Onder katharen zonder corona (2)

Met een stevig Engels ontbijt in de maag en de wandelstokken offensief uitgeschoven beginnen we om kwart voor tien aan de afgesloten burchtruïne van Quillan aan de tocht van 24 kilometer naar Bugarach.

Van op de burchtruïne kijkt Ward een laatste keer neer op Quillan

Het belooft een hete dag te worden. Bart heeft op de kaart al gezien dat er vlakbij het gehucht Bugarach, een gat van minder dan 200 inwoners, een vijvertje ligt. Meteen verlekkeren Ward en Bart zich op een zwempartijtje, vooraleer we van Bugarach opgehaald zullen worden om te overnachten in Cubières-sur-Cinoble.

We klimmen steil omhoog uit het keteldal van Quillan. Daarna komen we op een bredere, langzaam glooiende grintweg die langs de heuvelflanken slingert. Ward en Kristel fixeren de ondergrond. Nog in de ban van de dino’s uit Esperaza vinden ze hier en daar stenen met sporen op die volgens Ward op een ouderdom van honderden miljoen jaren wijzen.

Kristel zonder vliegen aan de lavoir van Saint-Julia-de-Bec

De weg heeft één nadeel: opvallend veel vliegen vallen voor het zweet dat onze poriën uitgutst. Vooral in het zog van Kristel dansen wolken hinderlijke insecten. Ik denk dat het aan het motief en de kleuren van haar short ligt, vliegen kunnen zich er veel te goed op camoufleren. Maar dat is volgens haar een onzinnige verklaring. Een zinnige schiet haar niet te binnen.

De vliegen wijken als we het piepkleine dorpje Saint-Julia-de-Bec doorkruisen, ongeveer honderd inwoners rijk. Centraal in het gehucht stuiten we op een prachtige lavoir, een overdekt waterbassin met een kraan waar het drinkbaar water rijkelijk uitgulpt. Terwijl enkele oudjes schuifelend toekijken lessen we gulzig onze dorst met het koele water. Ward stopt zijn hoed in het water om zijn hoofd af te koelen.

Wat doet een MP Lafer in een gat als Saint-Julia?

Onder een doorgang tussen wat een straat of evengoed een inrit naar een herenhuis zou kunnen zijn, zie ik iets dat ik in dit godvergeten gat niet meteen had verwacht: een prachtige, blinkende oldtimer. Ik trek er een foto van, want zo’n wagen op deze plek, dat is pas surrealistisch. Op basis van die foto slaag ik er dankzij Google tijdens het schrijven van dit verhaal in om de wagen te determineren. Het is een MP Lafer, een roadster die de meubelmaker Percival Lafer sinds halverwege de jaren zeventig van vorige eeuw in Brazilië begon te bouwen volgens het beeld van klassieke Britse sportwagens uit de jaren veertig en vijftig, zoals de MG T-series. Die ontdekking maakt de aanwezigheid van de MP Lafer nog raadselachtiger.

School, gemeentehuis en telefooncel op de Carriera de l’Escola

Enkele kilometers verder belanden we in een zusterdorp, met een nog lieftalliger naam, Saint-Just-et-le-Bézu. Het dorp telt nog minder inwoners dan Saint-Julia maar beschikt volgens Google over twee kerken en een kasteel, een voormalige commanderij van de Tempeliers nog wel. Die laatste slaagde erin om zich, geheel in de geheimzinnige traditie van de Orde van de Tempel, aan onze nochtans overal gretig vorsende blikken te onttrekken.

Dus picknicken we maar, gedrapeerd rond de dikke plataan op het piepkleine dorpspleintje. Daar zijn openbare diensten als het schooltje, de telefooncel en het gemeentehuis gegroepeerd in één smal rijhuis. Boven de deur hangt de Franse vlag en aan weerszijden ervan de gemeentelijke aankondigingen. Op een klein straatnaambordje in het groen staat vreemd genoeg Carriera de l’Escola gegraveerd, dat Spaans of Catalaans moet zijn. Als we de volgende dagen nog dieper naar de Spaanse grens zakken, zullen we niet meer naast de Catalaanse vlaggen kunnen kijken.

Een oeroude spons

Als Ward zijn bergschoenen en sokken weer heeft aangetrokken en zijn hoed onder de dorpskraan heeft gestopt, tijgen we weer verder langs de slingerende aardeweg, weer snel met zo’n dichte wolken vliegen rond onze hoofden dat we de lippen stijf op elkaar houden. Wat verder houden Bart en ik halt, want als we achteromkijken, zien we geen spoor meer van Ward en Kristel. Wat later komen ze aangemarcheerd, Ward in zijn nopjes. In de palm van zijn hand houdt hij een dikke steen met een patroon van kleine putjes erin voor zich uit als een offergave. De steen, zo beweert onze archeoloog met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid, was 450 miljoen jaar geleden een spons. Hij stopt de oeroude steenspons in zijn rugzak.

De lange tocht begint zich op het warmst van de dag stilaan te laten voelen. Onze T-shirts zijn nat van het zweet. Kristel heeft het zo gehad met de overdreven aandacht van de vliegen dat ze een versnelling hoger klimt en dan weer daalt op de slingerende weg. Al gauw zien we haar niet meer lopen.

In het meertje van Bugarach

Over driehonderd meter moeten we naar links afslaan naar Bugarach, waarschuwt Bart na een blik op zijn wandelapp. Even later staan we aan het slecht gemarkeerd pad dat smal en steil links naar beneden loopt. Zou Kristel de afslag opgemerkt hebben? We hopen het, maar we vrezen van niet. Op onze telefoons en berichtjes krijgen we geen antwoord. Aangezien ik de snelste daler ben, loop ik zo gauw ik kan voorop de berg af. Bart gaat nog even verderop kijken of hij geen spoor ziet van zijn vrouw.

We krijgen toch een biertje te pakken in Bugarach

Beneden aan de wegwijzer waar de splitsing naar het meertje staat aangegeven en op een steenworp van Bugarach, bel ik Bart. Nog altijd geen spoor van Kristel. Wat later zijn Bart en Ward ook beneden. Dan gaan we alvast maar naar het meertje. Tot Kristel eindelijk een teken van leven geeft. Ze staat te zwaaien aan de overkant van het meertje. Verloren gelopen? Geen sprake van. Sneller gedaald dan de vliegen, dat wel. En pas aan het meertje zag ze dat haar gsm op stil stond.

Lang moeten we niet nadenken vooraleer we allemaal in het water zitten, de een weliswaar veel langer dan de ander. Ik hou de klok in de gaten en zie ineens dat we ons moeten reppen als we in Bugarach nog snel een pint willen drinken vooraleer onze taxi arriveert en als daar tenminste een café open is. Gelukkig is er in dat hippiedorp nog een herberg waar we snel een biertje kunnen achteroverslaan vooraleer we opgehaald worden en naar Cubières-sur-Cinoble rijden, met de Pic de Bugarach al zo dreigend dichtbij. Daar moeten we morgen op.

Gîte La Taverne in Cubières-sur-Cinoble

In Cubières heeft Frans van La Ligne Verte voor ons de b&b La Taverne in de Rue Grand gereserveerd. Die grote straat blijkt zo smal dat de chauffeur van onze taxi er niet in durft. Onze gastvrouw Michèle geeft ons twee kamers, waarvan – yes! – één met twee eenpersoonsbedden. De badkamer met douche en toilet moeten we delen, maar dat lukt aardig, zelfs als er ’s avonds laat en onaangekondigd nog een geheimzinnige verdwaalde Zweedse opdaagt op onze verdieping.

Nooit eerder zo’n eenvoudige gelagzaal gezien

La Taverne houdt mooi het evenwicht tussen mysterie en eenvoudige gezelligheid. Schilderijen van feeksen en vrouwen in vervoering op de kamers, esoterische boeken in de hall, een rariteitenkabinet van trollen en kikkers die kwaken als je passeert in de vestibule naar de gelagzaal. In die eetruimte staat onder een afdak van plastiek een koelkast met Leffe, Grimbergen en Kronenbourg en ook de gebruikelijke frisdranken. Drie gasbranders en een ventilator helpen de gewenste temperatuur te benaderen. De eetzaal is gemeubileerd met een oude sofa, wat planten die niet elke dag gewaterd moeten worden, drie kleinere en één grote tafel met houten banken en wat rekjes, konterfeitsels en feestverlichting aan de muur. De spleten langs het plastieken dak geven voldoende ademruimte en luchtcirculatie om rokers hun ding te laten doen, maar dan krijgen ze een asbak in de vorm van een doodshoofd.

Michèle is vriendelijk en behulpzaam. Met haar vriend die helpt bij de avondservice verricht ze de wonderen in de keuken die gesmeerd met wat halve liters rode en witte wijn vlot door onze kelen stromen. Het ontbijt is simpel op z’n Frans, met de sneetjes afgemeten, de huisgemaakte confituur à volonté en de koeken geteld. Wie een omelet extra wil, stuit bij Michèle na een pruillip op welwillendheid, maar krijgt bij de afrekening de eitjes als extra op de rekening.

In mijn twijfelaar slaap ik als een roos. Corona? Geen moment aan gedacht.

 

Dit bericht werd geplaatst in Katharen, reizen, Uncategorized en getagged met , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s