De Muts (10): Wartet, 2 december 1985

‘En, hoe is jullie eerste dag bevallen?’
Als sergeant Vuylsteke eindelijk genoeg heeft van zijn solo-actie en naar de bar onderofficieren is vertrokken, steken enkele anciens van peloton 11N het graspleintje tussen de twee slaappaviljoenen over. Zij hebben hun eerste maand Wartet net achter de rug. Ze komen kennismaken. Uitgedost in hun camouflagepakken, omdat ze weten dat die de ogen uitsteken, en pretenderend dat hun bezigheden op dat late uur van de dag nog steeds het operationele veldtenue vergen.
‘Hé gasten, heeft er nog iemand een sigaret voor mij?’
‘Kom, we gaan achter de toiletten paffen, hier is dat veel te gevaarlijk om betrapt te worden.’
‘En morgen MTLG testen zeker? Er godverdomme voor gaan hé mannen!’
‘Dat rookverbod is niet om te lachen. Vorige week is Devroe gepakt. Tweehonderd peuken moest hij verzamelen.’
‘Wacht tot je de Strontbeek wordt doorgejaagd. De drollen van de nonnen dreven ons rond het middel in dat riool. Dedju, dat was geen kattenpis, gasten!’
‘Hou uw peuken bij, dat is een goede raad.’
‘Kijk, al mijn knokkels liggen open, van godverdomme op dat grind te moeten pompen op de vuisten. Zeer dat dat doet jong. Hopelijk begint het niet te zweren.’
‘Hela prutser, kom geef die peuk maar aan mij. Hier, stop maar in deze plastic zak.’
‘Zeg heeft niemand van jullie iets straffer om te smoren?’
‘Ja, wij laten ons niet meer vangen, je kan maar beter voorbereid zijn.’
‘Die wortelpuree met spek, met die vettige zwoerden er nog aan, echt walgelijk! En de koffie stinkt naar kamfer.’
‘Wat bedoel je met straffer? Iets dat goed riekt en toch geen pijptabak is?’
‘Ik zeg het u maar één keer hé pipo. Als je mij nog één keer prutser noemt, sla ik op uw bakkes.’
‘Wat is dat, kamfer?’
‘Ik loop godverdomme al drie weken met ontstoken blaren rond. Eigenlijk zou ik enkele dagen op blote voeten moeten rusten, maar dan riskeer je dat ze je laten zakken.’
‘Ik denk dat wij mekaar verstaan, man.’
‘Hola hola, wat krijgen we hier, een straffe kerel precies. Hoe is uw naam dan als ik u geen prutser meer mag noemen?’
‘Mij zou dat al lang niet meer kunnen bommen.’
‘Heb je nog een Camel?’
‘Wat bedoel je, zakken?’
‘Daarmee doen ze uw goesting in seks verminderen. Jij weet ook nog niks hé. Ik wed dat jij nog geen blote kut gezien hebt.’
‘Steven Schepers, en knoopt dat in uw oren.’
‘Ja, een Marlboro is ook goed.’
‘Ahwel, dat ze u naar het peloton sturen dat de maand na u is binnengekomen.’
‘Ik denk dat ik je iets kan bezorgen waar je zal van genieten.’
‘Zie mannen, die wiet smoort Belga!’
‘Dus als ik zou zakken, zou ik bij jullie in het peloton gezet worden.’
‘Jongske toch, wat weet jij nu van mijn seksleven ? Heb je zelf al wel eens gevogeld of snok jij alleen maar aan uw pietje?’
‘Wie weet wat er ons nog boven het hoofd hangt met die diefstal bij de varkens.’
‘Ah ja, als ik het goed begrijp zit je dan eigenlijk een maand langer in opleiding, hier in Wartet?’
‘Belga dat roken wij alleen als er echt niks anders meer te paffen valt.’
‘Varkens?’
‘Laat ons morgen rond dit uur hier afspreken.’
‘Ahwel ja, de Ardense Jagers in Vielsalm, weet je niet dat ze daar FALs en een MAG gestolen hebben?’
‘Het zal gaan hé manneke of wij snokken allemaal eens aan uw pietje.’
‘Je hebt het door jong. Jij bent zeker de slimste thuis?’
‘Je kan er zeker van zijn dat de veiligheidsmaatregelen nu overal verscherpt zullen worden.’
‘Eerlijk man, als ik het allemaal op voorhand geweten had, dan was ik er nooit aan begonnen.’
‘Neen, liever in de toiletten, daar valt het minder op.’
‘En wat betekent dat?’
‘Wel spast, dan weet je dat je vanaf nu bij mij geen sigaretten meer moet komen afluizen.’
‘Ha, meer miliciens die wacht moeten lopen natuurlijk, ook bij ons.’
‘Een groot woord, ja.’
‘Niet te doen, jong.’
‘Hoort nu, dat stukske bougnoul is hier één dag en dat begint ons al te beledigen.’
‘Onthou één ding, probeer altijd te slapen, zelfs als je denkt dat je maar vijf minuten tijd krijgt.’
‘Nu lijkt het jullie allemaal nog fantastisch. Vanaf morgen word je afgepeigerd, afgebeuld en gekleineerd.’
‘Jij kan godverdomme mijn kloten kussen jong.’
‘Zelfs dat gaat allemaal nog. Maar wacht tot jullie op bivak gaan, dan begint het.’
‘Jij ook, lul.’
‘Ik ga slapen, gasten. We moeten er morgen vroeg uit.’
‘Wacht, ik ga mee. Het is toch bijna appel.’
‘Ik ook.’
‘O ja, ik heb nog een tip : als morgenochtend de sergeant van week jullie komt wekken, spreek hem dan aan met chef, want het is een eerste sergeant.’
‘Ja, jullie zullen wel snel in de mot krijgen dat ze hier nogal gevoelig zijn aan hun graad.’
‘Bedankt kerel.’
‘t Is niks. Of ja, geef me nog een sigaret.’
‘Miljaar!’
‘Kijk toch uit uw doppen stommerik!’
‘Een mens zou hier nog op zijn kloten gaan met al die stenen rond de grasperkjes.’
‘Zeg dat wel. Maar allez, vanaf morgen maak je dan niet uw jeansbroek maar uw camouflagebroek vuil.’

(Dit is het laatste hoofdstuk dat hier verschijnt. Binnenkort is de roman beschikbaar. Die zal zo’n 350 bladzijden tellen en ongeveer 26 euro kosten. Meer info volgt op deze site)

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in De Muts. Bookmark de permalink .

Een reactie op De Muts (10): Wartet, 2 december 1985

  1. DE GREEF Fred (SIT/I2S) zegt:

    Hi ,

    Leuk om lezen en herken er zelfs soms me zelf in (9N Wartet 1980 )

    Ik bestel er graag eentje

    Keep up the good job

    Thx

    F

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s