De Muts (6): Wartet, 2 december 1985

De radio in het kaderlokaal naast de slaapzaal speelt Should I stay or should I go van The Clash. Onderluitenant Olivier Vande Putte kijkt op zijn horloge en draait de volumeknop wat hoger. Dat treft, dat liedje, denkt hij, nog even luisteren naar de tekst. Vandaag begint hij opnieuw aan een avontuur met een peloton verse rekruten. Zo meteen moet hij zijn welkomnummertje opvoeren. Op dit moment zijn ze allemaal kwetsbaar en ontvankelijk, weet de officier, zoals alle jongens van alle tijden en alle plaatsen op de eerste dag in de kazerne. Sommigen houden zich verlegen op de achtergrond, anderen camoufleren hun onwennigheid met de bravoure waarmee de natuur hen heeft gezegend. Eerder dan ervaring bepaalt karakter hoe iemand zich nu en de volgende dagen in dit nieuwe milieu gedraagt. De ervaringen van een burger zijn in het leger nutteloos. De onderluitenant is de man die als eerste de witte bladen in de belendende zaal zal beschrijven, want hij is de verantwoordelijke voor hun basisopleiding, drie maanden lang. Hij moet hen discipline bijbrengen, hij zal hen harden tegen weer en wind, tegen uitputting, honger en dorst. Onder zijn leiding zullen ze worden klaargestoomd voor de volgende beproeving, de opleiding in het commandokamp. Hij weet dat ongeveer één derde om redenen van alle slag: medische, fysieke of psychische, binnen het vooropgestelde tijdsbestek niet zal slagen of er mee zal kappen. Hij zal desnoods, samen met zijn sergeant, de twijfelgevallen aansporen om er de brui aan te geven. Ja, hij zal macht uitoefenen en daar kijkt hij naar uit. Toch is dat gevoel dubbel. Hij weet hoe klein zijn macht is in de keten van het leger, waarvan hij maar een kleine schakel vormt. Anderen oefenen ook macht over hem uit. Wie meer sterren en strepen heeft, vindt het maar een luizenbaantje om de eerste woorden te mogen schrijven op witte bladen. Het hoofdstuk is belangrijker, zouden zij zeggen om in die beeldspraak te blijven, om nog maar over het boek of de boekenkast te zwijgen.
De titel van het liedje van The Clash vindt de onderluitenant helemaal van toepassing op de relatie met zijn vrouw. Should I stay or should I go? Lily had gisterenavond een scène gemaakt omdat hij gerookt had. Stel je voor, ze had hem buitengesloten. Toen ze gingen samenwonen hadden ze afgesproken dat er binnen in huis niet gerookt zou worden. Enkele maanden geleden had ze de regels eenzijdig verstrengd. Roken, zo had ze gedecreteerd, doe je maar in ‘t leger, niet als je thuis bent. Ook niet in de tuin. ‘Van roken in de tuin stinkt je adem even erg als van roken binnen. En als je van Marche-les-Dames naar huis komt gereden, eet dan wat pepermuntjes of kauwgum.’ Het was een verbod waar de officier zich niet teveel van aangetrokken had. Wat dacht ze wel? Hij had zijn vrouw niet verteld dat de nieuwe korpscommandant enkele weken geleden zowat overal in het kwartier een rookverbod had ingesteld. Grappig, hij had het haar niet verteld om te vermijden dat het haar op de gedachte zou brengen dat hij die kans beter kon benutten om helemaal te stoppen. In het leger was de gelegenheid tot roken ingeperkt tot de bars en kantines. De officieren en onderofficieren hadden orders gekregen om de naleving van de nieuwe regels strikt af te dwingen. Wat hij van de luitenant-kolonel moest pikken, kon hij van zijn vrouw niet aannemen. Als Lily was gaan slapen, ging hij rustig in de tuin een sigaretje paffen. Maar Lily nam haar orders even ernstig als de korpscommandant. Gisteren had ze hem betrapt. ‘Ik ben het beu om mijn bed te moeten delen met een asbak’, riep ze de tuin in vooraleer ze de achterdeur op slot deed. Pas na tien minuten kloppen en smeken en hopen dat niemand van de buren het zou merken, mocht de officier zijn eigen huis weer in. Om nog een uur lang verwijten te moeten aanhoren. En zeggen dat hij voor Lily zijn mutatie van het 1ste bataljon Para uit Diest naar het opleidingscentrum van Marche-les-Dames had gevraagd. Omdat in een opleidingscentrum een gezinsvriendelijker regime heerst dan in een operationele eenheid. In Marche-les-Dames kennen ze geen buitenlandse manœuvres, bestaat er nauwelijks een risico om betrokken te worden in gevaarlijke acties. Nu ja, de laatste echte operatie van de para’s, de evacuatie-operatie Red Bean uit Congo, dateerde alweer van zeven jaar geleden. Toen zat hij nog op de middelbare school. Marche-les-Dames kent wel uitzonderingen op het geregelde leven, ze draaien soms lange dagen in de kazerne en het spreekt voor zich dat er nachtoefeningen of bivakken op het programma staan. Of regelmatig wachtbeurten kloppen waarvoor hij in het kwartier moet overnachten, in de week en tijdens het weekend. Maar soms is hij ook gewoon terug thuis in Leuven tegen het avondeten om halfzes. Zoals zijn schoonvader, die bureauchef is bij de gemeente. Dat moet pas een klotenjob zijn. Dan mag hij zich nog gelukkig prijzen. Gelukkig? Hm, moest het eeuwige gezaag van dat vrouwmens met wie hij is getrouwd hem niet zo de keel uithangen. Dat hij weer later is dan hij had gezegd. Dat er weeral nachtoefening is. Dat hij naar bier stinkt. Of sigaretten. Dat de baby de hele dag geweend heeft. Dat ze samen niets meer doen. Dat hij te weinig verdient om zo veel uren te kloppen. Dat hij nooit naar haar luistert. Ja, dan zou hij pas gezegend zijn! Dat hij vergeten is de was op te hangen of het WC-papier aan te vullen. Dat hij haar niet graag meer ziet. Inderdaad! Hij mept zijn rechtervuist in zijn linker handpalm. God, wat is de officier het gezeur van dat wijf beu. ‘En bekritiseer toch zo niet wat je niet kunt verstaan’, riep hij haar vorige week nog recht in het gezicht, zijn wijsvinger vermanend omhoog. Ze gaf hem pardoes een pets op zijn wang. ‘Zo niet beginnen tegen mij hé manneke !’
Hij bladert door het stapeltje papieren op zijn bureau. De gegevens over de nieuwe rekruten. Alsof hij nog niet weet welk vlees hij in de kuip zal krijgen. Weer 48 jongens die zich willen bewijzen. Die in eerste instantie respect willen afdwingen bij hun vrienden of de stoere gast willen uithangen. De meerderheid onder hen zal na enkele weken nog meer dan voorheen voor niemand uit de weg willen gaan, bij de vrienden een grote mond opzetten en zich op café of in een dancing rap beledigd voelen en boel zoeken. De meesten zijn te stom om dood te doen. Oh, kijk hier, een universitair geschoolde, merkt hij op. Hoger opgeleiden zijn in de Instructiecompagnie van de para’s witte merels. De meeste rekruten zijn maar tot hun achttiende naar school gegaan. Hij overloopt de lijst met zijn wijsvinger en telt. Twaalf van de 48 miliciens hebben enkel een getuigschrift van lager middelbaar onderwijs. Achteraan zit nog een brief uit Belgrade. Ach ja, herinnert de officier zich. Hij heeft vandaag ook nog een pijnlijke boodschap te brengen. Hij roept de sergeant die in het bureautje naast hem op instructies wacht.
‘Rudy, ga maar naar binnen en leg ze uit hoe ze een officier moeten ontvangen. Ik kom binnen tien minuten.’
‘Tot uw orders, luitenant !’
De officier zet de radio uit. Hij wil zich nog even concentreren op wat hij daarbinnen zal vertellen. Het eerste optreden, de eerste indruk is cruciaal om de juiste verhouding tussen de officier en de soldaat tot stand te brengen. Een stijl hanteren die geen tegenspraak duldt, prent hij zich in, van in het begin hard reageren bij de minste lankmoedigheid. Een taal gebruiken zonder gezever of moeilijke woorden. Drie zaken beklemtonen. Het belang van de groepsgeest bij de para’s onderstrepen: één voor allen, allen voor één! De rekruten waarschuwen: ze zullen afzien! En hen motiveren: van de zin ‘ik wil paracommando worden’ is het tweede woord het belangrijkste!

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in De Muts. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s