De cadet (3)

Nu hij mag proberen aan de Zeevaartschool binnen te geraken, wordt het voor Roger aftellen tot het ingangsexamen. Hij heeft nog een laatste trimester in de retorica voor de boeg en kijkt al uit naar de vrijheid en de te verdienen centen in de Koninklijke Villa tijdens de paas- en zomervakantie.

Tussendoor vindt hij afleiding in een nieuwe hobby: voetballen bij Eendracht Sint-Pieters, dat hij in zijn boekjes meteen afkort tot ESP. Op een avond in februari klopten er in de Poelweg twee bestuursleden van die club aan. Ze komen het 19-jarige talent van de voetbalploeg van het Sint-Leocollege vragen of hij zich niet bij hen wil aansluiten. “Wat dan ook gebeurd is”, luidt het laconiek in het boekje.

Daarna maakt Roger regelmatig melding van de briefkaarten van ESP met uitnodigingen om te komen trainen of mee te spelen in wedstrijden. Alleen, hij heeft geen voetbalschoenen. Bij een vriend vindt hij toch een paar dat hij mag lenen, maar de schoenen passen toch niet optimaal. Gelukkig tikt hij bijtijds bij een andere vriend een paar op de kop, waarmee hij op zondag met ESP II debuteert tegen Concordia. ESP verliest met 4-2. Roger heeft nochtans zijn stinkende best gedaan, want twee dagen later heeft hij nog altijd stijve kuiten. ’s Woensdags gaat hij vol goede moed trainen.

Maar donderdagmiddag moet hij al bij zijn trainer langs om te zeggen dat hij ‘s zondags niet kan spelen, wegens een dikke blaar op zijn hiel. Die geleende schoenen, het is toch niet je dat. Hij koopt een nieuw paar en prikt gaatjes in de blaas. De volgende woensdag gaat hij terug trainen. Iemand heeft hem aangeraden een natte vod in zijn voetbalschoen te steken, zodat die wat meer uitzet en zijn blaar beter geneest. Of dat geholpen heeft, vertelt hij niet. Maar ’s anderendaags steekt hij ook in zijn andere schoen een vod. De volgende zondag staat hij weer in de selectie. ESP speelt thuis tegen Ruddervoorde en wint met 4-1. Roger is fier. Pa en zijn kleine broer Adrien stonden te supporteren.

Op zaterdag 31 maart begint de Paasvakantie. Roger vertrekt al ’s namiddags naar Knokke. In de Villa wacht de ancien onder de kelners slecht nieuws van de vier garçons en vijf commiezen aanwezig. Zij zijn blijkbaar overeengekomen om te werken in wat Roger in zijn boekje omschrijft als de “tronc intégral”: een nieuw systeem om de inkomsten voor het zaalpersoneel eerlijker te verdelen. Al wat de kelners en commiezen in het restaurant verdienen, moet in een gemeenschappelijke pot worden gestopt, ook het drinkgeld. Dat vindt Roger maar niks. Eerlijk gezegd, zoiets vind ik ook nogal communistisch.

Retorica Sint-Leocollege, 1955-56, in tegenwoordigheid van de Principaal, Eerwaarde Heer Cordy. Roger staat bovenaan, de vierde van rechts.

Onder de obers en commiezen ontstaan flinke discussies waarin ook Roger zich laat gelden. De kelners verdienen immers een hoger loon dan de commiezen, die alleen de schotels brengen en afruimen en amper contact hebben met het cliënteel. De garçons, die de bestellingen noteren, zich met hun menusuggesties interessant en sympathiek kunnen maken bij het chique cliënteel en de rekeningen innen, vangen meer drinkgeld als ze goed zijn in hun rol. Gewoonlijk delen ze dan wat van het opgestreken drinkgeld met hun commies.

Uit de boekjes valt niet op te maken hoe het met de “tronc intégral” is afgelopen, maar er is blijkbaar wel een compromis gesloten. Ik gok erop dat de garçons niet meer verplicht worden om hun hogere “daghuur” in de gemeenschappelijke pot te stoppen. Eén keer schrijft Roger dat hij 90 frank drinkgeld heeft achtergehouden. Het is duidelijk dat hij het zelfs met die afgeslankte “tronc” nog niet eens is. Ik zie hem zo foeteren en binnensmonds vloeken.

Na de Paasvakantie begint Roger de documenten te verzamelen die hij nodig heeft voor de Zeevaartschool. Vandaag kan je die wellicht met enkele muisklikken downloaden, maar in 1956 draaide de wereld veel trager. Roger fietste dus naar het gemeentehuis van zijn geboortedorp Sint-Andries, dat toen nog niet bij de stad Brugge hoorde, om een geboorteakte te bestellen. Drie dagen later mocht hij die gaan ophalen. Ook voor het bewijs van nationaliteit, moest hij twee keer naar het stadhuis van Brugge fietsen, eerst om het aan te vragen, enkele dagen later om het op te halen.

De Koninklijke Villa te Knokke, klaar om met de service te beginnen

Als hij vernomen heeft dat er in Sint-Michiels een cadet van de Zeevaartschool woont, fietst hij er op een zaterdagavond in juni heen, maar de jongeman geeft niet thuis. Geen erg, in de tijd zonder smartphones was de jeugd het gewoon om vrienden of kennissen te gaan opzoeken die dan toevallig afwezig waren. Enkele dagen later probeerde Roger het nog eens. Hij laat in het midden of het die keer wel gelukt is de cadet te treffen. Als hij in Sint-Michiels iets wijzer is geworden, heeft hij het alleszins niet opgeschreven.

Op 27 juni lees ik dat hij afgestudeerd is en 125 frank heeft betaald voor zijn humanioradiploma. Eerder had hij al 35 frank betaald voor de klasfoto, die in zijn fotoalbum prijkt met als onderschrift: Retorica 1955-56, in tegenwoordigheid van zijn doorluchtige hoogheid de Principaal EH Cordy.
Twee dagen later stuurt hij zijn “aanvraag tot inschrijving” naar de Hogere Zeevaartschool. Op 2 juli ontvangt hij de brief waarin die zijn inschrijving bevestigt, een kostenplaatje schetst en hem uitnodigt om in september deel te nemen aan het ingangsexamen. Die dag noteert hij in zijn boekje de volgende merkwaardige zin: “naar de Zeevaartschool terug geschreven dat ik geen geld genoeg heb”. Die laatste zes woorden heeft hij met één streep weer doorgehaald.  

Dat de “tronc” in Knokke hem nog altijd zwaar op de maag ligt, was me al duidelijk geworden toen hij einde juni schreef dat hij in Brugge en aan de kust een andere plaats als garçon was beginnen zoeken. Waarschijnlijk zag hij door de verminderde inkomsten in Knokke, het financiële plaatje van de Zeevaartschool even erg zwart in. De onverwachte en weer doorgehaalde woorden van 2 juli maken ook duidelijk dat Roger van zijn ouders alleen naar de Zeevaartschool mocht als hij de kosten die met dat avontuur gepaard zouden gaan, uit eigen zak zou betalen. Dat zag hij op een bepaald moment blijkbaar onhaalbaar.

Maar als er iemand was die volgens mij Roger toch heeft kunnen overtuigen om er alles aan te doen om zijn droom na te jagen en dat waarschijnlijk erg hoge bedrag in die korte tijd nog bijeen te verdienen, is het mijn oma. Mijn vaders moeder, die 94 zou worden, was een vrouw met een ijzeren gestel die niet van opgevers moest weten en voor elk probleem naar oplossingen zocht: eerst en vooral hard werken en overal je best doen, maar daarnaast ook gunsten durven vragen, je relaties aanspreken, je laten helpen en bijstaan, gewiekst en vermetel zijn waar nodig en als dat allemaal niet helpt…, toch blijven proberen.

Op 4 juli gaat Roger naar een werkbeurs in Brugge. Op 5 juli gaat hij van bij Stubbe telefoneren naar hotel Saint Georges Palace in Knokke. Op 6 juli reist hij erheen om te solliciteren. Hij wordt aangenomen als kelner, keert terug naar huis om zijn valies op te halen en trekt op zaterdag 7 juli weer zijn witte kelnervest aan. In zijn vrije momenten in de Saint Georges komt er bij uitgaan en kaarten een activiteit bij: studeren voor zijn ingangsexamen.

Dinsdagochtend krijgt hij in het hotel onverwacht telefoon van Ma. Er is weer een brief gekomen van de Zeevaartschool. De toelatingsproeven waarvoor Roger wordt uitgenodigd, staan al gepland op 18 juli in plaats van ergens in de tweede helft van september. De deelnemers voor het ingangsexamen moeten op maandag 17 juli ten laatste om 21 u in Antwerpen zijn.

De Hogere Zeevaartschool, Antwerpen, 1956

Ik voel mee hoe de paniek bij Roger toeslaat. Na het telefoontje van Ma geeft Roger meteen zijn ontslag in de Saint Georges en reist spoorslags terug naar huis. Hij heeft nog vijf volle dagen om te blokken, vooral meetkunde, maar ook aardrijkskunde en Frans. Maandagochtend herhaalt hij wat hij nog niet goed onder de knie heeft. Om 3 uur in de namiddag vertrekt hij met de bus en de trein naar Antwerpen waar hij om kwart na 7 in de Hogere Zeevaartschool aan het Noordkasteel-Oost aankomt. Het avontuur van zijn leven begint.     

Dit bericht werd geplaatst in familie, geschiedenis, uit de boekjes van mijn vader en getagged met , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Een reactie op De cadet (3)

  1. Anoniem zegt:

    Peter, dat blijft echt genieten!!!
    Laurence

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s