te zien en te beleven dan dat.’ Marianne kon het weten, ze is er al een keer of vier geweest. Ik gaf me over. Op 25 mei vertrokken we, voor twee weken, vergezeld door Erwin en Christel, twee vrienden van Marianne die ik inmiddels ook tot mijn vriendenkring reken.

Erwin en Christel waren ook al enkele keren in Kreta op vakantie geweest, je raadt het, met Marianne. Samen dokterden ze een reis van veertien dagen uit. Ze regelden de vluchten, laadden de interessante gpx’en van geplande wandeltochten uit de Rothergids op de smartphone, bespraken wat wel en wat niet mee kon in de trekrugzakken, boekten paradijselijke hotelletjes, checkten de uren van de ferry’s, goochelden met namen van plekken en mensen die ik voor het eerst hoorde maar waarachter tegen 25 mei al geweldige verhalen schuilgingen… ik voelde me de passagier die in de watten werd gelegd.

We moesten al om 3 u ‘s nachts opstaan, die 25ste mei. Onze vlucht vertrok om 6 u. We kwamen rond 10:30 u lokale tijd (in Kreta moet je de klok een uur vooruit zetten) aan op de luchthaven van Chania. Het was er 25° C. Een taxi bracht ons naar de pittoreske havenstad, met ruim 100.000 inwoners de tweede grootste stad van Kreta.

Daar wandelden we met onze rugzakken zwetend door de nauwe straatjes tot we op een enig restaurantje stootten, het opgeruimde casco van een groot herenhuis. Een dak stond er niet meer op, maar hoge muren en hier en daar een op de juiste plaats gespannen dekzeil zorgden voor verkoeling. In het midden groeiden enkele bomen hoger dan de ruïneuze muren, aan een muur hing onbereikbaar hoog een fiets.

De tafeltjes konden oude cafétafeltjes van een jaren zeventig kroeg bij ons geweest zijn, maar hier waren ze wit in plaats van bruin geverfd, net als de stoelen met een strooien zitting. We bestelden Griekse salade en mezze met water en enkele flesjes van een halve liter retsina, de Griekse harswijn waarin je berken proeft. Overal waar we aan de zuidkust langs zouden komen, stonden die halve liters retsina met een kroonkurk op de kaart. De Griekse salade met heerlijke olijven, feta, sla en Griekse dressing zou verder op onze tocht een trouw lunchgerechtje blijven.

Om de wijn en het eten te laten zakken liepen we nog tot aan de kade en bezochten we het fort. De havenbuurt, het fort en de binnenstad hebben wel wat van Venetië, maar dan zonder bruggen. Wat natuurlijk niet verwonderlijk is als je weet dat Chania op het einde van de 13de eeuw door Venetië werd veroverd en Canea werd gedoopt.

Naast de Venetiaanse sporen draagt Chania ook byzantijnse sporen, sinds het halverwege de 17e eeuw door de Osmanen werd veroverd, die er meester zouden blijven tot de onafhankelijkheid van de republiek Kreta in 1898. Chania en de rest van Kreta zouden in 1913 een deel van Griekenland worden. Op de Venetiaanse burcht geeft een uitkijktoren een prachtig uitzicht op de door een strekdam beschermde havenkom, het snoer van cafeetjes en restaurants en de diepblauwe Middellandse Zee.

Van op de vestingmuren spotten we beneden een parkje met een taxistandplaats. Er wachtten twee taxi’s, het perfecte middel om ons 35 kilometer omhoog slingerend tot Omalos te voeren. In dat bergdorp gingen we overnachten om er ‘s anderendaags de zware beklimming van de Gingilos in de Witte Bergen aan te vatten. Helaas waren beide taxi’s al verdwenen toen we de borstwering en de trappen van het fort afgedropen kwamen. Gelukkig was de centrale taxistandplaats maar enkele straten zweten verder. Voor een habbekrats werden we een dik uur later met pak en zak voor de deur van Hotel Neos Omalos in Omalos afgezet. Tijd voor een douche en een frisse halve liter bier op het terras. Volgens de kenners die me vergezelden, is de moussaka nergens heerlijker dan daar.

Dit bericht werd geplaatst in kreta, reizen en getagged met , . Maak dit favoriet permalink.

Een reactie op Terug naar Kreta

  1. Anoniem zegt:

    Olala voor Bea en mij lang gelden nostalgie Grts

    Geliked door 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s