Zeer veel volk!

Met onderstaand verslag van nieuwjaarsdag januari 1955 begon de 17-jarige Roger Dejaegher zijn eerste boekje. In die jaaragenda’s komen op elke bladzijde in enkele regeltjes de gebeurtenissen van twee dagen te staan. Per dag heeft Roger daarvoor 4,5 bij 6,5 cm witte ruimte. Het dwingt hem heel kleine lettertjes te pennen en afkortingen te gebruiken.

Gedurende de rest van zijn leven zal Roger elke dag in zo’n boekje schrijven. Sommige weetjes zal hij elke dag bijhouden: hoe laat hij is opgestaan en weer naar bed ging en welk weer het was. Andere gebeurtenissen noteert hij als ze zich voordoen, bijvoorbeeld hoeveel drinkgeld hij kreeg, de uitgaven die hij maakte, de klusjes die hij verrichtte, het aantal eieren dat de kippen hadden gelegd, hoe en met wie hij zijn vrije tijd besteedde, wanneer hij zich schoor of zijn fiets poetste, …

1 en 2 januari 1955

Sommige regelmatig weerkerende zinnetjes plaatsen me voor een raadsel dat ik wellicht nooit zal kunnen oplossen. “Niet naar de beenhouwer geweest” bijvoorbeeld. Alsof hij elke dag naar de beenhouwer ging en achteraf wilde kunnen opzoeken wanneer hij niet was geweest. Of de keren dat hij met N. van school naar huis fietste. Wie was N? Het is de enige persoon die hij met één letter omschrijft.

Roger zat in het voorlaatste jaar van de moderne humaniora op het Sint-Leocollege, waar hij de economische richting volgde. Hij zou pas op z’n negentiende aan Sint-Leo afstuderen. Dat kwam omdat de school waar hij het basisonderwijs had gevolgd, de Sint-Jacobsschool van de Broeders Xaverianen in de Brugse Ezelstraat, nog zeven leerjaren telde in plaats van zes. Dat was toen nog in veel basisscholen zo.

In de Poelweg in Sint-Pieters Brugge, op dat moment nog een onverharde weg aan de buitenste kant van het dorp, woonden op nummer 23 Triphon en Sylvie met hun vier kinderen en de hond Dolly. Roger was de oudste. Hij had twee jongere zussen, Rosette (16) en Christiane (4), en een kleine broer, Adrien (11). De kleine Christiane heeft in die eerste koude januaridagen met vorst en sneeuw een paar keer na elkaar ’s nachts gespogen. Mijn tante Christiane zou mijn jongste tante worden. Ze deed haar plechtige communie in het jaar dat ik geboren werd.

Zoals ik vier jaar geleden al eens schreef (https://peterdejaegher.com/2017/03/29/in-de-poelweg/ ) woonde het gezin in een halfopen bebouwing met een grote tuin vol groenten, aardappelen, bessenstruiken en een pruimelaar. Achter het woonhuis waren enkele aanhorigheden gebouwd: een werkruimte waar al het alaam stond, de “boeie”, met het duivenkot erboven en het toilet ernaast, een klein hok met een houten deur en een gemetste bak waarop een plank met een rond gat was bevestigd.

De Poelweg 23

Van het toilet kwam je door het “pardak”, een overdekte en aan de kant van het erf open ruimte, langs de achterdeur het woonhuis binnen. Vlakbij die deur werd onder het pardak achter een kamerscherm gekookt op een gasvuur. Zo bleven de kookluchten uit het woongedeelte en misschien vertrouwden Rogers ouders die gasfles niet in huis.

De doorsnee gezinswoningen uit de jaren vijftig waren lang niet zo comfortabel als vandaag. Zoals ik het me herinner, stonden er in de keuken kasten, met een gordijntje afgesloten rekken en een gootsteen met een pomp. Een ijskast was er niet, maar een deur gaf toegang tot een koelkelder.

Alleen de woonkamer werd verwarmd, met een kachel. Roger hakte of zaagde geregeld hout. Maar er werden ook kolen besteld, bij Verthé’s. 500 kilogram steenkool kostte 690 frank. Als het heel koud was, kon de salon met een dubbele deur afgesloten worden. Boven op de eerste verdieping waren de drie slaapkamers en de trap naar de zolder onder de dakpannen.

Hoe het met de elektriciteit in huis was gesteld, daar heb ik nog het raden naar. Maar er was alleszins nog geen telefoon of wasmachine in huis. Telefoneren, indien dat echt nodig was, werd bij bevriende buren gedaan. Roger noteerde wanneer zijn moeder ging wassen. Dat deed ze vermoedelijk in een wasserij in het dorp. De natte was ging dan mee terug naar huis om daar te drogen.

Triphon en Sylvie, fier voor hun huis

De mensen hadden lang niet zo veel kleren als nu. Als ze thuis waren, deden ze een schort om, een “schabbe”. Zo hielden ze de mooie kleren om naar school of het werk te gaan langer proper. Roger had vermoedelijk maar één lange broek. Hij had ook nog een stropbroek, zo’n broek tot onder de knieën waarin Kuifje zijn stripavonturen beleefde. Ik veronderstel dat die pofbroek zijn schoonste broek was, want hij noteerde in zijn boekje op welke dagen hij die droeg.

Een zwartwit tv-toestel was er nog niet. De eerste uitzendingen in België waren nog maar in oktober 1953 gestart en toen kon je nog niet overal in het land tv kijken. Dat zou pas vanaf 1958 kunnen, ter gelegenheid van de Wereldtentoonstelling. De favoriete avondlijke bezigheid thuis was kaarten. Roger hield in zijn boekje bij of hij gewonnen of verloren had.

Christiane springt touwtje aan de boeie

Uit het eerste dagboekverslag van 1955 leid ik af dat Roger nog in de Koninklijke Villa in het Zwin was, waarschijnlijk al heel de kerstvakantie, om er te werken als kelner. Veel later, toen hij mijn vader was geworden, heeft hij wel eens verteld dat hij al op jonge leeftijd tijdens al zijn schoolvakanties moest gaan werken. In dat chique Knokse restaurant bijvoorbeeld, waar hij goed Frans leerde spreken, was hij op z’n zeventiende al opgeklommen tot garçon en gaf hij van zijn drinkgeld door aan de commissen, de minder ervaren kelners.

Op Nieuwjaar 1955 heeft hij een kaartje van thuis ontvangen, met nieuwjaarswensen en wat nieuws over zijn vaders bezigheden. Dat schreef hij dus ook op: wat de gezinsleden voor bijzonderheden deden, van de permanente die ma ging laten zetten tot het kostuumpje dat Rosette had besteld bij de kleermaker, of van de kleine Christiane die hij had ingewreven met sneeuw en Adrien die zes vogels had gevangen. En dat de hond Dolly ziek was.

De Koninklijke Villa, klaar voor de service

Hij noteerde op 1 januari dat er in het chique restaurant zeer veel volk was, niet onlogisch op een nieuwjaarsdag. ’s Anderendaags schrijft hij dat Jean die nacht in zijn bed gebraakt heeft. Waarschijnlijk hebben de personeelsleden na de service op nieuwjaarsdag zelf ook een stevig feestje gebouwd. Jean ging op 2 januari met André al na de thee terug naar huis. Mijn vader vertrok een dag later, met een taxi, de tram en de trein. Die dag noteert hij ook dat hij 1.000 frank aan zijn moeder gaf. Het vast loon dat hij in de Koninklijke Villa verdiende, moest hij afgeven, het drinkgeld mocht hij houden. Zo ging dat toen. Maar gelukkig was er zeer veel volk, en dus ook veel drinkgeld!

Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized en getagged met , , . Maak dit favoriet permalink.

4 reacties op Zeer veel volk!

  1. Anoniem zegt:

    dit wordt een reeks om echt naar uit te kijken Peter!!!!
    Laurence

    Geliked door 1 persoon

  2. Vhrisrlo zegt:

    Wat een schat aan familiegeschiedenis voor uzelf en de kleinkinderen!om goed te bewaren

    Geliked door 1 persoon

  3. Ann Dermul zegt:

    Opnieuw genoten van jouw schrijven. Ik leer zowaar mijn nonkel Roger op een heel andere manier kennen. Zo wist ik bijvoorbeeld niet dat hij naar Sint Leo ging. Andere dingen zoals het huis in de Poelstraat zie ik nog zo voor me. Nice walk down Memory Lane. Groeten uit Brugge ! Ann.

    Geliked door 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s