Veertig jaar geleden

Moesten mijn vrienden van de oudleerlingenbond van Don Bosco Haacht het niet in herinnering hebben gebracht bij mijn oudste dochter, die een maand of wat geleden naar een bbq ter gelegenheid van haar 10 jaar afstuderen was geweest, ik zou er nooit aan hebben gedacht dat ik ruim veertig jaar geleden mijn college vaarwel heb gezegd.

Het fijne van zo’n oudleerlingenbond is vooral dat hij in de school een reünie met een barbecue organiseert. En omdat dergelijke bijeenkomsten omwille van de pandemie twee jaar niet hebben kunnen doorgaan, werd er die zaterdagavond in april verzamelen geblazen in mijn oude, maar enorm met nieuwbouw aangegroeide school, voor liefst drie afstudeerjaren tegelijk: 1980, 1981 en 1982. En dan bleken tot mijn persoonlijke verrassing ook nog eens de oudleerlingen die vijftig jaar geleden afstudeerden, in 1970, 1971 en 1972, tot de genodigden te behoren.

Naast een grote delegatie van de klas- en jaarmakkers uit andere richtingen tekenden ook verschillende oudleraars present. Carl uit de WeB had de aardrijkskundeleraar zelfs gepraamd om voor de afgestudeerden van ons jaar nog eens een kwartiertje les te geven. Meteen gaf Jos me weer het gevoel in die klas van weleer te zitten, naast Ludo op de achterste bank, voor een keer eens wat beter luisterend naar Jos die na zoveel jaren met pensioen te zijn, nog altijd niet had afgeleerd om oeverloos uit te weiden. Zes jaar lang hadden we bij Jos niet geweten waar hij ons in zijn les mee naar toe zou nemen en waar we uiteindelijk zouden eindigen. In zijn lesje als gepensioneerde nodigde Jos ons uit om, eens hij onder de zoden zou liggen op het kerkhof van Haacht, op zijn deksteentje de QR-code te komen scannen van een meer dan 300 bladzijden tellend levensverhaal over zijn excursies, dat hij zijn kleindochter wil nalaten.

Vijfde Latijn?

Op dat moment dacht ik, terug in die klas tussen mijn net als ik ouder geworden maar nog levendige medeleerlingen: wat heb ik toch een heerlijke tijd gehad in dat Don Bosco-college. En ik dacht het nog eens toen ik met Pieter praatte, onze turnleraar die ons niet zomaar elke week liet voetballen en die net als Herman jarenlang mee ging naar Uppingham in Engeland, voor een sportieve uitwisseling met een Engelse school in home hospitality.

Heerlijke lessen herinner ik me ook met Gaston, die me George Orwell leerde kennen en die ons als 16-jarigen een week meenam naar Londen. Daar schreef ik in 2014 al een blogpost over (https://peterdejaegher.com/2014/08/19/superstar/?fbclid=IwAR2srL83CNTxAR6i-Ioo4hrkr8EZNGiJVGSbG5ztORfigFwZQB03Ru_RdyI). Blijkbaar was ook Jef even op de reünie geweest, de leraar Engels van het zesde bij wie ik mijn maturiteitsproef maakte over de schrijver van o.a. 1984 en Animal Farm. Maar die heb ik helaas in de overvolle feestzaal gemist.

Harry, met wie ik al eens een praatje sla bij het winkelen in een Haachts warenhuis, kwam me al van bij de aankomst op de speelplaats de hand schudden. Onze memorabele geschiedenisleraar heeft het na ons vertrek op Don Bosco tot directeur geschopt. Als leraar zette hij me aan om meer te lezen over de Belgische geschiedenis in de historische literatuur van veertig jaar geleden, wat me ertoe bracht om na de humaniora in Leuven pol&soc te gaan doen.

Spijtig natuurlijk dat niet alle klasmakkers aanwezig waren. Walter bijvoorbeeld was enkele maanden geleden gestorven bij een verkeersongeval. Ook Ludo was door het oog van de naald gekropen na een anti-immuunziekte in combinatie met corona. Pas toen hij zijn lach opzette met die fonkelende ogen van vroeger, herkende ik hem. Nu, de afwezigen hadden allemaal ongelijk.

Marianne en ik zaten het grootste deel van de avond in de buurt van Johan en Ann, Dirk en zijn vrouw en Luc en Wim. We spraken over tal van thema’s van maatschappelijk belang, of gewoon over koetjes en kalfjes, met Alain zelfs over alpaca’s, of over onze inmiddels, in de meeste gevallen althans, volwassen geworden kinderen en onze al overleden of bejaard geworden ouders. Af en toe kwam een vriendin van mijn een jaar jongere zus Katrien, die ook van de feest was, naar onze tafel om goeiedag te zeggen, een voorwendsel om kennis te maken met de vriendin die me naar verluidt doet stralen.

Het was dus een fijne bijeenkomst. In 2016 schreef ik ook al eens iets over een reünie die Kristel had georganiseerd in de Brasserie in Keerbergen (https://peterdejaegher.com/2016/12/05/reunie/). Daarom heb ik dagenlang gepiekerd of ik nog eens zo’n blog zou schrijven. Tenslotte was Kristien er niet en heb ik deze keer ook amper met Anita en Luc, Heidi, Griet en Guy, Wim en Kristel of Bert en Joke,… gebabbeld, die helaas aan andere tafels hadden aangeschoven, want ons jaar was zolang buiten op die speelplaats blijven babbelen dat we ons binnen in de zaal verplicht zagen in verspreide slagorde de nog resterende gaten aan de tafels op te vullen. Helga beloofde volgend jaar een nieuwe bijeenkomst te organiseren. Wij zijn inderdaad van die trouwe klasgenoten die niet allemaal even goede vrienden zijn gebleven als we waren maar toch graag eens blijven hangen in die nostalgische humanioratijden.

Zes Latijn en WeA

Gisteren ging ik op zoek naar een oude handleiding voor een droogkast die ik niet meer aan de praat krijg en in een oude klasseermap stootte ik op een verslag van veertig jaar oud dat ik met vulpen had neergepend, over onze Romereis. Het stelt niet veel voor en heeft een hoog opstelgehalte, maar ik tik het hier toch maar eens over, voor mijn mede-nostalgici uit de Don Boscojaren:

Een miezerige motregen wuifde de DC9 van Alitalia na. De leerlingen die na veel geloop een plaatsje bij het venster hadden bemachtigd, kwamen bedrogen uit. Toen het vliegtuig zich boven het laaghangend wolkendek verheven had, was slechts de staalblauwe lucht zichtbaar. Toch werd er niet getreurd om het schamel schouwspel. Iedereen was opgetogen, zinnens om een tiental dagen alle zorgen te kunnen vergeten: vervelende en verveelde gezichten op school werden omgetoverd tot vrolijke snuitjes waar hoge verwachtingen van afdropen. Slechte paasrapporten waren in een oogwenk vergeten en de problemen thuis raakten zoek in het achterhoofd. Ieders gedachten waren gefixeerd op de eeuwige stad Rome, op het Firenze van de Medici en op het eenvoudige maar alleraardigste Assisi van Franciscus.

Ook op de treinreis van Milaan naar Firenze bleven we vrolijk opgewonden kwebbelen als kinderen die op schoolreis mogen. Onze thuis lag al ver ergens in het kleine België, en dat vonden we uitstekend. We konden de onbekende Italiaanse steden, het zwartharige vrouwenschoon of de Italiaanse snelle jongens, de lekkere keuken en de spotgoedkope koppige wijntjes al ruiken. De echte toeristen onder ons waren uitgerust met nieuwe fototoestellen. Ze schoten ijverig plaatjes van Paul, de leraar wiskunde, die in zijn hemd lag te maffen in Boboli, van Marianne, de lerares Latijn, die enthousiast uitleg verschafte op het Forum Romanum, van Ludo die de eeuwenoude stenen van de Via Appia kuste of van Anita die zo’n onverwachte bruuske beweging maakte die foto’s in je geheugen griffen. Ze zouden later de klas rondgaan, prettige en onprettige anekdoten oprakelen voor ze weer voor jaren insluimeren.

Dat de eeuwige stad zijn reputatie als chaotische warboel waar maakte, wou iedereen graag over het hoofd zien. Het was opwindend om je tussen het toeterend verkeer te bewegen, of om op de stampvolle bussen kinderlijke spelletjes te spelen. ’s Avonds trokken we naar de Piazza Navona, het trefpunt van de jeugd. Dat een echt koud, goudkleurig pintje je daar meer dan honderd frank kostte, was rap vergeten: je was toch met vakantie! De wijn smaakte er ook uitstekend. Ze was echter enkele keren zo koppig dat het laatste restje pas ’s morgens op de ongebruikelijke manier mijn lichaam verliet.

Voor we het beseften zaten we weer in de klas. De reis naar Italië was geenszins een reis geweest om uit te rusten van die zware schooldagen. En nu kwamen de laatste loodjes eraan. Die wilde niemand nog laten vallen, dus togen we weer aan het werk, met frisse moed en uitgeslapen hersens, rechtdoor naar de laatste examens op de middelbare school.

Wie eventueel mijn kapotte droogkast kan herstellen, gelieve me een persoonlijk bericht te sturen.

Dit bericht werd geplaatst in De Grijze Man, geschiedenis, Haacht, vriendschap en getagged met , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s