Duiven en vogels

Net was het tweede schrijfsel over de boekjes van mijn vader gepubliceerd of ik kreeg een sms van mijn moeder: “bel me eens als ’t past”. Groot nieuws. In de stalen koffer had ze onderin nog twee oudere agenda’s gevonden, van de jaren 1953 en 1954. Mijn vader was dus niet op z’n zeventiende, maar op z’n vijftiende die stapel boekjes beginnen vullen.

Ik heb er nu drie helemaal uitgelezen. Langzaam wordt de puzzel van het leven van Roger als adolescent completer. Het oudste boekje was al zo door de tand des tijds beschadigd dat mijn moeder me een elastiekje gaf om de pagina’s in de goede volgorde samen te houden. Aangezien ik al het boekje van 1955 gelezen had, kreeg ik in die van 1953 en 1954 wat bijkomende informatie over zaken die me eerst nog voor raadsels stelden. In 1953 was het geschrift van Roger groter dan in de latere twee en noteerde hij minder op de kleine halve bladzijden. De dagelijkse invulopdracht voor het slapengaan moet duidelijk nog groeien. Op 1 januari 1953 begint hij zijn levenswerk met volgende woorden: Sneeuw. Gaan nieuwjaren. Ma: 20 fr, Pa: 50 fr: P: 20 fr gekregen. F. Stubbe gestorven.

De twee oudste boekjes

De Stubbes waren in de latere boekjes al herhaaldelijk opgedoken. Het was een familie van boeren uit de buurt waarmee de familie Dejaegher goed bevriend was. Dat bleek uit de vele notities over de handjes die Roger maar ook zijn zus Rosette en soms ook al eens Pa op de boerderij gingen toesteken, van fruit oogsten uit de boomgaard, bieten steken tot graan dorsen. Vijf dagen na zijn overlijden werd F. Stubbe begraven. Er lag nog altijd sneeuw op 6 januari en het vroor tot -4°C. Mijn vader heeft F. helpen dragen, schrijft hij, ik vermoed als misdienaar. En hij is op het boerenhof mogen blijven eten ’s middags. De vijftienjarige eindigde het relaas van de droeve dag met een laconieke mededeling van een geheel andere orde: Een vink gevangen.

Laat me even wat uitweiden over de fascinatie voor vogels in die jaren. Adrien, de zes jaar jongere broer van mijn vader, was er ook door betoverd. Met de hond Dolly gaat hij wel eens op jacht naar waterhennen, wat verder in de beek. De hond lukt er eens twee dagen na elkaar in om een waterhoentje te pakken. Een andere keer slaat Adrien een waterhen aan de haak met vishaakjes. Op een dag slaagde Adrien erin om zes vogels te vangen. Pa bracht al eens lijmstokken mee, dat kon geholpen hebben. De broer van Roger tikte ook ergens een Vlaamse gaai op de kop of bracht een kraai mee om op te kweken. Of hij dat heeft klaargespeeld, blijft een raadsel.

Ook Roger’s vader laat zich als een vogelliefhebber kennen: hij slaagde er op zekere dag in een duif op z’n nest te pakken. Ik neem aan een wilde, want daarnaast zie ik mijn latere peter doorheen de bladzijden rijpen tot de gepassioneerde duivenmelker die ik zelf nog jarenlang heb gekend. Het verhaal begint met Ma die om duiveneten is geweest. Enkele dagen later kapte Pa een duivengat en timmerde hij een duivenkot. Wat later noteert Roger dat hij 50 frank heeft bijgedragen voor de duivenmand voor Pa, die 200 frank kostte.

De start van een levensverhaal

Pa heeft dus plannen om met de duiven te spelen. Hij abonneert zich op het duivenblad Duifke Lacht, waar ook mijn moeders vader op geabonneerd was. De eerste vermelding van zijn duivenspel lees ik op 4 juli 1955. Hij doet mee op Sint-Pieters aan de Tuinwijk. Twee dagen later gaat hij gaan reclameren omdat de uitslag van zijn duiven niet juist was. Blijkbaar krijgt hij gelijk, want nog twee dagen later mag hij naar het duivenlokaal om zijn prijzen af te halen: een beker, een veloband, een doos koeken en 145 frank.

Dan komt het echte werk: Pa laat duiven inkorven voor Arras en gaat ’s zondags regelmatig naar de Kolibrie, het duivenlokaal waar ook mijn andere grootvader, Nestor Dermul, kind aan huis was. Het zou kunnen dat de fabrieksarbeider en de tuinier in de Brugse plantsoendienst elkaar via hun hobby hebben leren kennen. Als hun beider oudste kleinzoon keek ik jaren met bewondering naar de tinnen borden op de eiken kasten in hun woonkamers, de getuigen van roemruchte verwezenlijkingen.

Duivenbestemmingen als Arras of Clermont-Ferrand zullen nog vaak weerklinken in mijn kinderoren. Als de duivenberichten op de radio werden voorgelezen, moesten de kinderen muisstil zijn. En als de duiven gingen vallen, mochten we niet mee buiten op de koer gaan kijken naar de spectaculaire thuiskomst, om die door onze ongewone aanwezigheid niet te vertragen.

Koning Nestor Dermul, kampioen jonge duiven

Op 6 mei 1955 krijgt Pa bronchitis. De dokter geeft hem acht dagen ziekteverlof. ’s Anderendaags komen de nonnen van het Wit-Gele Kruis hem twee spuiten toedienen. De volgende dag wordt hij één keer geprikt, de dag daarop weer twee keer. Het blijkt een erg hardnekkige bronchitis te zijn want tot 22 mei zal Pa volgens de notities van zijn zoon in totaal elf pikuren van de nonnen gekregen hebben. Roger krijgt de opdracht om Pa’s duiven te laten inkorven, want op zondag 22 mei speelt hij eindelijk weer mee. En s’ anderendaags gaat Pa weer aan het werk als tuinier van de stad.

Vele jaren later, als naar eigen zeggen zijn ogen te slecht zijn om de duiven nog te zien vallen, besliste mijn peter van de ene dag op de andere al zijn duiven weg te doen. Terwijl we elkaar toen ik groot was geworden als mannen in de ogen keken bij het handen schudden, voelde het vaak alsof met de duiven ook zijn levenslust was verdwenen. Trifon Dejaegher overleed op 81-jarige leeftijd op 20 november 1990 in het AZ Sint-Jan in Brugge, in zijn ziekte gesterkt door de Heilige Sacramenten.

Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized en getagged met , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s