Onder katharen (5)

Regen dus, vroeg in de ochtend, zoals al de hele nacht en zoals voorspeld. Ward en ik hebben ons voorbereid. Hij met een regenbroek en regenjas en de beschermhoes over zijn rugzak. Ik zonder regenbroek en regenjas, maar wel met beschermhoes.

Op regen was ik gewoon niet voorzien. Een kw-tje had ik mee ja, van dertig jaar oud, zo lek als een zeef. Gelukkig mag ik een waterdicht exemplaar op overschot lenen. We stappen van onze gîte naar de Pélerin, waar een lekker ontbijt klaarstaat, vriendelijk geserveerd door een mooie jonge Baltische vrouw van Aziatische origine. Janos laat zijn boeventronie niet zien. We missen hem niet.

Daarna nog naar de bakker en de kruidenier. Bij de bakker in Montségur, een marathonloper, moet je de dag voordien je broden bestellen. Brood bakken moet in zijn trainingsschema passen, vermoed ik. En op weekdagen biedt hij weinig keuze: een groot of een kleiner artisanaal gebakken brood. In Montségur wordt geen brood teveel gebakken. En vijf euro voor een klein brood, tja goedkoop is anders. Hopelijk zijn de baksels zo lekker als de twee Vlaamse vrouwen die Ward en ik de avond voordien hebben ontmoet, ons verzekerden.

De kruidenier die tegelijk beenhouwer is, laat de klanten tien minuten in de regen staan wachten vooraleer hij zijn rolluik opentrekt. Dat is te begrijpen: niemand heeft zin in deze regendag. Maar toch. Wellicht daarom onderhoudt een vuilbekkende oude vrouw in peignoir ons van onder haar paraplu met roddelpraat over die luie beenhouwer die ooit militair was. We kopen nog worst en kaas voor onderweg en stappen dan het dorp uit, uitgewuifd door de kathaarse enactrice uit Antwerpen.

Deze tocht naar Roquefixade zit niet in het arrangement van La Ligne Verte. Daarom moeten we onze rugzakken zelf dragen. Gelukkig is de wandeling vandaag een van de kortste, zo’n 17 kilometer. In Roquefixade komt Dirk, de Vlaamse uitbater van B&B Infocus dus Sud, ons ophalen. Hij rijdt ons dan naar het nog wat verder gelegen Soula, waar we bij hem in zijn schitterende B&B met zwembad zullen overnachten en dineren. ’s Anderendaags voert hij ons naar de luchthaven van Carcassonne. Dat heeft mijn broer al allemaal op voorhand geregeld. Hij had ook kaarten afgedrukt maar die hebben we eigenlijk niet nodig: onze GR is goed bewegwijzerd.

De weersvoorspellingen in Frankrijk zijn niet altijd betrouwbaar, ondervinden we. Terwijl we met Montségur achter ons de bossen induiken, gaat de aanhoudende plensregen van de voorbije nacht en vroege ochtend over in gedruppel en droog maar zwaarbewolkt weer. Het pad blijft er natuurlijk wel modderig bij liggen.

De sentier blijft een hele tijd zowat parallel lopen met de D9 naar Montferrier. Daar moeten we de brug over de Touyre over, een klein maar krachtig stromend riviertje. Het dorp in de Arriège loopt zoals zoveel dorpen in de streek langzaam leeg. Van meer dan 800 inwoners in de jaren zestig schieten er nu nog zo’n 500 over. ‘Er is hier niets’, klaagt een opa die uit zijn raam komt hangen om een praatje te slaan met die vier Belgische gekken die op de grootste regendag van het seizoen naar Roquefixade willen, ‘zelfs geen winkel of café.’ Het plaatsje heeft nochtans wel wat bezienswaardigheden: een pittoresk kerkje met per honderd inwoners een klok en onder de brug die we over moeten, ligt naast de dam een opmerkelijke vistrap voor de forellen.

In het dorp volgt de sentier een smal asfaltbaantje dat steil de hoogte inloopt. Aan de rand van het dorp heeft een boer speciaal voor de trekkers in een open schuur een schuilplaats met een sofa ingericht, waar we even de rugzakken afgooien. We kruisen twee keer andere trekkers die vanuit Foix de Sentier in de andere richting aan het volgen zijn. Hun bergschoenen zitten al flink onder de modder. Nog altijd kunnen we in de verte af en toe Montségur zien liggen. Wat verder ploeteren we zelf door het slijk, maar de regen deert ons niet meer, onder het dik bladerdak van het woud waar we doorheen trekken.

Vlakbij een andere Départementale die we moeten kruisen houden we halt aan een zorgvuldig afgesloten blokhut om te picknicken. Het is droog als we ons brood, worst en kaas snijden. Zelfs de laatste uitgelopen restjes camembert vinden nog een liefhebber. Het brood is zwaar en vol smaak.

De laatste loodjes van onze katharentocht wegen daarentegen niet zwaar, hoewel we onze grote rugzakken torsen. Als we Roquefixade naderen, begint het zachtjes weer te regenen. Maar geen probleem, in Roquefixade is er een Gîte d’Étape. Daar hebben we afgesproken met Dirk van l’Infocus du Sud. Al een hele tijd zagen we tussen de wolken de oude burchtruïnes van Roquefixade uitsteken op hun rotspiek. Montségur op zijn pog en Roquefixade op zijn piek, zeventien kilometer van elkaar verwijderd, houden elkaar in het vizier.

De regen weerhoudt er ons van om de klim van het kleine dorpje naar de ruïnes te ondernemen. Je moet het lot nu ook niet overdreven tarten, als het weer je in weerwil van alle voorspellers al zo gunstig gezind is geweest. Tijdens de Albigenzische kruistocht is Roquefixade het lot van een belegering bespaard gebleven. Het was nochtans wel een plek van waaruit naar Montségur gevluchte katharen werden bezocht en geholpen. Een van de moordenaars van het commando dat de elf inquisiteurs in Avignonet had afgeslacht, wat de aanleiding vormde voor het beleg van Montségur, woonde trouwens met zijn vrouw en schoonmoeder in Roquefixade.

We zijn al blij dat we net op tijd zijn aangekomen om te schuilen in de Gîte d’Etappe, speciaal toegerust voor de trekkers langs de twee GR’s van de katharen, de GR 367 (Sentier Cathare) en de GR 107 (le Chemin des Bonshommes). We mogen onze rugzakken in het kantoortje van de baas deponeren en hoeven niet eens onze bemodderde bergschoenen uit te trekken om plaats te nemen in de brandschone lege gelagzaal. Waar onze blik meteen op een koelkast valt, gevuld met Belgische bieren als Duvel, Orval en La Chouffe. Meer hebben we op dat ogenblik echt niet nodig om onder ons vieren onze trektocht met een heildronk te beklinken. Volgend jaar keren we terug om de Sentier Cathare verder te zetten, spreken we af, van Quillan naar het oosten dan, richting Port-la-Nouvelle.

Een uurtje later leidt Dirk ons rond in zijn magnifieke B&B in Soula. Hij heeft voor ons de gîte klaargemaakt, verbouwd in een schuur aan het woonhuis. Ook daar bevindt zich een frigo met Duvel die goedkoper is dan in onze stamkroeg.

We aperitieven vroeg en maar goed ook, want het driegangendiner is bijzonder lekker. Als hoofdgerecht serveert Dirk, een voormalig keurslager, een heerlijke zelf gerookte en gebraden eendenborst met een keur van bijgerechten en groenten, versierd met bloemen en begeleid door passende wijnen uit de streek. Ondertussen onderhouden Dirk en zijn vrouw Leen ons over hun passie, hun B&B en hun hobby’s. Dat Dirk bijvoorbeeld een verwoed en kunstzinnig amateurfotograaf is, zit niet alleen in de naam van zijn herberg, maar zie je ook in alle kamers.

Wat spijtig dat de regen nu blijft stromen. We missen daardoor het uitzicht op de vallei, waar bij helder weer de ruïnes op de piek van Roquefixade vlakbij en Montségur in de verte nog altijd zichtbaar zouden zijn. We missen ook een duik in het zwembad. Mijn zwembroek is helaas voor niets meegereisd naar katharenland.

Dit bericht werd geplaatst in geschiedenis, reizen en getagged met , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

2 reacties op Onder katharen (5)

  1. Dirk Van Opstal zegt:

    Super bedankt Grts van ons uit het zuiden van Frankrijk

    Verstuurd vanaf mijn iPad

    >

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s