Het zogend zwijn

Een van de lekkernijen in Bali is babi guleng. Onze gids Ketut en chauffeur Wayang zijn er dol op. Babi guleng wordt in het Engels vertaald als “suckling pig”, legt Ketut uit. Toen we door de rijstvelden wandelden en ik hem vertelde dat ik een boek heb geschreven, deed hij meteen een suggestie voor de titel van een nieuwe roman: “Love and the suckling pig”. “Liefde en het zogend zwijn”, dat moet inslaan als een bom, meende Ketut. Ik schaterde, Greet meesmuilde.

Tijdens onze rondreis op het paradijselijke eiland zal Ketut nog wat meer titels suggereren voor onvergetelijke bestsellers, waar we in de auto smakelijk om kunnen lachen. Vooral hij zelf en ik toch. Ketut bulkt van de flauwe grappen, waar ik soms nog een flauwe uitsmijter bovenop gooi, tot ergernis van Greet. En ook tot ergernis van Wayan, zal Greet zeggen, onze zwijgzame chauffeur die verrassend veel woordjes Nederlands kent en dus wellicht veel meer dan we denken van onze conversaties op de achterbank begrijpt.

Onderweg komen we weer marcherende schoolkinderen in uniform tegen. Ze zijn aan het oefenen voor de viering van onafhankelijkheidsdag, zegt Ketut voor de zoveelste keer. Op die nationale feestdag zullen ze, afhankelijk van hun leeftijd, een lange mars moeten afleggen. Het leerplichtonderwijs is zogezegd gratis in Indonesië, maar in de praktijk kost het natuurlijk wel veel geld voor wie moet rondkomen van het bewerken van een rijstveld. Alleen al zo’n uniform dat de Brussels politicus Alain Courtois ook in het Brussels onderwijs wil invoeren om de gelijkheid tussen de kinderen te bevorderen, kost de Balinese boeren stukken van mensen.

Hoe idyllisch die rijstvelden ook als postkaarten glooien in vijftig tinten groen, ik krijg al pijn in mijn rug van het idee alleen al daar gebukt mijn dagen te moeten doorbrengen om mijn kinderen de kost en goede scholing te kunnen geven. Wat denken jullie ervan, vraagt Ketut ergens tussen Lovina en Tembok, om deze middag eens babi guleng te eten? Greet en ik kijken elkaar een fractie van een seconde onzeker aan, maar dan, na een klein knikje, vinden we het toch een goed idee.

Even later stoppen we aan een minuscuul wegrestaurantje, eigenlijk een afdak boven enkele tafels waarop toile cirée ligt. Tegen de achterwand hangt een groot spandoek waarop Warung Babi Guleng staat gedrukt, boven de afbeelding van een bruingebraden speenvarken. Voor het stalletje, vlakbij de drukke afsfaltweg, staat op een tafel een soort aquarium zonder water. De achterkant van de glazen kast is open. Daar hangt een groezelig gordijntje. Dichtgeschoven houdt het de vliegen weg van het zogend speenvarken dat er op een grote schotel ligt uitgestald. Het achterlijf van het varken tot aan de schouder is al verorberd. Deze babi guleng heeft nog slechts een opengesperde muil en dikke nek over. Naast het vlees staan borden en kommen met rijst en groenten.

Onze goesting in de meest bekende schotel van Bali smelt recht evenredig met het water dat in de monden van Ketut en Wayan komt. Maar er is niets anders te verkrijgen dan de naam van het restaurant. Enkele minuten later ligt de babi guleng in volle glorie op ons bord: stukken wit en sappig vet varkensvlees en goudbruine krokante repen gebraden huid met rijst, groenten, pikante en zoete kruiden.

Er zijn toeristen die alleen om dit gerecht te eten naar Bali reizen. Dat beweert althans een toeristische website over Bali. De site heeft een lijst van de beste plaatsen om die zogende zwijnen te degusteren.

Bij mijn goedgevulde bord vraag ik een ijskoude grote bintang. Die is niet voorradig in de koelkast maar wordt binnen de vijf minuten van ergens anders tevoorschijn getoverd. Ketut en Wayan hebben in een wip hun bord leeggegeten. Greet en ik doen er wat langer over. Sommige stukken van het bord van Greet belanden op de borden van onze begeleiders. Met het blond schuimend bier krijg ik haast alles achter mijn kiezen.

Terwijl Wayan afrekent, troont Ketut me mee naar achteren, naar de stookplaats, waar boven een roestige ijzeren bak het biggetje vakkundig werd gebraden. Op het achtererf zitten ook hanen in een gevlochten mand. Hanengevechten zijn in Bali een favoriet tijdverdrijf. Een hindoe-priesteres die uit de biecht wilde klappen, vertelde dat er in Bali nogal wat echtgenotes zijn die vinden dat hun man meer aandacht besteedt aan zijn hanen dan aan zijn vrouw. Elke cultuur heeft zo zijn particulariteiten, bedacht ik, maar vervang die hanen door iets anders en je ziet ook meteen weer gelijkenissen. Achter de korven van de hanen ontsiert de huisvuilnisbelt het uitzicht.

Ik keer snel terug naar de tafels en drink er mijn bintang van 0,75 liter leeg. Zo’n vers gebraden babi guleng, vertelt Ketut, is doorgaans op een dag helemaal opgegeten. Van zodra hij ’s morgens in zijn glazen laatste rustplaats is uitgestald, stoppen er al passanten die er een stuk van willen als ontbijt. De lekkernij kan ook besteld en afgehaald worden. Als er op het einde van de dag toch overschot is, wordt die opgebakken. Maar dan is de “suckling pig” niet zo lekker meer natuurlijk. We knikken instemmend met een Balinese glimlach.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Bali, reizen en getagged met , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s