Sint Leo

Mijn vader is geboren op 22 mei 1937. Hij zou dit jaar dus 84 jaar geworden zijn. Wat ik maar onlangs te weten ben gekomen, is dat hij op dezelfde dag geboren werd als een van mijn grote helden, Bob Dylan. Die was enkele dagen geleden in het nieuws omdat hij tachtig is geworden. En Bobs verjaardag kende ik tot nu nog niet van buiten.

Van die vier jaar jongere Dylan moest mijn vader toen ik een tiener was helaas niet veel weten, net zo min als de andere idolen waarmee ik dweepte, zoals David Bowie. Pink Floyd en Deep Purple vond hij nog het ergst, hij noemde het tjingeltjangelmuziek, die ik stiller moest zetten als hij thuis kwam van zijn werk. In zijn jonge jaren bleek mijn vader nochtans ook een ijverige overschrijver van liedjesteksten. De pubers, zowel jongens als meisjes, gaven die teksten aan elkaar door om ze over te pennen. Of ze die liedjes dan ooit samen zongen, daar heb ik het raden naar. Ik weet wel nog zeer goed dat mijn vader helemaal niet kon zingen.

Toen hij vader was geworden, toonde Roger zich altijd een fiere oudleerling van het Sint-Leocollege in Brugge. Kontakt, het blad van de oudleerlingenbond, viel jarenlang thuis in de bus. Regelmatig waren er feesten en bijeenkomsten van de oudleerlingen waar mijn ouders dan samen naar toe gingen en hij met enkele boezemvrienden zoals André sappige herinneringen kon ophalen die hij zijn kinderen onthield.

De school die in 1990 haar honderdste verjaardag vierde, was in de jaren vijftig een heraut van de moderniteit. Maar tegelijk lag ze stevig onder de knoet van de priesterleraars en de kerk. In die jaren van schoolstrijd tegen de wet-Collard onder de paarse regering Van Acker, een Bruggeling, werden de leerlingen van Sint-Leo zoals die van de andere katholieke scholen ook verplicht om mee te gaan betogen. Uit de 3,5 boekjes die Roger sinds 1953 vulde terwijl hij op Sint-Leo zat, die zijn hogere middelbare schooljaren bestrijken, kon ik de fierheid over zijn college nergens letterlijk aflezen. Gevoelens komen in de boekjes van mijn vader dan ook amper voor.

Toch snap ik enigszins waarom Roger op Sint-Leo was terechtgekomen. Die secundaire school zette zich als “moderne humaniora” af tegen het Sint-Lodewijkscollege in Brugge, de vijftig jaar oudere eliteschool voor de oude humaniora, met Grieks en Latijn. Ik vermoed dat het Sint-Lodewijkscollege meer bevolkt werd door leerlingen uit de betere middenklasse en de bourgeoisie. Thuis in de Poelweg moest er geschart worden om de schoolkosten van de oudste zoon te betalen.  

In Sint-Leo lag de klemtoon op talen (Nederlands, Frans, Engels en Duits), economische wetenschappen (met vakken als handelsrekenen, boekhouden, recht en economie) en wiskunde (met vakken als rekenkunde, stelkunde, meetkunde, driehoeksmeting en financiële stelkunde). De leerlingen kregen er ook nog aardrijkskunde, natuurwetenschappen, geschiedenis, esthetica, lichamelijke opvoeding en natuurlijk godsdienst, dat toen godsdienstleer heette. In het vierde jaar kwamen daar nog tekenen, muziek en dactylo bij. De klassieke studierichtingen Latijn en Grieks zouden in Sint-Leo pas vanaf de jaren zestig worden onderwezen.

Volgens zijn drie laatste schoolrapporten behoorde Roger net tot de betere helft van de klas. Het jaar was verdeeld in 2 examenperiodes, die wedstrijden werden genoemd. Uitgerekend wanneer hij van de zes wedstrijdperioden van die drie humaniorajaren het hoogste algemeen percentage behaalde, 66,7%, noteert de klasleraar bij de rubriek opmerkingen in een Nederlands waarin het West-Vlaams resoneert: “een beetje meer poer er achter steken!”

In Sint-Leo werden de leerlingen zelfs ’s zondags nog op school verwacht. Ze moesten er om half tien de mis bijwonen, waarna er speeltijd volgde en studie vooraleer ze om half twaalf terug naar huis mochten. Geregeld werd de studie vervangen door een voordracht door een gespecialiseerde spreker. Die onderhielden de studenten over een waaier van onderwerpen om hun algemene ontwikkeling te stimuleren: tuberculose, Amerika, idealisme, verwaarloosde kinderen, de atoombom, het leven in Congo,…

Vooral in de goede week voor Pasen werden de leerlingen haast meer in een kerk of in de schoolkapel gesommeerd dan in de klas: palmwijding en mis op Palmzondag, biechten op woensdag, mis, lof en preek op Witte Donderdag, op Goede Vrijdag eerst mis en dan in de namiddag naar de kruisweg in de Heilige Bloedkapel, op zaterdag terug eucharistieviering en op Pasen naar de mis en de vespers.

Toen Roger op sommige drukke zondagen door de maître d’hotel gevraagd werd om in Knokke in de Villa te komen werken, moest hij vooraf eerst permissie vragen om ’s zondags niet op school te verschijnen voor de mis en de studie. Roger belde dan vrijdag naar Knokke, waarvoor hij naar het boerenhof van de bevriende Stubbes moest omdat ze thuis geen telefoon hadden. In zijn boekje noteerde hij telkens dat dit hem 3 frank kostte. Het gebeurde ook wel eens dat de postbode een telegram van Knokke in de Poelweg kwam bezorgen, wanneer Roger dringend moest komen om een personeelstekort op te vullen. Maar in Sint-Leo werd de vraag om op zondag naar de Villa te mogen gaan regelmatig geweigerd. Dan vertrok Roger toch nog zo gauw hij kon na de schoolse plichtplegingen naar het restaurant in het Zwin en kwam hij ’s zondags pas laat naar huis. Want gaan werken leverde centen op!     

Dit bericht werd geplaatst in familie, geschiedenis, uit de boekjes van mijn vader en getagged met , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s