De spiegel en het licht

Met veel plezier en ook wat volharding heb ik De spiegel en het licht gelezen. Dit boek begon en eindigde met een onthoofding. Tussenin gaf Hilary Mantel in ruim twaalfhonderd bladzijden vorm aan het laatste deel van haar schitterende trilogie over het leven van Thomas Cromwell. Voor de eerste twee delen, Wolf Hall en Het boek Henry, won de historica telkens de Man Booker Prize.

Thomas Cromwell was een van de merkwaardigste figuren uit de zestiende eeuw, toen Europa nog bestierd werd door absolute vorsten. Aan hun troon knabbelden gilden en koopmannen, terwijl protestanten en beeldenstormers hem probeerden om te gooien. Zo’n typische patser op de Engelse troon was Cromwells baas, koning Hendrik VIII. Vijf eeuwen later geniet hij het meeste bekendheid omdat hij zes vrouwen versleet.

Hendrik leefde op redelijk gespannen voet met de andere grote heersers van Europa, Frans I en Karel V. Ze voerden oorlog met elkaar en sloten weer vrede alsof het een spelletje was, dat voor een goede reden altijd mocht worden onderbroken. Zo stond Frans, de koning van Frankrijk, die zou overlijden aan de gevolgen van syfilis, Karel toe om tijdens hun onderlinge oorlog even met een leger vanuit Spanje Frankrijk door te trekken naar Vlaanderen. De keizer, veruit de wreedste despoot die ooit het levenslicht zag in Gent, wilde zijn geboortestad wegens ongehoorzaamheid een lesje leren.

Van die genadeloze strafexpeditie herinneren velen onder ons weinig meer dan de stroppengeschiedenis. Maar Karel liet in Gent ook negentien stadsnotabelen ophangen, hij vernietigde de handvesten, privileges en rechten van de stad, verklaarde eigendommen, renten, inkomsten, gebouwen, geschut en het gemeengoed van de gilden verbeurd, legde Gent een zware boete op bovenop het verschuldigde belastinggeld, deed daar nog een eeuwige jaarlijkse rente bovenop, brak de Sint-Baafsabdij af, bouwde in de plaats een vesting voor zijn Spaanse bezettingsmacht, het Spaans kasteel, verscheurde de schuldbrieven voor de rente die híj de stad nog schuldig was en beval verschillende torens en stadspoorten af te breken (zie ook : https://peterdejaegher.com/2019/08/29/die-goeie-keizer-karel-toch/).

Straf dat we zo’n man nog altijd eer bewijzen. Er zijn nog tientallen straten, lanen, pleinen en scholen naar hem genoemd. Deze week nog maakten koning Filip en minister Van Peteghem groot nieuws bekend dat met de keizer vandoen heeft. Vincent Van Peteghem is de uit het vlakbij Gent gelegen De Pinte afkomstige CD&V-vicepremier en minister van Financiën. Het duo kondigde aan dat Karels beeltenis binnenkort de nieuwe stukken van 2 euro zal sieren.

Maar laat ons bij de zaak blijven: onder Hendrik verbrak Engeland de banden met de Roomskatholieke kerk. De reden daarvoor was niet dat Hendrik het geloof in zijn land die nieuwe,  protestantse richting wou laten inslaan. Waarbij gewone mensen bijvoorbeeld verstandig genoeg geacht werden om zelf de bijbel te mogen lezen, in hun eigen taal, het Engels.

Neen, het betrof een persoonlijke aangelegenheid. Toen zijn eerste echtgenote, Catharina van Aragon, hem na zes kraambedden slechts één levende nakomeling had bezorgd, een dochter dan nog, vroeg hij de paus vergeefs om zijn huwelijk nietig te verklaren. Pas toen paus Clemens VII Hendrik niet toestond om van Catharina te scheiden, scheidde Hendrik dan maar van Rome én van Catharina.

Eens hij dat gedaan had, was het huwelijkssacrament in Engeland nog altijd heilig. Maar voor de koning, die zichzelf via de Act of Supremacy aan het hoofd van de Engelse kerk had gesteld, dus iets minder. Zo liet hij bijvoorbeeld twee van zijn latere vrouwen onthoofden, de tweede, Anna Boleyn, en de vijfde, Catharina Howard.

Het is met de onthoofding van Anna dat De spiegel en het licht begint. Verder in het boek valt te lezen hoe Hendriks derde vrouw sterft in het kraambed en hoe hij daarna Anna van Kleef achter de rokken zat, de dochter van een Duitse hertog die na veel vijven en zessen zijn vierde vrouw zou worden. Helaas, ze stond hem tegen van zodra hij haar op Engelse bodem ontmoette. Dus scheidde hij ook maar van haar, terwijl het in het hof gonsde van de geruchten dat de koning er bij haar niet langer in slaagde zijn huwelijksplichten na te komen.

Amerikaanse neurologen hebben onlangs, zo las ik op historianet.nl, een theorie wereldkundig gemaakt die Hendriks impotentie en zijn opvliegend en wispelturig gedrag op latere leeftijd zouden kunnen verklaren: bij een tornooigevecht zou de lans van een tegenstander door zijn vizier zijn gedrongen, waardoor hij buiten bewustzijn geraakte. En enkele jaren later zou hij bovendien een paard op zich hebben gekregen en twee uur lang geen teken van leven meer hebben gegeven. Daardoor zou Hendriks toerekeningsvatbaarheid een ernstige deuk hebben gekregen.

Toen de koning ten tweeden male een van zijn vrouwen liet onthoofden, was ook het hoofd van Cromwell al door de bijl van een beul van zijn lichaam afgesplitst. Maar die duistere historie valt buiten het bestek van De spiegel en het licht. Ik kan me voorstellen, beste lezer, dat u zich nu ik dit allemaal op een rijtje heb gezet, afvraagt wat die Thomas Cromwell wel heeft bezield om voor zo’n zot als Hendrik te willen werken. Wel, u moet weten, er liepen destijds wel meer zotten rond.

Neem nu de onthoofde Anna Boleyn. Zij onderging de doodstraf omdat ze ervan werd beschuldigd zo’n nymfomane trekken te hebben dat ze zelfs het bed deelde met haar broer. Het was Thomas Cromwell die de rechtszaak tegen haar en vijf van haar zogezegde minnaars die ook de doodstraf kregen, in elkaar geflanst had. Cromwell had in zijn gloriejaren dan ook het aura van een geniaal politicus die alles voor elkaar kreeg.

Thomas was nochtans van eenvoudige komaf. Hij was de zoon van een brouwer en smid uit Putney. Voor hij sport per sport de Engelse sociale ladder beklom was hij in Italië al piekenier, werkte hij als kok en leerde hij de politieke stiel bij de rijke Florentijnse familie Frescobaldi. Hij verbleef in Antwerpen, waar hij, alleen in het boek van Mantel, een dochter verwekte. Hij keerde terug naar Engeland om er in dienst te treden van kardinaal Wolsey, een van de belangrijkste raadgevers van de koning.

Wolsey was voor Cromwell de ultieme leermeester. Hij leerde hem de koning en de nog op middeleeuwse leest geschoeide overheidsinstellingen te doorgronden om ze beter te kunnen dienen, beheersen en om te vormen. De zestiende eeuw was na de religieuze revolutie die Maarten Luther in gang had gezet, een van de bloedigste en gevaarlijkste, voor hoge heren net als kleine luiden. Het schavot, de brandstapel of andere, nog wredere straffen met een langzamere dood tot gevolg waren geliefkoosde evenementen om het volk te vermaken en tegelijk bij de les te houden.

Zelfs Wolsey viel echter bij Hendrik in ongenade. En in 1535 verloor in de Londense Tower ook Thomas More, de grote humanist, filosoof, jurist en staatsman, de auteur van Utopia, en de steunpilaar van Hendrik vooraleer Cromwell dat werd, zijn hoofd. More had al geprotesteerd tegen de scheiding van Hendrik en Catharina van Aragon, wat tot de breuk van de Engelse kerk met Rome heeft geleid. Maar zijn weigering om de Act of Supremacy te erkennen, was voor de koning de druppel om More wegens hoogverraad op het schavot te brengen.

De dood van de principiële More ruimde de baan voor de meer opportunistische Cromwell. Als de meest verbeten kabinetschef van het Martelarenplein toog hij in opdracht van de koning aan het werk om diens grote religieuze hervorming incontournabel te maken. De bezittingen van de kerk en gebouwen als abdijen en kloosters werden in beslag genomen door een nieuw extern verzelfstandigd overheidsagentschap, het Hof van Augmentatie (vermeerdering). De opbrengsten belandden in de schatkist of soms ernaast. Want ook Cromwell en zijn naaste medewerkers werden van die vermeerdering flink rijker en nog machtiger. Cromwell schopte het achtereenvolgens tot baron, minister, geheimzegelbewaarder, vicaris-generaal, lid van de Orde van de Kousenband en zelfs graaf van Essex.

Maar de opgang van die kleine man uit Putney zorgde voor haat en jaloezie bij de oude hoge adel en de nieuwe hoge geestelijkheid. De alliantie van een van de belangrijkste hertogen, Thomas Howard van Norfolk, met bisschop Stephen Gardiner, veroorzaakte uiteindelijk Cromwells val. Maar die kwam er pas dankzij de kennis van zaken en de van hun baas geleerde listigheid tijdens de verhoren van twee van de belangrijkste kompanen uit het huishouden van Cromwell, die uit ambitie, onder levensbedreiging of een combinatie van beide, hun kar hadden gekeerd.

En de koning? Hendrik VIII stond de man die hij ooit onmisbaar vond de gunst toe van de snelle doodstraf door onthoofding, weze het door een onervaren beul. Dezelfde dag dat Cromwells licht voorgoed doofde, trad Hendrik in het geheim in het huwelijk met Catharina Howard, de nog piepjonge en ravissante kleindochter van de hertog van Norfolk. Minder dan twee jaar later liet hij ook haar onthoofden. Wegens overspel.

Dit bericht werd geplaatst in geschiedenis, literatuur en getagged met , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s