De Muts (8): Wartet, 2 december 1985

Onderluitenant Olivier Vande Putte roept ‘naam’. Hij staat met zijn rug naar de rekruut gekeerd en kijkt door het venster. Op het grasplein tussen de gebouwen slenteren twee soldaten. Ze turen ingespannen naar het paviljoen waar de verse rekruten opgewonden, nog in burgerkleren, wachten op hun toekomst als militair. Tot ze de officier achter het venster in de gaten krijgen. Als door een wesp gestoken zetten ze alle twee een looppas in. Vande Putte draait zich om.
‘Wel, hoe zit het ?’ Marc Gillis kijkt hem vragend aan.
‘Naam ?’
‘Marc Gillis!’
‘Marc Gillis, luitenant’, verbetert hij zich snel.
Gillis heeft zich het gesprek met de luitenant helemaal anders voorgesteld. Onderluitenant Vande Putte kan onmogelijk veel ouder zijn dan hem. Ze hebben misschien wel veel gemeen? Na zijn naam vraagt de luitenant zijn adres, leeftijd en studies. Die gegevens had Marc Gillis sedert de militaire keuring al ettelijke keren moeten invullen. Ze staan vermoedelijk ook netjes vermeld op de papieren die op de tafel voor Vande Putte liggen. Olivier Vande Putte gedraagt zich als een sfinx. ‘Ok’, zegt hij, ‘je kan beschikken.’ Hij is klaar. Gillis weet dat hij bij sommigen wél vragen heeft gesteld. Moeilijke: waarom wil jij bij de para’s komen? Of concrete: wil jij geen militievergoeding aanvragen? Luk Renders, de oudste van het peloton, vertelde dat hij tijdens zijn gesprek een bijzondere opdracht kreeg: hij werd aangesteld als kameroverste. Gillis zag meteen dat hij daarmee in zijn nopjes was. Maar voor hem heeft de luitenant dus niets bijzonders in petto. Geen enkele vraag naar zaken waarvan hij nog niets af kon weten zelfs. Gillis mag beschikken. Ook goed, als je me niet lust, laat me dan met rust, denkt hij.
‘O ja, bijna vergeten’, zegt Vande Putte net voor Gillis de deur achter zich wil dicht trekken. ‘Er is hier al een brief toegekomen voor u’.
De luitenant overhandigt hem een vreemde enveloppe. Niet het formaat is vreemd, maar de kleuren. Het is een zelf gemaakte enveloppe. Iemand heeft een advertentie voor een shampoo uit een tijdschrift geknipt en daar een omslag van gemaakt. Op de voorzijde staat een rooswitte orchidee afgebeeld, op de achterzijde een stuk rok van wilde zijde waaruit een deel van een vrouwendij gluurt. En een adresstickertje van de afzender. Als Gillis dat leest, voelt hij het schaamrood stijgen. Hij haast zich terug naar de slaapzaal. Het is een brief van Kristien. Hij kent Kristien nog maar een week of vier. Ze werkte net als hij in de administratie van een verpleegstersschool waaraan een internaat was verbonden. Ze waren aangeworven in een van de nepstatuten waarmee de regering de jeugdwerkloosheid probeerde te bezweren. Of tenminste toch de sociale onrust daarover. Kristien was regentes. Ze was geen schoonheid maar ook niet lelijk. Ze had donkerblond haar en grote zwartbruine ogen die haar bloedmooi maakten als ze naar hem luisterde. Haar billen waren wat dikker dan die van de modellen uit de modebladen en haar borsten waren wat kleiner dan die van de modellen in de Playboy. Ze ging heel gewoontjes gekleed in wijde truien, ribfluwelen lange broeken of rokken in zware stof tot op de knie. Liever praktisch en concreet dan sensueel en frivool. Tot in haar ondergoed, vermoedt hij. Hij voelde zich meteen op zijn gemak bij Kristien. De voorbije weken bekroop hem soms het verlangen om haar te kussen, maar verliefd, neen, zo zou hij zijn gevoelens niet omschrijven. Bovendien had ze hem toevertrouwd dat er iemand anders was. Een enkele keer had hij in de verpleegsterschool de nacht moeten doorbrengen, om toezicht te houden op de internen. In het vooruitzicht van zo’n lange avond op zijn eentje had hij zijn stoute schoenen aangetrokken en gevraagd of ze geen zin had om langs te komen. Ze woonde toch vlakbij?
‘Misschien’, antwoordde ze. De mogelijkheid van haar bezoek was voldoende om zijn fantasie de vrije loop te geven. Zij kwam niet, hij wel: hij had zich afgerukt in het bureau van de directrice, dat was ook opwindend.
‘Ik had toch niets beloofd’, zei ze ’s anderendaags.
‘Dat is waar’, lachte hij zijn ontgoocheling weg. Terug in de slaapzaal merkt hij meteen dat er iets vreemds aan de hand is. Die brief lezen zal niet voor meteen zijn. Zeker tien jongens staan als een kudde schapen samengetroept rond zijn bed. Zijn sporttas? Zouden ze hem iets aan het flikken zijn? Neen, zo ziet het er niet uit. Ze lijken wel van hun stuk, bedrukt misschien. En bij nader toezien staan ze niet aan zijn bed maar aan dat van Voormeulen, zijn buur op de slaapzaal. Nu ziet hij Voormeulen op zijn matras zitten, met zijn hoofd in zijn handen. Zijn ogen zijn rood. De groep wijkt uiteen als hij erbij komt staan.
‘Wel Frank, wat scheelt er?’
Voormeulen was net vóór Gillis bij de luitenant op gesprek geweest. Voormeulen kijkt op en wil iets zeggen, maar slikt de woorden dan terug in. Hij beweegt zijn rechterhand traag en horizontaal van links naar rechts over zijn keel. ‘Ik moet al stoppen’, klinkt het dan toch, met schorre stem. De droom van Voormeulen om paracommando te worden heeft niet eens een dag geduurd of hij ligt aan scherven. Luitenant Vande Putte had Frank meegedeeld dat er van Belgrade, waar ze allemaal eerder een medisch onderzoek hebben ondergaan, een bericht van afkeuring was gearriveerd. Vande Putte had hem een brief voorgelezen waarin stond dat er iets scheelt met zijn rug.
‘Iets onherroepelijks. Zo noemde de luitenant het. De juiste term ben ik vergeten.’ De stem bevat al wat minder schuurpapier.
‘Naar het schijnt heb ik een vergroeide ruggenwervel. Daarmee mag ik niet parachutespringen van die dokter in Belgrade. Medisch afgekeurd.’ Dus mag Voormeulen geen paracommando proberen worden. De luitenant had gezegd dat hij het ook erg vond. Maar de officier beklemtoonde dat hij zich voor de rest geen zorgen moest maken. Voormeulen moet niet geopereerd worden of zo, hij kan gewoon zijn leven verderzetten.
‘En weet je wat die kloot nog durfde zeggen? Dat er ook goed nieuws in mijn afkeuring zit. Het goede nieuws is volgens hem dat ik nu geen vijftien maanden maar slechts tien maanden moet kloppen. Terwijl ik godverdomme mijn heel leven paracommando wilde zijn!’ Ze hebben allemaal met Voormeulen te doen. ‘Dat is toch niet menselijk, gezegd worden dat je afgekeurd bent op de dag dat je aan de opleiding begint’, vindt Alain De Greef. ‘Nog voor je hier je bed hebt kunnen opmaken’, voegt Adriaenssens er met zin voor pathos aan toe.
De late afkeuring heeft nog een ander gevolg. De militaire bureaucratie wil Voormeulens indeling bij het Regiment Paracommando niet meer ongedaan maken. Dit betekent dat hij, na de basisopleiding van één maand die alle soldaat-miliciens in het Belgisch leger krijgen, zijn peloton vaarwel zal moeten zeggen en de rest van zijn militair leven in ‘lichte dienst’ in Marche-les-Dames moet doorbrengen. Voormeulen zal na de eerste maand van de zijlijn moeten toekijken hoe de kameraden zich door de verdere opleiding worstelen. Hij is de eerste van het peloton die PSL wordt, een afkorting die staat voor Personnel de Service Léger. Het voelt voor Frank als een degradatie. De PSL’s zijn miliciens die om welke reden ook de opleiding tot paracommando hebben moeten staken en voor de resterende tijd van hun dienstplicht van tien maanden in het kwartier of elders in het Regiment worden ingezet als hulpjes. In de keuken, de kantines, de administratie of om allerlei gemeenschappelijke ruimten te poetsen of onderhouden.
Morgen zal het een vermoeiende dag worden, schrijft Gillis even later aan Kristien. Ze moeten extra vroeg uit de veren om hun soldatenkleren te gaan halen. Daarna moeten ze testen afleggen. Het begint meteen serieus. Hij heeft net haar eerste brief gelezen. Enkele zinnetjes doen zijn bloed sneller stromen. Kristien had hem geschreven dat ze in zichzelf niet klaar zag. Ik vind je reuze sympathiek, luidde het, en ik wil met jou graag een stevige vriendschapsrelatie opbouwen. Vrienden zijn erg belangrijk, een lief kan ook niet álles voor je betekenen. Al ben ik nu met Koen en houden we ondanks weerkerende ruzies van elkaar, ik heb vrienden nodig.
Wat een ontboezeming! Gillis leest de zinnen nog eens. Hij krijgt het warm. Hallelujah! Maar wat moet hij antwoorden? Hij begint alvast verslag te doen. Zoals afgesproken was. Over de korte carrière van Voormeulen als kandidaat-paracommando. Hoe is het toch ook mogelijk, vroegen ze zich af, dat het leger zo’n blunder begaat. Hoe lang is het geleden dat ze die fysieke toelatingsproeven in Flawinne en de medische testen in Belgrade hadden ondergaan? Meer dan een maand. En nu moet Voormeulen hier nog tien maanden lang zijn broek verslijten als PSL. Hij ziet hem terug fier zijn zakmes opdiepen. Als hij in de mess officieren kan gaan werken, heeft hij toch al een kurkentrekker. Foei Marc, wat een lelijke gedachte. Kom, verzin liever eens een antwoord op de zin dat Kristien het blijkbaar niet zo goed meer ziet zitten met Koen. Best alle opties openhouden? Gemakkelijker gezegd dan gedaan, vanuit het leger. Hij zucht en schrijft op dat hij ook heel graag vrienden zou blijven. Hij stelt voor om eens af te spreken op het einde van de maand, als ze van het leger tenminste wat kerstverlof krijgen. Hij ondertekent niet met een nachtzoen van Marc, zoals hij bij hun afscheid in de hogeschool had gezegd, maar met Vele groeten etc. Om eens te zien of ze erop zal reageren. En hij voegt nog twee post scripta toe. In het eerste bedankt hij Kristien voor het pakje Samson-tabak dat ze de laatste dag op de verpleegsterschool ongemerkt in zijn jaszak had gestopt, met een lief klein kaartje erbij. In het tweede PS schrijft hij dat ze, in tegenstelling tot wat hij haar heeft gezegd, toch een postzegel op de enveloppe moet plakken als ze nog wil terugschrijven. Wat ze overigens veiligheidshalve op de eerste brief had gedaan. De als onderstreept hij.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in De Muts. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s